de official

Muziek van Bløf, BZN en Borsato waaiert tussen de dennen, soms ruw onderbroken door een enthousiaste speaker: „Die jongen kan gas geven!” Geuren van dennenappels, hamburgers en tweetaktolie hangen boven het Stevenbeekse motorcrosscircuit. Waar jongens en meisjes van zes tot vijfenzestig jaar door het rulle zand rossen. Wedstrijdleiding en vrijwilligers voor de administratieve afhandeling houden zich schuil in een stofvrije bus bij start en finish, de overige officials staan op en langs de baan geposteerd. Een vierkoppige werkploeg houdt de conditie van de baan in de gaten en herstelt die indien nodig. Een motorordonnans maakt vóór aanvang van elke wedstrijd een rondje om te controleren of de baan veilig is. Er zijn een wedstrijdleider, een arts en zes EHBO’ers. Twee officials meten de geluidssterkte, de limiet is in overleg met gemeente en omwonenden op 96 dB gesteld. Een starter en een speaker. Controle is er op de technische staat van de motoren en of er beschermende kleding wordt gedragen. Een dopingcontrole ontbreekt. Achter de dubbele linten staan of zitten op campingstoelen twintig baancommissarissen, ze zijn na enkele minuten bedekt met een fijn laagje stof. Zwaaiend met een vlag kunnen ze bij een eventuele calamiteit de wedstrijd stilleggen. Want veiligheid voor deelnemers én toeschouwers gaat hier boven alles onder het motto: as ze moar heel tuuskoamen vanoavund…

Dit is de veertigste en laatste aflevering van een serie over officials in de sport.