De lezer schrijft over de foto van een stierenvechter

Zaterdag 21 april maakte ‘mijn krant’ die ik al meer dan vijftig jaar lees, een ruimte van 25x17 cm. op de voorpagina vrij voor een kleurenfoto van Julian Lopez. Lopez heeft als beroep het martelen van stieren tot de dood erop volgt.

De redactie koos een foto waarop het slachtoffer van Lopez niet te zien is. De lansen in rug en hals van het dier zouden inderdaad niet alle abonnees bekoren. Onze voorouders creëerden meer dan tweeduizend jaar geleden de mythe van Zeus en Europa, een ode aan de kracht en schoonheid van dit dier.

U plaatst een foto van een afschuwelijke man die deze dieren doodmartelt. Waarom?

Willem Duvekot

Gorssel

De krant antwoordt

Vóór het stierengevecht zijn geen steekhoudende argumenten te geven. Het is zowel wreed, archaïsch volksvermaak als een eeuwenoud cultuurgoed. Het was aanleiding voor een klassiek boek over leven, dood en de Latijnse ziel: Death in the afternoon van Ernest Hemingway.

Voor velen is het stierengevecht een weergaloos evenement om mee te maken wegens de moed en de heroïek van de matadors en de antieke rituelen. Voor anderen is het weerzinwekkend sadisme.

Het stierengevecht ‘staat’ voor meer en daar zit hem de kneep. Hoezeer ook de antistierengevechtactiegroepen een verbod voorstaan, negeren kan het antwoord niet zijn. Zeker niet voor een krant, die er niet is om actie te voeren, maar die verslag moet leggen van wat er gebeurt. Een foto plaatsen betekent niet propaganda voor het afgebeelde onderwerp. Een foto van Jan Peter Balkenende is ook niet bedoeld ter promotie van het CDA. Deze foto van Julian Lopez markeerde de opening van het stierenvechtseizoen in Sevilla. Maar: wie het stierengevecht veroordeelt, zal zich nooit met zo’n foto kunnen verenigen.

Elke cultuur heeft haar eigen stierengevecht. Is de Amerikaanse rodeo iets anders? Het hanengevecht in Azië? De jacht op herten, eenden en fazanten in Nederland? In Friesland hebben Edou Schotanus en Johannes de Haan het eerste kievietsei van de vogelwachtvereniging van Parrega gevonden op woensdag 7 maart. De twee jongens staan op de foto, ze poseren trots met het ei dat ze samen vasthouden. Is het zoeken en rapen van ‘eerste’ kievietseieren, dat wil zeggen het als sport verstoren van vogelnesten, wezenlijk iets anders dan het Spaanse stierengevecht?

De vraag is wel of de foto die wij zaterdag op de voorpagina zetten, zo’n goede foto was over dit onderwerp. De keuze was een esthetische, geen journalistieke. De foto verwees niet naar een artikel over het stierengevecht. Hij typeert de sfeer in de arena, het echte onderwerp, de stier, blijft net zo onzichtbaar als wat de stierenvechter denkt, verwacht of vreest.

We kregen meerdere brieven naar aanleiding van de foto. De vraag is of het er nog meer waren geweest als de stier wel in beeld was geweest. Feit blijft: voor het stierengevecht worden dieren misbruikt. Deze dieren worden gedwongen deel te nemen aan een strijd die ze nooit kunnen winnen, tot de dood erop volgt. Niettemin: het stierengevecht bestaat. En alles wat bestaat kan aanleiding zijn voor een foto in de krant.

Het stierengevecht blijft fascineren. De schrijver H.M. van den Brink, destijds correspondent te Spanje voor NRC Handelsblad, probeerde die fascinatie te doorgronden in zijn boek De dertig dagen van St. Isidoor. De hoofdstukken van dat boek zijn in 1994 in kroniekvorm afgedrukt op de kunstpagina. In elke aflevering zocht Van den Brink naar antwoorden, zowel voor de voorstanders als voor de tegenstanders van het stierengevecht. Zijn genuanceerde verhalen wekten weerstand. Het werd hem bijvoorbeeld allerminst in dank afgenomen dat hij vaststelde dat het leven van een gefokte vechtstier paradijselijk is vergeleken met runderen in de Nederlandse bio-industrie, zelfs als je het halve uur meerekent waarin zo’n stier wordt mishandeld en vermoord in de arena.

Van den Brink heeft net als iedereen een afkeer van dierenleed. En hij deelt met velen een liefde voor het stierengevecht.

Birgit Donker,

hoofdredacteur

Reacties: www.nrc.nl/lezerschrijft. Nieuwe kwesties: lezerschrijft@nrc.nl