Zeer Britse spoken

Antal Szerb: De Pendragonlegende. Vertaald uit het Hongaars door Györgyi Dandoy. Van Gennep, 286 blz. €19,90

De Pendragonlegende, het debuut van de onlangs door het Westen ‘ontdekte’ Hongaarse auteur en letterkundige Antal Szerb (1901- 1945), van wie drie jaar geleden het geprezen Reis bij maanlicht (1937) in vertaling verscheen, is puur leesgenot. Dat komt vooral doordat Szerb op meesterlijke wijze zijn personages en lezers heen en weer slingert tussen twee werelden en literaire genres: die van de werkelijkheid en verbeelding en die van de upperclass comedy en gothic murder mystery.

Hoofdpersoon is de jonge anglofiele Hongaar János Bátky, een vrouwengek, gepromoveerd letterkundige en geïnteresseerde in de ideeëngeschiedenis van 17de- eeuwse Engelse mystici als Robert Fludd. Tijdens een borrel van de Londense high society (begin jaren dertig) ontmoet Bátky de curieuze graaf van Gwynned, Owen Pendragon, een nazaat van Asaph Pendragon: alchemist, Rozenkruiser, vriend van Fludd en overtuigd van de wederopstanding van het lichaam, hét Pendragondevies – of de Pendragonvloek? Wanneer Bátky door Owen Pendragon wordt uitgenodigd de bibliotheek van zijn kasteel in Wales te bezoeken, volgt een reeks mysterieuze gebeurtenissen.

Bátky geeft zich echter niet zomaar over aan huiveringwekkend bijgeloof. ‘Alles heeft een reden’, aldus de ongelovige Bátky, die met cynische opmerkingen – ‘dat het in Engelse kastelen wemelt van spoken is een feit, maar die zijn alleen voor natives zichtbaar’ – niet alleen zijn angst beteugelt, maar ook de door hem en de Britten geliefde ‘gothic’ literatuur zodanig op de hak neemt, dat De Pendragonlegende leest als een pastiche.

Een complot, met als inzet een gigantisch privé-vermogen, moet voor Bátky en zijn excentrieke medekasteelbewoners de fraai geschilderde spookwereld inclusief moord verklaren. Als Szerbs ironische, spannende spel afloopt, wordt duidelijk dat ‘we in twee werelden tegelijk leven, en alles twee betekenissen in zich draagt: de eerste is voor iedereen begrijpelijk, maar de tweede gaat de taal te boven’.