Dyscalculie

Naar schatting 240.000 tot 780.000 volwassen Nederlanders leiden aan dyscalculie. Deze mensen, die normaal intelligent zijn, kunnen door een hersendefect getallen en telwoorden niet automatisch de juiste betekenis geven, ook niet na jaren oefening (www.dyscalculie.org).

Ze draaien cijfers om (62 wordt 26), tellen noodgedwongen op hun vingers, plaatsen komma’s en symbolen verkeerd en kunnen onmogelijk berekeningen onthouden. Is wisselgeld natellen voor iemand die aan dyscalculie lijdt al een ramp, de beoordeling van een hypotheek, levensverzekering of beleggingsproduct is even onmogelijk als het opzeggen van de tafel van drie door een baby.

Minimaal 93,5 procent van de twaalf miljoen volwassen breinen in ons land is wél geschikt voor rekenwerk. Toch kreunen zeven miljoen meerderjarigen bij economische basisbegrippen zoals inflatie en samengestelde rente (rente-op-rente over meer jaren), bleek eind 2005 uit onderzoek van De Nederlandsche Bank.

Nóg minder volwassenen, hooguit een miljoen, snappen alles van zaken als beleggingsrisico, huizenprijzen en de koersvorming van aandelen en obligaties. In zo’n land van cijferleken is de financiële aanbieder de ongekroonde koning. De mensen geloven zomaar dat een hypotheek gelukkig maakt, een krediet rijk, een beleggingsproduct vermogend en een verzekering blij.

Overheden willen daar vanaf. Een onwetende financiële consument is een spelbreker in de consumptiemaatschappij en een gevaar voor zichzelf. De eurocommissaris voor Interne Markt Charlie McCreevy heeft geroepen dat alle scholen standaard financiën moeten gaan onderwijzen.

Het Verenigd Koninkrijk start daarmee komend jaar. In ons land maakt CentiQ (www.centiq.nl) zich op voor de financiële alfabetisering van de bevolking. CentiQ is een platform van partijen in de financiële sector, de overheid, consumentenorganisaties en de wetenschap. Ze willen „de financiële kennis en vaardigheden van de consument verbeteren en een actievere houding van de financiële consument bewerkstelligen”.

Als dat lukt, begrijpen schoolverlaters hoeveel de koopkracht van 1.000 euro is over dertig jaar, hoe je de kleine lettertjes leest van een garantieproduct of verzekering en hoe verkoopprovisie een advies van een verzekeringsagent vertroebelen kan.

Die financieel assertieve klanten zullen oplichters afblaffen en aangeven, ondeskundige bemiddelaars aan de schandpaal nagelen en beleggingsaanbiedingen met te hoge kosten meteen in de prullenbak mikken. Geldbedrijven rest dan niets dan elkaar te overtroeven met kwaliteitsadviezen en iedereen wordt rijk.

Iedereen, behalve dyscalculici en scholieren die bij de rekenlessen niet hebben opgelet. Deze groep heeft dubbel pech. Een belegging, levensverzekering of hypotheek blijft voor hen een zwarte vlek. Vergeefs zullen ze roepen om een hulpvaardige financiële buddy, want iedereen is druk bezig met zijn eigen geld.

Dit toekomstscenario valt af te leiden uit een studie van de Amerikaanse onderzoekster Kathleen Vohs. Haar experimenten tonen dat mensen die zich in de geest bezighouden met geld significant minder genereus zijn, anderen minder snel hulp bieden, minder snel hulp vragen en zich isoleren van hun medemens. Denken aan geld kost namelijk tijd. En zodra geld tijd gaat kosten, wordt elke seconde geld.