Bagdad wordt een betonnen doolhof

In Bagdad maakten sunnieten bezwaar tegen de bouw van een muur om hun wijk. Het Amerikaanse leger ziet dergelijke muren als tijdelijke bescherming. Volgens anderen maken ze verzoening onmogelijk.

Iraakse kinderen lopen langs de betonnen muur die het Amerikaanse leger bouwt rond de wijk Azamiya in Bagdad, een sunnitische enclave in een stadsdeel dat het afgelopen jaar bijna geheel shi’itisch is geworden. (Foto AFP) Iraqi children walk past a three-mile-long concrete wall around Baghdad's Sunni enclave of Adhamiyah, 24 April 2007. US officials struggled yesterday to defuse Iraqi anger over the construction of a concrete wall around a Sunni district in Baghdad, saying the project was designed to be temporary. Several hundred people held a noisy street protest in Baghdad over the building of the five-metre (16-feet) high, three-mile (five km) long closure around the city's Adhamiyah district. Prime Minister Nuri al-Maliki, on a visit to Egypt, vowed to halt the wall project. AFP PHOTO/ALI YUSSEF AFP

Sinds de bomaanslagen begonnen na de Amerikaans-Britse invasie van Irak in maart 2003, en dat was al binnen een paar maanden, zijn in Bagdad al heel wat muren gebouwd.

De Groene Zone, waar het Amerikaanse hoofdkwartier, nu ambassade, en Iraakse regeringsinstanties zitten, kreeg een betonnen omheining en hotels verschansten zich achter muren om bommenleggers buiten te houden. Nu worden ook muren opgericht rond markten, die als verzamelplaats van mensenmassa’s bijzondere aantrekkingskracht op zelfmoordterroristen hebben. De nieuwste toevoeging zijn de muren die het Amerikaanse leger als laatste redmiddel tegen het sektarisch geweld bouwt om hele wijken van de ene religieuze sekte van wijken met een andere achtergrond af te sluiten. Als hun plannen, door het leger voorgesteld als een van de pijlers van het grote veiligheidsoffensief in de Iraakse hoofdstad, worden doorgezet, eindigt Bagdad als een betonnen doolhof.

Maar er kwam oppositie. De constructie van betonnen segmentenmuren van 3,5 meter hoog begon enkele weken geleden tamelijk geruisloos bij de sunnitische wijken Ghazaliya en Amariya. Maar inwoners van de eveneens sunnitische wijk Azamiya, die plotseling met kilometers beton werden geconfronteerd, kwamen vorige week in verzet. Sunnitische politieke leiders sloten zich daarbij aan.

Zondag gelastte premier Maliki (zelf een fundamentalistische shi’iet) stopzetting van de bouw die hem „herinnerde aan andere muren die wij verwerpen”. Niet toevallig deed hij dat vanuit Kairo, waar hij met weinig succes steun voor zijn bewind probeerde te werven van (sunnitische) Arabische landen. De radicale shi’itische geestelijke en militieleider Muqtada Sadr, die zich als als Iraaks nationalist presenteert, organiseerde een protest tegen de „sektarische, racistische en onrechtvaardige muur”. De seculiere ex-premier Iyad Allawi stelde dat alleen nationale verzoening, niet de bouw van muren, een uitweg biedt voor Irak. En is verzoening nog mogelijk als overal muren staan?

De nieuwe muren zijn op de keper beschouwd de betonnen uitkomst van het besluit van de Amerikaanse bezettingsautoriteit Paul Bremer de plaatsen in de post-Saddam Hussein besturen naar rato te verdelen over de etnische en religieuze gemeenschappen. Lidmaatschap van de door hem benoemde Iraakse regeringsraad – en alle andere besturen – hing niet af van de bekwaamheden van de kandidaten (of, zoals onder Saddam, van hun betrouwbaarheid) maar van hun etnische of religieuze identiteit. Dus 60 procent (en altijd de voorzitter) shi’ieten, rond de 20 procent sunnieten en evenveel Koerden (en natuurlijk de twee vicevoorzitters), en een enkele Turkmeen en christen.

Dat was nieuw voor Irak. In Saddams tijd waren de Irakezen nog allereerst Irakezen die ook vaak in gemengde wijken woonden. Maar al snel werden ze vooral Koerden, sunnieten of shi’ieten, die een sunnitische naam (Omar) of een shi’itische (Ali) hadden. Etnische en religieuze zuiveringen waren daarvan weer de consequentie nadat sunnitische terroristen met hun aanslagen de shi’itische milities ruim een jaar geleden uiteindelijk rijp hadden gemaakt voor vergelding. Die zuiveringen worden nu bezegeld met een muur.

Het Amerikaanse leger bagatelliseerde de afgelopen dagen de bouw van de afscheiding als „tijdelijke maatregel om de Iraakse bevolking te beschermen tegen moordenaars die autobommen hun gemeenschappen willen binnenrijden” die niet als „politieke verklaring” moet worden gezien. Opmerkelijk is in dit verband dat voorlopig alleen sunnitische wijken worden ommuurd: de grote bomaanslagen in Bagdad mikken tot dusverre exclusief op shi’itische buurten. Sunnitische wijken worden belaagd door shi’itische milities – die de laatste tijd in verband met het veiligheidsoffensief hun activiteit tijdelijk hebben teruggeschroefd – en zijn mikpunt van shi’itische mortieraanvallen. Ommuurde sunnieten klagen dat ze na het onvermijdelijke vertrek van de Amerikanen als makkelijke prooi voor sektarische moordenaars achterblijven.

Premier Maliki herhaalde woensdag in Koeweit dat de bouw van muren moest stoppen, en ook president Talabani maakte zijn bezwaren kenbaar. Maar in Irak is de werkelijkheid vaak anders dan de politieke autoriteiten publiekelijk verkondigen. Een Iraakse legerwoordvoerder, generaal Qassim Moussavi, zei eerst dat „sommige broeder-politici de afscheidingen hebben omschreven als sektarische grenzen en anderen ze met de Chinese muur hebben vergeleken en weer anderen met de Berlijnse muur”. Maar volgens hem was „deze zaak buiten alle proporties opgeblazen” en had de premier alleen bezwaar tegen de hoogte van de muren.

Generaal Moussavi zei woensdag dat de wijken verder met prikkeldraad en lagere afscheidingen worden afgezet: „we zijn onmiddellijk begonnen de bevelen van de premier uit te voeren”. En donderdag zei een Amerikaanse legerwoordvoerder tegen de Arabische tvzender Al-Jazeera dat het leger eerst was gevraagd de plaatsing van de muur te staken. „Maar sindsdien is mij via mijn superieuren meegedeeld dat de premier en Iraakse veiligheidsfunctionarissen toestemming hebben gegeven het werk voort te zetten.”