Zelfs naar het toilet gaan kan niet in afzondering

Vreemdelingen mogen niet langer dan zes maanden op een bajesboot vastzitten, oordeelde het hof gisteren. „Zoveel jonge mannen bij elkaar en niets te doen.”

De twee bajesboten in Rotterdam. Foto Bas Czerwinski 04-11-2005, ROTTERDAM. BAJESBOOT. FOTO BAS CZERWINSKI asielzoekers Czerwinski, Bas

Sheila Kamerman

Rotterdam, 27 april. - De raadsheren van het gerechtshof in Den Haag hebben het vorig maand zelf gezien: de cellen op de detentieboten in Rotterdam zijn klein, de gangen zijn smal en de plafonds zijn laag. De ramen kunnen alleen op een kier open en bieden weinig lichtinval en uitzicht. Het sanitair is krap en niet kierdicht van de verblijfsruimten gescheiden. Dat schrijven ze nu in hun uitspraak.

Gisteren oordeelde het hof in hoger beroep dat uitgeprocedeerde asielzoekers en illegalen niet langer dan zes maanden op de boten mogen verblijven. Een tijdje mag, vindt het hof, hun identiteit en nationaliteit moet worden vastgesteld. En ze zitten er om te worden uitgezet. Maar „met het verstrijken van de tijd gaan echter de beperkingen voor de vreemdeling steeds zwaarder wegen en leiden tot lichamelijke en psychische klachten.” De gedetineerden op de boten hebben geen delicten gepleegd.

Het gebrek aan privacy is stuitend, zegt asieladvocaat Loes Vellenga: „De gedetineerden zitten met z’n vieren of met z’n zessen in een piepkleine cel, ze slapen in stapelbedden. De deur van de douche en wc laat boven en onder een halve meter ruimte open. Als iemand gaat poepen, zitten alle celgenoten in de stank. Je kunt geen kant op. Een lulliger situatie kan je je toch bijna niet voorstellen?”

Aanvankelijk konden de drie vrouwelijke raadsheren en de griffier van het hof de boten helemaal niet vinden. Zo ver weg liggen ze in de Merwedehaven van Rotterdam. Vellenga en haar collega Mark Leijen van de Vereniging Asieladvocaten, die het het hoger beroep had aanspannen, troffen de raadsheren terwijl die zoekend in de auto rondreden. De advocaten wezen de weg naar de Biby Stockholm, een van de twee boten. Vellenga en Leijen vergezelden de raadsheren tijdens de „schouw” en schreven een verslag.

„De cellen zijn vol, de spanning is te snijden”, schrijven ze. „Zoveel jonge mannen op een kluitje bij elkaar en niets te doen. Er werd gemopperd dat er de afgelopen drie dagen voor het eerst sinds tijden was schoongemaakt ‘because we get inspection’. En dat ze instructie hadden gekregen: ‘Mouth shut’.”

De raadsheren, de griffier en de advocaten bezochten de cellen. In een zespersoonscel spraken ze vijf Afrikaanse mannen. Vier van hen zaten er tussen de zes en negen maanden, schrijft Vellenga in het verslag. „De mannen waren echt radeloos.” Een van de raadsheren vroeg een van de mannen waar hij vandaag kwam, schrijft ze. „Hij antwoordde: Uit Ghana. ‘Oh’, zei de raadsheer, ‘daar ben ik net geweest’. Waarop de man vroeg of ze daar ook met zes man in een kamertje had moeten zitten.” (...) „We werden door de mensen aangeklampt, dat de situatie slecht was, dat ze er al maanden zaten en dat ze wegwilden.”

Een keer per dag krijgen de vreemdelingen een pakket eten voor de hele dag, waaronder een in hun cel op te warmen magnetronmaaltijd. In de ochtend en middag is de recreatieruimte een paar uur open, waar ze een boek kunnen lezen en sjoelen. Twee keer per dag worden de gedetineerden een uur gelucht in een kooi van gaas.

De directie had moeite gedaan om de situatie tijdens de schouw beter te laten lijken dan in werkelijkheid het geval is, denkt Vellenga. „Zo stond er een tandartsbus voor de deur. Ik kom zeer regelmatig op de boten, die bus had ik nog nooit gezien. Uit het verslag: „We werden uitgenodigd om naar binnen te kijken, zowel het Hof als wij hebben daarvoor bedankt.”