Bankbreuk is geen misdrijf meer

Ik heb ooit bij de oude ABN gewerkt. Ik kon er geld lenen om een kostbare buitenlandse studie te betalen, en later kreeg ik er de gelegenheid om mijn eerste inzichten te verwerven over kredieten en betalingsverkeer, over bedrijfsstrategie en organisatiepolitiek. Het was mijn eerste baan. Misschien ben ik daarom zo chagrijnig over wat er nu aan het gebeuren is met ABN Amro. Misschien is het een oud soort liefdesverdriet.

Achteraf kun je zeggen dat in die tijd de rot al was begonnen, want ABN, wat zei dat nou? Drie nietszeggende letters, deels gekozen met het oog op een plaats voorin het telefoonboek en de lijst met internationale correspondentbanken, die in de plaats kwamen van een naam die wel wat betekende. Algemene Bank Nederland was het resultaat van een fusie van de Nederlandsche Handelmaatschappij en de Twentsche Bank. In diezelfde tijd fuseerden ook de Amsterdamse en de Rotterdamse Bank, die samen Amro Bank werden. Iemand wist toen te melden dat ‘amro’ in de een of andere verre taal ‘niets’ betekent. Dat zal wel apocrief zijn, maar zeker is dat de binding van die banknamen met Amsterdam, Rotterdam, Nederland en Twente werd prijsgegeven. Een betekenis hoeft niet ‘niets’ te zijn om niets te betekenen.

Ik had dus wat met die oude bank. Ik voelde me erbij betrokken. Ik was er rekeninghouder, maar rekening houden is zo te zien iets dat de bank zelf zich niet meer kan veroorloven. Rekening houden met medewerkers is allang geleden overboord gezet. Een vriend van me herinnerde me deze week aan de beruchte brieven die de bank kort na het aantreden van topman Groenink stuurde aan haar medewerkers. Een kwart van hen kreeg bij die actie de kwalificatie ‘misbaar’ opgeplakt. Dat is geen re-kening houden, dat is berekenen. Nu was het opnieuw een brief, deze keer een die de bank zelf ontving van het militante beleggingsfonds TCI, die het wiel van het noodlot een slag verder draaide. Wie de brief hanteert, zal door de brief omkomen. Maar het gaat verder dan dat. Want ABN Amro is natuurlijk geen onschuldig dorpsmeisje dat overweldigd wordt door financiële onverlaten uit de grote stad. De spelletjes van TCI en soortgenoten kende zij, ze deed er graag aan mee en ze heeft er flink aan verdiend. Vraag het Stork, dat tientallen miljoenen betaalde, onder andere aan de zakenbankiers van ABN Amro, om zich vijandelijke aandeelhouders van het lijf te houden.

De bank heeft niet genoeg verdiend, blijkt achteraf, maar dat verandert de kern van de zaak niet. Wie zijn geld verdient aan financiële piraterij, zal door piraterij omkomen. Het klinkt als het draaiboek van een Griekse tragedie. Het wordt een kaskraker want het publiek, bestaande uit miljoenen rekeninghouders, zit bij voorbaat op het puntje van de stoel. Het gaat om verraad, mislukte ambitie, schurken die met miljoenen weglopen en de kleine man die het nakijken heeft. Want Barclays gaat straks Ajax niet sponsoren, die moet veel te veel besparen om zijn 67 miljard terug te verdienen. Of is het geen Griekse tragedie maar commedia dell’arte, het toneel uit de renaissance met zijn vaste figuren en hun voorspelbare belevenissen? Naast Harlekijn, Pulcinella en Pantalone hebben we Rijkman – zo’n naam is toch een al te doorzichtige vooraankondiging van de rol en wat hij gaat doen? Of is het zelfs dat niet, maar gewoon poppenkast, met Jan Klaassen, Katrijn, de schurk en de politieagent? Dan moeten we nog een tijdje wachten op de goede afloop, want de schurk staat klaar om er met de buit vandoor te gaan en de agent is nergens te zien. Intussen wordt het duidelijk dat het niet langer verboden is de bank te laten springen, zolang je het tenminste maar doet als bestuurder. Bankbreuk is geen misdrijf meer.

Is dit lollig? Nee, maar als je staat te kijken naar onafwendbare treurnis kun je er beter grappen over maken, hoe zuur of flauw ook. De bank leverde zich uit aan de terreur van shareholders value en vergat dat naamloze en opportunistische aandeelhouders in New York, Londen en San Francisco iets anders zijn dan relaties en rekeninghouders in Amsterdam, Rotterdam en Twente. Er waren momenten van glorie, met de rechte rug bij de uiteindelijk geslaagde overname van Banca Antonveneta en bij de prachtige dubbeloverwinning vorig jaar in de Volvo Ocean Race. Er was treurigheid, bij de harteloze behandeling van medewerkers als misbare „human resources”, menselijke bedrijfsmiddelen. En er waren goede bedoelingen die soms lukten en soms niet. Het verhaal gaat dat zelfs topman Groenink in zijn meer bespiegelende momenten graag de ruimte had gehad om een bezielende missie voor zijn bank te zoeken en te vinden. Helaas, dat gaat niet samen met een strategie waarbij de internationale competitieladder van aandeelhouderswaarde het gesprek van de dag, de functioneringsgesprekken en de hoogte van de bonussen bepaalt.

We staan bij het uit te benen karkas van een financiële instelling die ooit wat betekende in onze levens. We hebben er onze banen en collega’s gehad, onze vaders hadden er een rekening-courantkrediet voor de winkelfinanciering en wij de hypotheek voor ons eerste huis. Dat is voorbij. Wij verlaten straks de beenhouwerij en gaan ons weegs, zoals duizenden voormalige misbare medewerkers dat eerder heb-ben gedaan. Zijn zij er slechter van geworden? De meesten niet, de werksfeer was voor hen toch al verpest, en met een extra trap na kwamen zij vaak op plekken terecht waar ze het beter hebben en zonder een spoortje weemoed terug denken aan ABN Amro.

Hoe moet het straks verder met ons rekeninghouders? Het zal me benieuwen welke actie de Rabo binnenkort lanceert om ons binnen te halen. Ook die bank heeft geen fortuinlijke naam – rabo is Esperanto voor roof – maar voor de rest is het heel andere koek dan ABN Amro. Een bank met wortels in het land, in Gennep, Heerhugowaard, Strijen en Balk. Geen naamloze vennootschap maar een coöperatieve instelling, geen anonieme aandeelhouders maar leden. En gegarandeerd immuun tegen overnames door wie dan ook.