We zijn buren geworden

Elke dag liepen de dorpelingen uit, voor de vragen uit Nederland.

Laatste deel uit een nrc.next-project over het dorp Dickisoni in Malawi.

Vier dagen lang konden ze elkaar met vragen bestoken: mensen uit het rijke Nederland en de bewoners van het straatarme Dickisoni, een dorp in Malawi zoals er in Afrika tienduizenden zijn. Vanuit Nederland kwamen er meer dan 400 vragen, vanuit Dickisoni een stuk of dertig. Twee werelden die vreemd voor elkaar zijn, kwamen even bij elkaar.

De eerste dag bezocht ik vele huizen om de antwoorden op vragen uit Nederland te vinden. De tweede dag was dat al niet meer nodig. Toen de dorpelingen doorkregen dat ik elke dag halverwege de middag mijn apparatuur buiten zette om via een satellietverbinding vragen uit Nederland te ontvangen en vragen uit Dickisoni te sturen, bleven ze komen. Ze wachtten gerust anderhalf uur onder de grote boom bij mijn huis, tot ik de computer binnen had uitgezet en de zendapparatuur weer binnenhaalde. De vierde dag zaten er zeker 60 mensen, ook uit andere dorpen. Sommigen kwamen elke dag.

Ze hadden meer belangstelling voor het beantwoorden van vragen dan voor het stellen van vragen. Ze bleven zich erover verbazen dat zoveel mensen aan de andere kant van de wereld van hun bestaan wilden weten. Het makkelijkst vonden ze de concrete vragen: Wat eten jullie? Hebben tieners bij jullie ook jeugdpuistjes? Hoever is het lopen naar school?

Om sommige vragen moesten ze grinniken of breeduit lachen. Zoals om de vraag: waarheen zou je op vakantie willen gaan? Ze kennen geen vakantie. Als ze niet genoeg voedsel hebben om het hele jaar te eten, hoe zouden ze dan aan geld moeten komen om te reizen? De meesten zijn nooit in de hoofdstad Lilongwe geweest, 80 kilometer verderop.

Ook de vraag waarom meneer Thunde niet alsnog naar school gaat, vonden ze hoogst vermakelijk. Wie bewerkt er dan zijn akker? Wie zorgt voor zijn gezin? Daarbij zagen ze meneer Thunde nog niet tussen al die jonge leerlingen op de basisschool zitten. Korte broek verplicht.

Pratend onder de boom overviel ons telkens weer het duister. Mensen kregen het koud maar ze gingen niet naar huis. We konden elkaars gezichten niet meer zien.

De grootste moeite hadden ze met abstracte vragen. Zoals: Wat dragen de dorpelingen aan als oplossing voor de existentiële armoede? En: Hangen de mensen een bepaalde ideologie aan? Daar wisten ze geen antwoord op. Dan zei er altijd wel iemand: „Wat zijn we achtergebleven. Wat moeten die Nederlanders gestudeerde mensen zijn.’’

Ook met vragen over het beeld dat dorpelingen hadden van het Westen, wisten ze geen raad. Hoe denken ze dat een standaarddag van een westerling eruit ziet, bijvoorbeeld van een getrouwde vrouw met drie jonge kinderen? Waar lachen westerlingen om? Wat moesten ze daar nou op zeggen? Ze hebben nooit tv of film gezien of zelfs maar een foto in de krant. Als ze zich een voorstelling maken van het Westen, dan denken ze aan de nabijgelegen handelspost Kasiya of de hoofdstad Lilongwe, maar dan mooier en groter. Ze missen elk aanknopingspunt.

Veel antwoorden die ze op hun vragen uit Nederland kregen, gingen hun bevattingsvermogen te boven. Iedereen in Nederland heeft loon of een uitkering en het minimum jaarloon is ruim 15.500 euro bruto? Dat verdienen ze met zijn allen in een heel leven niet. Elke Nederlander is dus puissant rijk. De levensverwachting van een Nederlander is 80 jaar, twee keer de levensverwachting van een Malawiaan. Kleine kinderen in Nederland gaan zelden dood. Ze reageerden met ongeloof.

Elke dag was er wel iemand die zich, bij het horen over die weelde, schaamde voor zijn armoede. Altijd was er wel iemand die zich tegenover de Nederlandse vragenstellers en antwoordgevers, meende te moeten excuseren. „We hebben ze niets te geven. We bidden voor ze.’’

Hebben Nederland en Dickisoni elkaar afgelopen week leren kennen? Een beetje. „Nederland en Dickisoni zijn buren geworden’’, zeggen ze in het dorp. Daarmee bedoelen ze: we zijn voor elkaar geen volslagen vreemden meer.

Lees het weblog van Dick Wittenberg vanuit Dickisoni op www.nrc.nl/richmeetspoor