Chusovitina is niet klein te krijgen

Oxana Chusovitina (31) is bij de EK in Amsterdam de enige moeder onder de turnsters. Toen haar zoon ernstig ziek werd, turnde ze door om geld voor de behandeling te verdienen.

Dat Oxana Chusovitina turnt, is niet bijzonder. Wel dat ze haar sport op 31-jarige leeftijd nog steeds beoefent en die combineert met het moederschap. En dan droeg de tot Duitse genaturaliseerde Oezbeekse tot voor kort ook nog het lot van een zoon met leukemie. Chusovitina is niet klein te krijgen, ook al is ze maar 1,53 meter groot en weegt ze slechts 43 kilogram. Haar verklaring: „Ik ben mentaal zeer sterk.”

Dat zijn allerminst loze woorden, want terwijl haar zoon Alisher doodziek was, bleef Chusovitina turnen. Weliswaar ook uit nood, omdat ze het geld dat ze verdiende nodig had om de medische behandelingen te betalen, maar de omstandigheden haalden haar niveau niet naar beneden. Sterker, ten tijde van de ziekte van haar zoon werd Chusovitina in 2003 in de Amerikaanse stad Anaheim wereldkampioen op het onderdeel sprong. Ze werd er in turnkringen zeer door bewonderd, terwijl het voor haar vanzelfsprekend was. „Als ik destijds niet was blijven turnen, had dat mijn zoon het leven kunnen kosten.”

Inmiddels is de zevenjarige Alisher gezond verklaard, maar moet hij de rest van zijn leven elk kwartaal zijn bloed laten testen. Om die reden heeft Chusovitina besloten van nationaliteit te veranderen. In Duitsland kan haar kind de medische zorg krijgen die in Oezbekistan ontbreekt. Hoezeer de turnster zich ook met haar geboorteland verbonden voelt, in het belang van haar zoon heeft ze geen seconde over haar keus nagedacht.

Haar naturalisatie is mede de reden dat Chusovitina nog turnt. Ze voelt zich schatplichtig aan Duitsland, waar veel mensen haar hebben geholpen. Toen Alisher ziek werd en in de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent noch in haar tweede keus Moskou behandeling mogelijk was, keerde Chusovitina zich ten einde raad tot het echtpaar Shanna en Peter Brüggemann van de turnclub Keulen, die ze nog kende uit de tijd dat ze voor die vereniging in competitiewedstrijden voor de Bundesliga uitkwam. De Brüggemanns hebben er voor gezorgd dat Alisher geholpen kon worden. Een gebaar dat Chusovitina nooit zal vergeten, net zo min als de gastvrijheid die ze in Duitsland ondervindt. „Ik ben blij dat ik als turnster wat kan terugdoen.”

En die taak neemt ze serieus. Chusovitina traint zes dagen per week, minimaal vijf uur per dag om haar hoge niveau vast te houden. En kom bij haar niet aan met de vraag of ze na 23 jaar geen behoefte heeft aan een leven zonder turnen. „Waarom?”, stelt ze een retorische wedervraag. „Ik zie turnen ook als werk. En ik vind genoeg afleiding met mijn gezin. Een dag heeft 24 uur, dus resteert er genoeg tijd om andere, leuke dingen te doen.”

Natuurlijk, Chusovitina voelt de last van de jaren. Maar haar basis – met dank aan het sportsysteem van de voormalige Sovjet-Unie – is zo sterk en haar arbeidsethos zo goed ontwikkeld, dat ze zich ogenschijnlijk moeiteloos aan de top handhaaft. Haar uitleg: „Ik doseer goed en kan, in tegenstelling tot veel jonge turnsters, geconcentreerd trainen. En als het wat minder gaat, train ik niet zo hard of neem ik een poosje vakantie. Bovendien richt ik me de laatste jaren niet zozeer op de meerkamp en als wel op de onderdelen sprong en balk, omdat die fysiek minder belastend zijn dan vloer en brug.”

En de generatiekloof, wordt die niet groter? Chusivitina trekt haar schouders op en zegt daar geen last van te hebben. Ze gaat haar eigen gang, zoals gistermiddag toen de jongeren van de Duitse ploeg gingen shoppen in Amsterdam. Chusovitina nam wat rust op haar hotelkamer en bracht enige tijd in de hal door om de mannenwedstrijd te bekijken. Met een glimlach: „En tijdens wedstrijden telt het leeftijdsverschil helemaal niet. Op de turnvloer en op het podium is iedereen gelijk; dan vraagt niemand of je 31 of 16 jaar bent. Dan tellen alleen de prestaties.”

En die zijn van Chusovitina nog steeds indrukwekkend. Het meisje dat in 1988 voor het eerst juniorenkampioen werd van de Sovjet-Unie, in 1992 met de federatie van Sovjet-staten (GOS) goud in de landenwedstrijd won bij de Olympische Spelen in Barcelona en nadien nog tweemaal wereldkampioen op sprong werd, staat bij de EK in Amsterdam ‘gewoon’ in drie finales: vandaag in de meerkamp en morgen bij de toestellen sprong, vloer en eventueel balk waarvoor ze eerste reserve is. Ter vergelijking: aan die resultaten kan de beste Nederlandse turnster, Lichelle Wong, niet tippen. Zij moet het doen met een finaleplaats in de meerkamp en op brug.

Aan een turnster die haar sport met zo veel overgave uitoefent, is het eigenlijk ongepast te vragen hoe lang ze nog doorgaat als turnster. Maar ze had de vraag verwacht en geeft lachend antwoord. „Ik weet het echt niet. Na de Olympische Spelen in Peking ga ik daarover nadenken. Zo lang ik me goed voel en op hoog niveau kan blijven presteren, is het denkbaar dat ik doorga.”