Goed doel?

(Oud-)sporters in de VS die actief zijn voor het goede doel hebben de krachten gebundeld in ‘Athletes for hope’. Wat doen Nederlandse sporters zoal?

Carole Thate, oud-hockeyinternational, directeur Johan Cruijff Foundation (steunt sportprojecten voor kinderen met en zonder handicap): „Er gebeurt steeds meer. Een aantal ex-sporters (zoals Johan Cruijff, Richard Krajicek en Bas van de Goor, red.) heeft een eigen stichting opgericht voor goede doelen. Of bekende sporters lenen hun portret aan een stichting. Voetbalclubs tonen meer maatschappelijke betrokkenheid, zelf of via de stichting ‘Meer dan voetbal’. Voetbal is de grootste sport in Nederland, dus de betaald voetbalorganisaties hebben ook een verantwoordelijkheid om iets terug te geven aan de maatschappij. Een bekende sporter is een ideale ambassadeur voor een goed doel. Wij merken zelf dat het makkelijker is om andere voetballers aan activiteiten te binden of hun naam te geven aan een van de Cruijjf Courts (trapveldjes voor de jeugd, red.).”

Bas van de Goor, ex-profvolleyballer, oprichter Bas van de Goor Foundation (stimuleert sportbeoefening door diabetici): „Er zijn sporters die zich voor goede doelen inzetten via hun eigen stichting en sporters aan wie gevraagd wordt iets te doen. Andere sporters strikken voor onze activiteiten gaat goed. Zo hebben wij een clinic snowboarden gegeven met Nicolien Sauerbreij. Pieter van den Hoogenband is een soort beschermheer van onze stichting en Stephan Veen (hockey) en Edith van Dijk (zwemmen) zijn bestuurslid. Marc Delissen (hockey) is net als ik diabeticus en ambassadeur. Bekende sporters krijgen dingen makkelijker voor elkaar. Zelf ben ik de perfecte lobbyist om sportbeoefening door diabetici te stimuleren; ik spreek uit eigen ervaring. Zeker in de sport waarin je groot bent geworden, kun je helpen.”

Erica Terpstra, voorzitter sportkoepel NOC*NSF: „Er gebeurt heel veel. Nederland heeft een goede naam als het gaat om goede doelen en dat weerspiegelt zich goed in de sport. We hebben de Cruijff en Krajicek Foundations. Aan de stichting ‘Right to Play’ (verbetering van leven van kinderen in achtergestelde gebieden door sport, red.) zijn veel Nederlandse (oud-)topsporters verbonden. NOC*NSF doet veel samen met Unicef. Er zijn veel sponsorlopen met topsporters als trekkers. Er zijn particuliere initiatieven van topsporters die een substantieel deel van hun inkomen aan goede doelen besteden zonder de publiciteit te zoeken. Zo steunt atlete Lornah Kiplagat een meisjesschool in Kenia. Als topsporter ben je een rolmodel. Dat houdt niet op na je actieve carrière.”

Kamiel Maase, langeafstandsloper, oprichter Stichting Sport & Jeugd Zeist: „Er gebeurt al veel. Kijk naar de stichtingen van Cruijff of Krajicek en naar Right to Play. Ik ben zelf al langer actief als ambassadeur van Novib. Als bekende sporter kom je makkelijker ergens binnen als lobbyist. Ik ben natuurlijk geen Cruijff of Krajicek en wilde met mijn beperkte bekendheid iets lokaals doen. Ook omdat ik geluiden opving als ‘Waarom wordt er altijd iets gedaan voor kinderen ver weg?’ Wij zamelen geld in voor de jeugd in Zeist die wel wil maar – uit geldgebrek – niet kan sporten. Zij krijgen een sportpakket, waarvan de clubcontributie en de sportkleding wordt betaald. Als je als topsporter succes hebt gehad vind ik het niet gek om af en toe wat terug te doen voor de sport of maatschappij.”

Barbara de Loor, oud-schaatsster, ambassadrice Right to Play (opgericht door Noorse schaatser Koss): „Als redelijk bekende Nederlander word je veel gevraagd. Het is ook hip om je naam te koppelen aan een goed doel. Ik vind het logisch dat Marco Borsato, die zo in de spotlights staat, zich inzet voor ‘War Child’. Bekende sporters zijn ook goede lobbyisten. Ze kunnen via de media hun stichting bekendmaken en mensen werven. Ik kan me elke week wel ergens voor inzetten, maar het is belangrijk dat je een doel kiest dat bij je past. Right to play draagt met sport en spel bij aan de kwaliteit van het leven van kinderen in ontwikkelingslanden. Door sport leren ze communiceren en met elkaar omgaan. En Johann Olav Koss heeft zo’n passie.”