De groeistuipen van Carlsen

Levon Aronian heeft het slecht getroffen in de kandidatenmatches, die eind mei in de Kalmukse hoofdstad Elista moeten beginnen. In Elista geldt een knock-out systeem.

Er zijn 16 spelers, waarvan er zich vier plaatsen voor het toernooi om het wereldkampioenschap dat later in dit jaar in Mexico wordt gespeeld.

In Elista geldt een knock-out systeem. De spelers worden in volgorde van rating gezet en dan begint nummer 1 tegen nummer 16, nummer 2 tegen nummer 15 enzovoort. Zo worden de topspelers beschermd. In hun eerste match krijgen ze het relatief gemakkelijk.

Alleen voor Aronian geldt dat niet. Hij is nummer 1, hij moet dus tegen nummer 16, en dat is Magnus Carlsen. Tenminste, dat was zo toen de indeling werd vastgesteld, in 2005. Aronian zal meteen beseft hebben dat het niet zo zou blijven.

De jeugd groeit snel en als ze straks tegen elkaar spelen is Carlsen een veel gevaarlijker tegenstander dan toen de indeling werd gemaakt. Aronian zal toch nog wel sterker zijn, maar zeker is dat niet. Voor de schaakliefhebbers is het een beetje zuur dat de twee meest attractieve spelers in Elista meteen tegen elkaar moeten, zodat een van hen er al na de eerste match uit ligt.

Je ziet de groeistuipen bij Magnus Carlsen. In januari liet hij in het Corustoernooi niet veel bijzonders zien, maar kort daarna werd hij in het ‘supertorneo’ van Morelia en Linares gedeeld tweede achter Anand. Zijn secondant Peter Heine Nielsen zei toen dat Magnus zelfs tijdens de reis van Mexico naar Spanje, halverwege het toernooi, nog in inzicht en kracht gerijpt was, maar dat was misschien overdreven.

In het toernooi in het Noorse stadje Gausdal, dat Carlsen afgelopen donderdag won, kon je in ieder geval zien dat hij over een rijpe stijl beschikt. Een paar jaar geleden beleefde hij het ene spectaculaire avontuur na het andere, maar in Gausdal won hij de meeste partijen in technische eindspelen. Het is niet zo dat hij als zestienjarige zijn scherpte al verloren heeft, maar hij is veelzijdiger geworden. Wie om het wereldkampioenschap wil spelen, moet van alle markten thuis zijn.

In zijn partij tegen Portisch zag je hem wel als aanvalskunstenaar. Zijn pionoffer in de opening was nog een standaardactie, maar kort daarna deed hij iets dat niet gewoon was. Hij kon zijn pion simpel terug winnen en velen in zijn plaats zouden dat hebben gedaan. Carlsen offerde een kwaliteit voor een onduidelijke aanval.

Daarna leek hij Portisch spelenderwijs onder de voet te lopen, maar als je goed kijkt zie je dat daar zeer scherpe berekening bij te pas kwam.

Magnus Carlsen - Lajos Portisch, Gausdal 2007

1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pf3 Pf6 4. g3 dxc4 5. Lg2 Pbd7 6. 0-0 Tb8 Portisch is ambitieus en probeert de gambietpion te behouden. 7. Dc2 b5 8. b3 cxb3 Alweer speelt Portisch zo scherp mogelijk. Het was veiliger om de pion terug te geven met 8...Lb7, zoals in Donner-Langeweg, NK Leeuwarden 1977. 9. axb3 a6 10. Pe5 Pxe5 11. dxe5 Pd5 12. Td1 De7 13. Pc3 Dc5

Zie nu het diagram

De meesten zouden nu zonder veel nadenken 14. Lxd5 exd5 15. Txd5 spelen, waarna wit iets beter staat. Carlsen doet het veel mooier en sterker, hij offert de kwaliteit. 14. Txd5 exd5 15. b4 Dxb4 16. La3 Ook nu vermijdt Carlsen op goede gronden een voor de hand liggende zet. 16. Pxd5 Dc4 17. Pxc7+ Kd8 18. Dd1+ Kxc7 19. Lf4 lijkt mooi voor wit, maar na 19...Le6 20. Tc1 Lc5 21. Txc4 bxc4 zou zwart met twee torens voor de dame niet slecht staan. 16...Dg4 17. Lxf8 Kxf8 18. Pxd5 Wit staat een kwaliteit en een pion achter, maar de verdediging is erg moeilijk voor zwart. 18...Dc4 Na 18...Dd4 kan wit met 19. Dxc7 Dxa1+ 20. Lf1 op eeuwig schaak spelen, maar strijdbaarder is 19. Td1 Dxe5 20. Dc5+ Dd6 21. Da7 Tb6 22. Pe3 met sterke aanval voor het geofferde materiaal. 19. Dd2 Le6 20. Tc1 Db3 21. Pxc7 Kg8 22. Dd6 Tc8 23. Lb7 h6 Het lijkt of zwart de moed te snel opgeeft, maar in feite had hij geen bevredigende verdediging meer. Na 23...Tf8 24. Ld5 zou wit met zijn kleine maar effectieve strijdmacht beslissende aanval tegen zwarts koning hebben. 24. Lxc8 Lxc8 25. Pxb5 axb5 Beter was 25...Dxb5, omdat wit dan na 26. Txc8+ Kh7 de torens moet ruilen. In het eindspel met alleen dames zou zwart meer overlevingskansen hebben. 26. Txc8+ Kh7 27. Tc1 De storm is geluwd en wit staat een pion voor. 27...Te8 28. Kg2 Kg8 29. Tc5 Da2 Hierna verliest zwart nog een tweede pion. Ik denk dat hij al verloren stond, maar met zijn b-pion was er nog hoop. 30. Dc6 Zwart gaf op.

Hans Ree schrijft twee keer per week een column op nrc.nl/schaken.