Voorwaarts

Vreemde opmerking die kan vallen tijdens een wedstrijd: „De ene ploeg voetbalt, de andere niet.” Ook komt het voor dat een speler wordt geprezen omdat hij zijn team aan het voetballen krijgt. Raar – je zou zeggen dat een voetballer altijd voetbalt, anders was hij geen voetballer. Toch zijn er zat voetballers die niet voetballen. Sterker nog, van complete teams die aan het voetballen zijn kun je zeggen dat ze niet voetballen.

Gedenkwaardig in dit opzicht was het debuut van de pas zeventienjarige Ismail Aissati in de Champions League, oktober 2005 tegen AC Milan. Het was zo’n wedstrijd waarbij de ploegen elkaar met veel behoudende tactiek in evenwicht houden. Ergens in de tweede helft mocht Aissati invallen en het was bijna gek om te zien: opeens ging de PSV’er een potje lopen voetballen. Ik weet nog hoe de thermostaat van mijn gemoed drie graden omhoog schoot zodra Aissati aan de bal kwam. Hij deed me nog eens beseffen wat de essentie van voetballen is.

Het zoeken van de voorwaartse oplossing.

De bal in het vijandelijke net krijgen terwijl elf mannen alles in het werk stellen om dat te verhinderen, vormt een immens probleem. En iedereen die wel eens op een voetbalveld heeft gestaan weet dat dat probleem, zeker in belangrijke wedstrijden, ronduit beangstigend kan zijn. Het vergt moed, een ontembare scheppingsdrang om dat probleem aan te pakken door de bal met vaart en precisie vooruit te spelen. Er kan van alles mis gaan, elke wedstrijd is een foutenfestival, en toch doet de ware voetballer juist dat: één-tweetje opzetten, steekpassje proberen, zich gelijk weer aanbieden, mannetje passeren. Zonder dat de controle over de bal wordt verloren doet hij alles om dichterbij het vijandelijk doel te komen.

Ronduit opwindend is een elftal waarvan de meeste leden voetballen. Steeds weer zetten de leden zich over misverstanden en verkeerde passes heen; het verlangen naar technisch vaardige aanvalsopzetten overwint de frustraties. Ook de grimmige aanblik van tegenstanders die weinig anders doen dan de bal breed spelen of het spel vertragen kan hen niet ontmoedigen. Je ziet het elftal voetballen en je hoopt dat het nooit meer ophoudt. De ene echte voetballer trapt de bal met voorwaartse bezieling naar de andere, en aan de lichaamstaal van die andere lees je het genot af om de bal zo snel en nauwkeurig mogelijk naar een medespeler te verplaatsen die er beter voorstaat dan hij. Het spel verloopt zoals het bedoeld is om gespeeld te worden. Uitgevoerd door jonge, onbevangen voetballers die de wereld iets moois willen schenken.

Tot zover deze aanloop om te zeggen dat ik hoop dat AZ zondag kampioen wordt.