De stelling van Hans van den Heuvel: je moet fatsoen opleggen aan de macht

Knoeiende bierbrouwers, sjoemelende Wereldbank-presidenten, partijen die burgemeestersfuncties onderling verdelen. Corruptie heeft historische wortels. En integriteit wordt almaar belangrijker, zegt scheidend VU-hoogleraar beleids-wetenschap Hans van den Heuvel tegen Folkert Jensma.

Wanneer heeft het volk voor het eerst de overheid de wacht aangezegd: ophouden met corruptie en misbruik!

„Joan van der Capellen tot den Pol heeft met z’n pamflet ‘Aan het volk van Nederland’ in 1781 verwoord wat er onder het volk leefde. Ook onder het weldenkende deel der natie. Daarmee was het hek van de dam. Al die kuiperijen, misbruik en corruptie in het openbaar bestuur in die tijd – dat kon gewoon niet meer. Tot 1800 was dat eigenlijk geen probleem, het hele openbaar bestuur hing er van aan elkaar. De regentenfamilies verpachten onderling de macht, letterlijk, met ‘contracten van correspondentie’. Er werden posities geruild. Die stal moest uitgemest worden. En dat is ook gebeurd.

„Het stuwmeer was langzaam maar zeker volgelopen, tot de rand. Dat zie je ook nu weer. Wij zitten nu met een staatsbestel dat we als samenleving niet meer willen. Wij willen meebesturen, meeregeren. We praten over interactief beleid, over het kiezen van de minister-president, de commissaris van de koningin, de burgemeester. Neem nu zo’n Nationale Conventie. Die nieuwe ideeën passen alleen niet op de verouderde structuren. We zitten in een overgangsperiode, een periode van verstopping, van wringen en duwen. De tijd moet nog rijp worden – er moeten nog uitvindingen worden gedaan. De emancipatie moet nog verder. Dat hebben we eerder gezien. Het kinderwetje van Van Houten in de periode van de industrialisatie was zo’n doorbraak, net als het vrouwenkiesrecht. De drijfveer erachter is emancipatie van de samenleving. Dat houdt niet op. Ook nu niet.’’

Het echte beginpunt is dus de Franse Revolutie – de emancipatie van de burger.

„Ja, met de klassieke grondrechten, vrijheid, gelijkheid, broederschap. Dat is de drijfveer van de samenleving geworden. Wij zeggen nu dat de overheid van ons is. Dat kon een eeuw of twee geleden nog niet. Het was dienstbaarheid aan ‘zij die boven ons gesteld waren’. Nu is het overheidsbestuur veel platter – de burger heeft steeds meer rechten op de overheid veroverd.”

De macht van de overheid is sindsdien met regelgeving ingeperkt. En nu eisen we kennelijk ook moreel juist handelen. U zegt zelfs dat integriteit het nieuwe beginsel is voor het openbaar bestuur in de 21ste eeuw.

„Sinds de 19de eeuw moet de overheid binnen de perken van de wet opereren. Legaliteit werd de basis van de democratische rechtsstaat. De opkomst van legitimiteit situeer ik in de periode rond de fluwelen revolutie van de jaren zestig van de vorige eeuw. Handelen van de overheid moet sindsdien democratisch draagvlak hebben: billijk en aanvaardbaar zijn. We willen weten wat de overheid van plan is. Het is niet meer over u en zonder u. We willen beleid mee vormgeven.

„Integriteit gaat weer verder – we eisen van de overheid nu moreel onkreukbaar gedrag. De instrumenten zijn er al: algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Overal zijn nu ombudsfuncties, klachtmogelijkheden, klokkenluiderregels, protocollen, beroepstermijnen, vertrouwenspersonen. Dat is in hele korte tijd tot ontwikkeling gekomen. En niet alleen bij de overheid.”

Welnu, de Wereldbankpresident bevoordeelt ongestoord z’n vriendin, de bierbrouwers maken verboden prijsafspraken (net als de garnalenbranche, de fietsenfabrikanten en de aannemers), in het binnenlands bestuur komt bevoordeling voor, foute declaraties, geschenken, van alles en nog wat. Werk genoeg.

„Zeker. Het volk wil volstrekt fatsoenlijk worden bejegend. Dus geen willekeur en geen misbruik van positie. Wanneer werden we ons bewust van exorbitante verrijking? Wanneer zeiden we ‘nou breekt m’n klomp’ als er directeuren met miljoenen beloond werden nadat ze eerst verlies maakten? Vroeger wisten we het niet eens en als we het wel wisten dachten we dat het zo hoorde. Je zult zien dat de samenleving dat streng gaat normeren. Via consumenten, via aandeelhouders, via de belanghebbenden bij het voortbestaan van de onderneming. De burger gaat als consument maatschappelijk verantwoord ondernemen afdwingen. Die overheid is al platter geworden – daar accepteren we het al niet meer van. Maar straks ook niet meer van grote bedrijven’’.

Die nieuwe publieke moraal gaat de individuele vrijheid om je goddelijke gang te gaan wel in de weg zitten.

„Dat gaat vastlopen, vermoed ik. We leggen een ontzettende claim op elkaar. Het moet nu ook onderling precies worden geregeld. We gaan steeds verder met toezicht en controle: overal pasjes en camera’s. De politie heeft zelfs het recht gekregen om het huis binnen te treden wanneer er een vermoeden is van geweld in de privésfeer. Dat had ik nooit voor mogelijk gehouden. Een instituut dat uitsluitend gericht is op de openbare orde treedt nu ons privéleven binnen! We willen beschermd worden, ook tegen elkaar. Ik denk dat we elkaar te veel in de weg gaan zitten. We mogen straks niks meer van onze buren. Daar moeten we een weg in zien te vinden. Je ziet het al in de strijd om de grondrechten. De overheid zal nooit zeggen welk grondrecht belangrijker is. Dat moeten we in de samenleving maar samen uitvechten.”

