Zeer vereerd, en daarna ligt-ie in de kast

Vandaag is het weer de jaarlijkse lintjesregen. De meeste mensen die onderscheiden worden, zijn blij en trots. „Achteraf denk je wel: waarom ik en alle anderen die goed werk doen, niet?”

Zangeres en presentatrice Leoni Jansen had een jaar geleden niets in de gaten. Ze was uitgenodigd voor het afscheid van de burgemeester in Haarlem. Ze dacht dat ze voor hem moest zingen en deed zelfs een soundcheck. Tot ze haar vrienden zag staan en besefte dat er iets anders aan de hand was: ze kreeg een lintje!

Leoni Jansen werd benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor haar bijdrage aan de wereldmuziek, de multiculturele samenleving en hulpprogramma’s die ze heeft opgezet voor vrouwen in Afrika. „Het was heel bijzonder, een eer. Je krijgt zo’n onderscheiding niet zomaar.”

Maar ze draagt haar lintje nooit. „Er ligt nu een mooie medaille in de kast. Wel heb ik er contacten aan overgehouden. Kort na de lintjesregen kwam ik een groep zangers tegen uit Mali. Ik werd aan hen voorgesteld met de toevoeging: ze heeft een lintje van de koningin ontvangen – net zoiets als een Grammy Award. Dat is natuurlijk helemaal niet zo, maar ik mocht wel gelijk met hen meezingen. En dat contact is gebleven.”

Niet iedereen accepteert de aangeboden onderscheiding. Gerard Harmes bijvoorbeeld, tot voor kort Statenlid in Zuid-Holland voor de SP, kreeg tweemaal een koninklijke onderscheiding aangeboden waar hij „vriendelijk voor bedankte”. Hij aanvaardde wel een onderscheiding van het Nieuw Republikeins Genootschap, omdat hij dertien jaar raadslid was en twaalf jaar Statenlid in Zuid-Holland.

Harmes: „Er zijn zoveel mensen die zich heel hun leven verdienstelijk hebben gemaakt voor de samenleving en die ook geen lintje krijgen. Waardering kan op veel manieren tot uiting worden gebracht. Ik vind een koninklijke onderscheiding daarvoor niet het juiste middel.” Harmes begrijpt wel dat veel mensen trots zijn op hun onderscheiding. Hij wil ook geen afbreuk doen aan het feit dat gedecoreerden vaak goed werk doen in de samenleving en terecht waardering krijgen.

Vaak komt het niet voor dat een onderscheiding wordt geweigerd, zegt Jan van Ingen, secretaris van het Kapittel voor de Civiele Orden, dat de betrokken ministers adviseert over toekenning van de decoraties. „Precieze percentages weet ik niet, maar het gaat elk jaar om zeer kleine aantallen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de gedecoreerde zelf niet vindt dat hem of haar de eer toekomt. Dat is een afweging die mensen persoonlijk maken. Die moet je respecteren.”

De kans op weigering wordt zoveel mogelijk gereduceerd. Burgemeesters hebben de taak om te bekijken wat de toekomstig gedecoreerde er van zou vinden. Als, door omzichtig informeren bij bekenden van de persoon, blijkt dat hij of zij geen prijs stelt op een lintje, dan wordt de aanvraag ingetrokken.

Dichter Rutger Kopland weigerde twee jaar terug ook de hem aangeboden koninklijke onderscheiding. Hij is van mening dat lintjes bedoeld zijn voor mensen die zich in de schaduw en gratis en voor niks verdienstelijk maken voor de maatschappij.

Joke Klepper, met grijzende krullen, is zo iemand. Drie jaar geleden kreeg ze een lintje voor haar actieve leven als vrijwilliger in de Zuid-Hollandse gemeente Goedereede. Ze doet een poging op te sommen wat ze allemaal gedaan heeft, maar laat het uiteindelijk bij een selectie: vrijwilliger bij het Rode Kruis, de Unie Van Vrijwilligers, een zorgcentrum, de oudercommissie van de basisschool en veel kerkenwerk.

Joke Klepper praat enthousiast over haar onderscheiding. „Het was een schitterende en indrukwekkende belevenis. Ik was naar het gemeentehuis gelokt voor een vergadering. Er werd op de deur geklopt en de bode kwam binnen. Hij zei dat hij ons geen koffie kon serveren, omdat er op de eerste verdieping een receptie was. Ik dacht: wat een rarigheid; ze kunnen toch wel vier kopjes koffie neerzetten? We liepen de trap op en opeens zag ik iedereen staan: familie, vrienden en collega’s. Het duurde lang voor ik besefte dat ik een lintje zou krijgen. Nooit heb ik gedacht dat mij dat kon overkomen.”

Het belangrijkste van de onderscheiding, zegt ze, is de waardering voor haar vrijwilligerswerk. Maar Klepper heeft er wel een dubbel gevoel bij. „Er zijn zoveel mensen die vrijwilligerswerk doen. Die verdienen net zo goed een lintje. Het insigne draag ik daarom maar één keer per jaar, op de nieuwjaarsreceptie van de gemeente. Anders is het alsof je met je onderscheiding te koop loopt. Ik heb zo ontzettend veel voldoening uit mijn vrijwilligerswerk gehaald; ik had het nooit willen missen.” Klepper noemt een klein en simpel voorbeeld: kaarten rondbrengen in het ziekenhuis. „De blijdschap die het patiënten geeft als ze die kaarten in handen krijgen.”

Voor Klepper heeft het lintje impact gehad. „Achteraf ga je er over nadenken. Waarom ik en niet al die andere mensen? Ik had er eerder niet bij stilgestaan dat het werk zo gewaardeerd wordt. Nu wil ik elk jaar weten wie er een onderscheiding heeft gekregen. Ik kijk met andere ogen tegen de lintjesregen aan, omdat ik weet hoe het voelt om onderscheiden te worden.”