Afgelasten tentoonstelling kan een financiële ramp zijn 1

Herman Vuijsje heeft een punt als hij zich afvraagt waarom nauwelijks iemand zich druk heeft gemaakt over de pijnlijke ingreep van Turkse zijde in teksten van Leidse wetenschappers voor de catalogus bij de tentoonstelling `Istanbul, De stad en de sultan`(Opinie & Debat, 14 april). Mij heeft voornamelijk de stilte van de kant van de Leidse auteurs verbaasd.

Op één punt geeft Vuijsje blijk van een gemis in inzicht in de museale culturele realiteit van vandaag. Hij wuift - met een misplaatste verwijzing naar de Hollandse kooplieden in het Japanse Desjima - het argument van de directie van De Nieuwe Kerk van tafel dat aflasten van de tentoonstelling op een verlies van twee miljoen euro zou uitlopen. Zo`n verlies is echter voor een instelling als De Nieuwe Kerk een regelrechte ramp. In oude tijden waren er bij departementen en gemeenten nog wel potjes om zo`n verlies op te vangen; in de periode van het culturele ondernemerschap kan de directie naar zo`n oplossing fluiten. Dreigend faillissement, gedemotiveerde medewerkers en een ontwrichte organisatie zijn het gevolg. De fundamenten van onze maatschappelijke orde zijn dan wel niet in het geding, wel het voortbestaan van een belangrijk cultureel instituut.

Dit alles houdt niet in dat de gekozen oplossing ook de beste is geweest. Waarom zijn de desbetreffende artikelen van de Leidse wetenschappers niet afzonderlijk uitgegeven en aan de bezoekers van de tentoonstelling voor een klein bedrag of misschien wel om niet ter hand gesteld?