Dan vertrouwt de burger dus niemand meer. Niet de buren, de overheid noch het bedrijfsleven.

„Democratie blijft georganiseerd wantrouwen, met regels en procedures. Je kunt nooit mensen op hun blauwe ogen vertrouwen. Macht corrumpeert overal, iedereen. Zo zitten we in elkaar. Er zullen altijd integriteitschendingen blijven gebeuren. Het is bij het openbaar bestuur heel makkelijk om persoonlijk te profiteren van de macht die je door de gemeenschap is toebedeeld. Dat hoeft niet eens letterlijk strijdig te zijn met de wet. We stellen nu de eis dat bestuurders zuiver op de graat zijn. Dat ze niet huizen van de gemeente eerder aan hun kinderen geven, of bevriende projectontwikkelaars boven aan de lijst zetten. Dat ze niet in een verkeerd netwerk zitten, waar in drugs wordt gehandeld. Dat ze niet naar de hoeren gaan. Dat politici geen geschenken aanvaarden. Dat hun declaraties kloppen.”

Heeft macht moraal van zichzelf?

„Nee, de macht moet je dicteren fatsoenlijk te zijn. Dat moet je opleggen. Dat geeft ook niks. Voor het gros van de mensen is het niet nodig. We hebben een betrouwbare samenleving. Al die regels zijn nodig voor die ene onverlaat per uur of per maand die het verkeerd doet.”

Integriteit en fatsoen zijn bij u absolute begrippen. Toch kunnen oud-politici als Peper en Oudkerk best uitleggen waarom wat zij deden wel door de beugel kon.

„Ja, grappig is dat. Er zijn altijd drogredenen voorhanden. Je moet volstrekt onkreukbaar zijn en transparant. Daar helpt geen moedertje lief aan. Geen enkel excuus deugt. Het komt tegenwoordig ook altijd uit. Niet meteen, maar ooit. Ambtenaren zijn heel mondig geworden. En burgers ook, trouwens. Mevrouw Kroes hoefde zelf die brouwers niet te onderzoeken. Men kwam zelf bij haar klagen. Dat doen burgers ook bij raadsleden, bij de burgemeester. Bij gemeenten wordt het veel beter begrepen. Die zijn veel kwetsbaarder. Ze kunnen niet in het dorp komen of ze worden aangesproken. Zo mondig zijn we wel. Gezag, ja me hoela. Alleen in de provincies hebben ze er nog niks van begrepen. Daar bestaat nog een regentenstijl. Zo’n commissaris van de koningin, een heel salaris bijklussen! Wat daar allemaal nog mogelijk is. Dat is een anonieme bestuurslaag, die zelfs van het openbaar bestuur is vervreemd.

„Geschenken aannemen is not done. Ik kom veel ambtenaren in de gemeentewereld tegen die zeggen dat ze de ‘nullijn’ aanhouden. Helemaal niks. Ook niks onder de vijftig euro.”

Ach kom, het hoort er toch bij? Je moet relaties onderhouden!

„Ik word daar een beetje moe van. Dat het bij ‘goeie relaties’ hoort. Dat je mensen moet kunnen uitnodigen om een vorkje te prikken of samen naar het voetballen te gaan, ver weg in Spanje. Nee, nee, nee, nee. Misschien ben ik te conservatief of zie ik de geneugten van het leven niet. Hoewel, ik ben zuiderling én katholiek! Bij politici mag het niet en kan het niet. Daar hoeven we het niet over te hebben. Zo’n Tweede Kamer moet veel kritischer zijn op geschenken, reizen en uitnodigingen. Nu aanvaarden ze die dankbaar en zetten ze op de website. Dan is de plicht gedaan. Dan moet ik zo lachen. De escapes, de legitimeringen, zo vindingrijk.”

Is er een verschil tussen het verdelen van burgemeesterschappen, adviseursposten en ambtelijke posities door moderne politieke partijen en de corrupte praktijken waar Van der Capellen tot den Pol tegen ageerde?

„Die politieke benoemingen zijn een residu, een anomalie. Dat hoort niet meer bij deze tijd. Het is net alsof je hier in Amsterdam met een tractor door het verkeer gaat rijden. Die partijsystemen sluiten niet meer aan op onze moderne samenleving. Dat moet heel anders, veel directer, niet meer zo gebonden aan een collectief. Lid worden van een partij of een omroepvereniging, wie doet dat nog? Dat die structuren zich zo krachtig weten te handhaven, vind ik wel fenomenaal. Maar er komt een keer een breuk in de aardkorst. Dat regentenbestuur zit er hier en daar zeker nog in. We hebben het fatsoenlijk gemaakt, dat wel. Maar we hebben vooral als burger geleerd dat we autonoom zijn. Dat is het meest kostbare dat er is.”

Oratie Van den Heuvel: Fatsoenlijk en onbaatzuchtig besturen, via voorlichting@fsw.vu.nl.

Geschenkenlijst www.tweedekamer.nl/kamerleden/openbare_registers; Pamflet van Van der Capellen tot den Pol www.republikanise.nl/pol.html