Criteria voor biodiesel

Bedrijven zijn vanaf 2008 verplicht te rapporteren over de duurzaamheid van verhandelde biobrandstoffen. Ook moeten zij zich inzetten om een internationaal certificeringsysteem voor duurzame biobrandstoffen van de grond te krijgen.

Dat zei minister Cramer (Milieu, PvdA) gisteren bij de presentatie van het eindrapport van de projectgroep Duurzame productie van biomassa.

Biobrandstof, zoals ethanol uit maïs, granen en suikerriet, is in trek als milieuvriendelijk alternatief voor de traditionele fossiele brandstoffen. Grootschalige productie kan echter negatieve effecten hebben voor het milieu en de voedselvoorziening. De aanleg van nieuwe biomassaplantages kan ten koste gaan van oerwouden. Zo zouden delen van de Amazone worden gekapt om de Braziliaanse productie van ethanol op te voeren. Bijkomend gebruik van pesticiden en kunstmest kan de grond vervuilen. Door de grote vraag naar landbouwarealen die met de productie gepaard gaat, kan bovendien de voedselproductie in deze landen in de knel komen.

Om deze negatieve effecten te beperken, wil de minister het bedrijfsleven houden aan een aantal criteria die door deskundigen van de projectgroep zijn opgesteld. Volgens deze criteria mag de biomassaproductie niet ten koste gaan van biodiversiteit en de voedselvoorziening niet in gevaar brengen. Het gebruik van biobrandstoffen moet ook aantoonbaar leiden tot daadwerkelijk minder uitstoot van broeikasgassen dan niet-duurzame, fossiele brandstoffen. De minister wil hierover op korte termijn afspraken maken met het bedrijfsleven.

Verschillende milieu- en ontwikkelingsorganisaties vinden dat de criteria van Cramer niet ver genoeg gaan. Zij vragen het kabinet strengere voorwaarden te stellen aan de subsidies die de overheid aan bedrijven verstrekt voor de productie van biobrandstoffen.