Een broze bodem bij gebrek aan debat

De PvdA liet deze week zien dat in ‘een partij onder druk’ discussies ook snel uit de hand kunnen lopen. „Als je debatteert, doe het dan geregisseerd.”

‘Overal zanikt bagger’, schreef Lucebert in de vorige eeuw. Het gedicht ging niet over de PvdA, maar het had er wel over kunnen gaan, zegt de Amsterdamse hoogleraar politicologie Jos de Beus. „Soms komen partijen in een fase dat alles mislukt. D66 is aan de beurt geweest, en de VVD. Nu is de PvdA in een existentiële crisis beland.”

De PvdA is een partij van „openlijke zelfkastijding”, zegt Jos de Beus. Hij is lid, maar stemde bij de laatste verkiezingen op het CDA. In geen andere partij, GroenLinks misschien uitgezonderd, worden conflicten over bijvoorbeeld de politieke koers zo in het openbaar uitgevochten. Voor veel leden is dat precies de reden dat ze lid zijn geworden van de PvdA. Zoals oud-Kamerlid Adri Duivesteijn, nu wethouder in Almere. „Ik ben in 1970 lid geworden , omdat ik vind dat in een partij een richtingenstrijd hoort plaats te vinden. Op de plek waar het botst, ontstaan de interessante syntheses.”

Het klinkt logisch: politiek debat als basis voor een maatschappelijk betrokken partij. Maar de PvdA liet deze week zien dat in ‘een partij onder druk’ discussies ook snel uit de hand kunnen lopen. Woensdag trad eerst partijvoorzitter Van Hulten af, en diezelfde avond nog de rest van het partijbestuur. Van Hulten ging mede weg wegens onenigheid over de vernieuwing van de partij, zo zei hij. Maar duidelijk is dat ook de toenemende kritiek op de partijtop als geheel een rol speelde.

Bestuurskundige en PvdA’er Jouke de Vries, verbonden aan de Universiteit Leiden: „Dat Van Hulten op zou stappen, stond eigenlijk al op 22 november vast. Maar de kritiek op de kabinetsdeelname en het rapport van de Wiardi Beckman Stichting hebben de druk verhoogd, ook op de toch al slechte verhoudingen in het partijbestuur. Als je debatteert, doe het dan geregisseerd.”

Vorige maand publiceerde de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, een boek over de verloren verkiezingen. Tijdens de campagne was van alles mis gegaan. Het boek somde talloze structurele problemen op: de PvdA zit volgens het bureau klem tussen de lager en hoger opgeleide achterban, tussen traditioneel sociaal-democratisch en links-liberaal, tussen verandering of behoud. Frans Becker en René Cuperus, verbonden aan de stichting, schrijven dat de PvdA aan een „gebrek aan intellectuele stevigheid” lijdt. „Er is wel veel geluid, maar weinig debat dat tot iets leidt. (..) Er is angst in de PvdA geslopen om het debat openlijk met elkaar aan te gaan – de partijleider is heilig verklaard.”

En dat terwijl de PvdA van oudsher een partij van debat is, zegt politicoloog Philip van Praag van de Universiteit van Amsterdam. Partijen als het CDA en de SP houden discussies binnenskamers, de PvdA doet het in het openbaar. Bovendien is de politieke rol van het partijbestuur traditioneel groot. „In de jaren zeventig moest de politieke leiding van de PvdA niet alleen onderhandelen met tegenstanders, maar ook intern in debat met voorzitter Max van den Berg. Dat is de rol die het partijbestuur traditioneel heeft in de PvdA, al is die later wat kleiner geworden.”

De crisis van de afgelopen dagen is volgens Van Praag onder meer veroorzaakt door het gebrek aan debat in de partij. Ook Duivesteijn denkt er zo over: „De laatste keer dat er echt debat was, was toen Felix Rottenberg de kandidatenlijst opstelde voor de verkiezingen van 1994.”

Volgens Duivesteijn heeft Bos „te goeder trouw” het debat in de partij lamgeslagen. Zeker in de jaren dat de PvdA in de peilingen goed stond – „dat werkte verdovend, bijna als een drug” – hield iedereen zijn mond. „Wouter was onaantastbaar. Waar Felix een cultuur van tegenspraak wilde, eiste Wouter loyaliteit. Debat werd gezien als deloyaal.”

Juist dat gebrek aan debat is de oorzaak van de huidige crisis, meent Duivesteijn. „Nu het succes verdwenen is, moet je terug kunnen vallen op je ideologische bodem. Maar die bodem is door het gebrek aan debat te dun geworden, we zakken er doorheen. De hardheid van de onderwerpen is verdwenen, we zijn week geworden.”

De laatste jaren is de PvdA meer en meer een campagnepartij geworden, zegt De Beus, gericht op het winnen van verkiezingen met een campagne die gebouwd is rondom de lijsttrekker. Van Praag is het met hem eens: „Leuk in goede tijden, maar het hoort niet bij de partij. Toen het slecht ging, kwamen alle sluimerende tegenstellingen weer boven.”

Rottenberg probeerde in de jaren negentig weer een debatpartij van de PvdA te maken. Van Hulten wilde, in de traditie van Rottenberg, het debat weer terug te brengen in de PvdA. Hij zei dat de PvdA weer een echt linkse partij moest worden en wilde discussie over de koers uitlokken. De Beus: „Maar van echt debat is het steeds minder gekomen. Er is een ideologische leegte ontstaan, en het is Van Hulten onvoldoende gelukt om het debat opnieuw te beginnen.” Duivesteijn: „Van Hulten had zich veel dwarser moeten opstellen de afgelopen jaren. Hij was te bescheiden in zijn tegenspraak.”

Volgens politicoloog Van Praag is de PvdA onrustig geworden. „De partij worstelt met een gebrek aan herkenbaarheid. Ze is onrustig over de opkomst van de SP. Wouter Bos heeft, zeker in de periode dat alles goed ging, het interne debat over de partijkoers misschien wat te veel toegedekt. Tot voor kort durfde niemand kritiek op Bos te hebben, maar hij voerde intussen wel een wat liberalere agenda door.” Van Hulten slaagde er volgens Van Praag niet in tegenwicht te bieden. „Het leek wel alsof Bos Van Hulten niet zag staan.”