De aandeelhouder wint, want hij is beter georganiseerd dan de werknemer

Alleen de vakbond kan een tegenwicht bieden aan de financiële kokervisie aan de top, ontdekt Maarten Huygen.

In een sober kantinezaaltje van een chloorfabriek van Akzo Nobel, diep in de uitgestrekte industrievlakte van het Botlekgebied aan de Nieuwe Waterweg, betrapte ik een groep oudere werknemers op een haast vergeten activiteit: ze bereidden een staking voor. Stevige mannen in ruitjeshemd en spijkerbroek die hun helmen en veiligheidsbrillen hadden afgezet, luisterden in plastic stoelen naar een vakbondsleider. Ze wilden actie. Er was er zelfs een die zei: „Begin gelijk erin te knallen. We eisen acht procent.” Daarna was het even stil. De vakbondsleider zei dat het zo niet ging. Hij eiste stijgingen die haalbaar zijn. „We geloven in onze looneis”, zei hij. Het zijn inderdaad andere tijden.

Stakingen zijn er niet veel meer, maar de weinigen die zich daaraan wagen, hebben succes. De werknemers van het winstgevende Rotterdamse sleepbedrijf Smit International haalden deze week hun CAO binnen na bijna twee maanden acties. De buschauffeurs kregen al na anderhalve dag staking betere arbeidsvoorwaarden. De directies geven het voorbeeld met loonsverhogingen van soms vijftig tot honderd procent ineens, bonussen, opties en afvloeiingsregelingen voor zichzelf, ongeacht de geleverde prestaties. Waarom zouden werknemers zich dan moeten matigen? Zij dragen net zo goed bij aan het resultaat.

Maar de inhaligheid aan de top is gevolg van de onmacht op de werkvloer. Nog maar ruim een kwart van de werknemers is lid van een vakbond en het percentage daalt. Dat is wereldwijd het geval. Iedereen flexibiliseert en de vakbond stelt de individuele pakketten samen.

Een chloorfabriek is nog ouderwetse productie-industrie. De organisatiegraad van de vier bonden CNV, FNV, VHO en de Unie samen ligt tegen een uitzonderlijke 70 procent. De bonden hebben het rendement van Akzo allesbehalve geschaad. De spreker in de kantine, bondsbestuurder van FNV Bondgenoten Ben Roodhuizen, was geen gangmaker die, zoals ooit Paul Rosenmöller, in goedgeoefend arbeideristisch haven-Rotterdams de werkers tot actie opruide. Eerder probeerde hij het enthousiasme te dempen. Hij zit sinds zijn dertigste bij de bond en is specialist in de fijne arbeidsvoorwaarden, een diplomatieke vijftiger in beschaafde grijze broek en blauw overhemd, contrasterend met de werkspijkerbroeken en ruitjesoverhemden van zijn publiek. Hij was verbaasd dat de directie van Akzo Nobel op een aantal voorwaarden botweg nee had gezegd. Het kostte hem zichtbaar moeite om tijdens zijn ronde langs alle bedrijven in simpele termen op te roepen tot actie.

Door middel van een powerpointpresentatie op een scherm liet hij de mannen in drie kwartier alle onderdelen van de verworpen vakbondsvoorstellen en het eindbod van de werkgevers zien. Buiten de eis van zes procent loonsverhoging in twee jaar was het een ingewikkeld verhaal met vele afkortingen. Het is het aanslibsel van een jarenlange praktijk van poldercompromissen. Resultaatsafhankelijke beloning (RAB), winstdeling (EVA), de spaarvut voor werknemers van voor 50 jaar, de prestatiebeloning, het verhalen van de WGA-premie, een studie naar een nieuwe functiewaarderingsmethodiek en nog veel meer. De belangrijkste eis was behoud van werkgelegenheid. Zekerheid wordt op prijs gesteld, want de gemiddelde leeftijd op deze chloorfabriek met arbeiders die tussen de 24.000 netto en 75.000 bruto per jaar verdienen, is 48.

Roodhuizen besefte hoe moeilijk het was om aandacht te krijgen voor zijn zaak. „Vanavond op het journaal”, zei hij, „zul je de directeur van de Vereniging Effectenbezitters Peter Paul de Vries alle ruimte zien krijgen om te pleiten voor een consortium dat vijf miljard meer wil betalen voor ABN Amro. Dan gaan er duizenden mensen meer uit voor de synergetische effecten. Gewoon massa’s mensen ontslaan.” En zie, die avond kwam het eerste deel van zijn voorspelling al uit. Nu het tweede deel nog.

De bond voor aandeelhouders kent geen nuances. Hij wil gewoon meer centen, net als de vakbonden van vóór de tijd van het poldermodel. Toen volgden de camera’s vakbondsleiders Arie Groenevelt of Wim Kok, die met spandoeken vooraan in de optocht liepen. Dat was de tijd van polarisatie en van zwart-wit tv. Nu staan de bazen en aandeelhouders in volle kleuren op het luxe plasmascherm te polariseren. Het gaat niet meer om een paar tientjes per maand, maar om miljarden. Niemand die hen tegenhoudt, de overheid niet en het personeel niet. Alleen de bonden zouden het kunnen, maar die zijn ook gevangen door het internationale financiële geweld. De koers van het bedrijf wordt niet bepaald door een democratisch parlement van aandeelhouders, maar door enkelingen. Aandeelhouders beleggen alleen.

Een bedrijf kan naar China worden verplaatst. Een brief uit een klein Londens kantoor kan een kolos van een bank omverblazen. Een consortium kan achter Akzo Nobel aan gaan om de 11 miljard die het heeft verdiend aan de verkoop van Organon te verdelen. Geld in kas is gevaarlijk dezer dagen. Vandaar dat Akzo alvast 1,6 miljard aan eigen aandelen gaat inkopen om met een hogere koers de financiële roedels op afstand te houden.

Het is een andere wereld dan die van de werknemers en technische specialisten die de gevolgen van de willekeurige splitsingen, samenvoegingen en reorganisaties moeten dragen. De meeste fusies mislukken, blijkt uit onderzoek. Alleen de top verdient eraan. De werknemers die ik sprak, vonden de bonden te meegaand. Akzo had als eerste het middelloon ingevoerd en het vervroegd pensioen afgeschaft. De geschoolde arbeiders van de chloorfabriek krijgen het drukker. De technische dienst die eerst bij Akzo Nobel hoorde, is nu overgenomen door Stork, tegen een lager loon dat deels door Akzo wordt aangevuld. De jonge werknemers gingen niet staken tegen deze achteruitgang. Ze konden zo overstappen naar de concurrenten in het havengebied, Esso, Shell en andere bedrijven. Goed opgeleide meet- en regelspecialisten zijn schaars. Ook zij zullen zich moeten organiseren om branches in stand te houden die van belang zijn voor de Nederlandse economie. Laat ze maar eens staken.