VN zoeken naar nieuwe opzet zetelverdeling Veiligheidsraad

Van Kosovo tot Darfur speelt de Veiligheidsraad een sleutelrol in grote kwesties. Maar de samenstelling van het machtige orgaan is al jaren omstreden. De VN zoeken naar een eerlijker opzet.

Deze week nemen alle vijftien ambassadeurs van de leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties poolshoogte in Kosovo. Er staat veel op het spel. Want binnenkort zal de raad stemmen over het omstreden plan dat de Servische provincie onafhankelijkheid geeft onder internationaal toezicht.

Er is weinig voor nodig om het geweld op de Balkan weer te laten oplaaien, beseffen alle betrokkenen. Alle ogen zijn dan ook gericht op wat de Veiligheidsraad over de toekomstige status van de regio zal besluiten.

Het is slechts een van de vele heikele kwesties in de wereld waarin de Veiligheidsraad een sleutelrol speelt. De raad staat bijvoorbeeld ook in het centrum van de diplomatieke pogingen om het geweld in de West-Soedanese regio Darfur te bedwingen, de nucleaire ambities van Iran in te tomen, de raad speelt een hoofdrol bij de uitzending van vredestroepen en de oprichting van tribunalen.

Maar terwijl de ene na de andere kwestie van wereldbelang behandeld wordt aan de hoefijzervormige tafel bij de Verenigde Naties in New York, heerst er bij veel landen al jaren grote onvrede over de opzet van de raad. En dat doet afbreuk aan het draagvlak van de raad en zijn besluiten.

Van de 192 lidstaten van de Verenigde Naties hebben slechts vijf landen in dit machtige orgaan een permanente zetel en daarmee een veto dat alle actie kan verlammen – de Verenigde Staten, Rusland, China, Groot-Brittannië en Frankrijk. De overige tien zetels worden bij toerbeurt (voor twee jaar) bezet en hebben geen vetorecht.

Na de Tweede Wereldoorlog mag het een goed idee geweest zijn die vijf landen een speciale rol te geven, maar de wereld ziet er nu heel anders uit, erkent iedereen binnen de VN. Waarom heeft een land als Frankrijk bij al die beslissingen over oorlog en vrede wél zo’n machtspositie in het hart van de internationale diplomatie, maar bijvoorbeeld Japan, Duitsland, India en Brazilië niet? En waarom is er eigenlijk geen Afrikaans land met een permanente zetel? Vooral ontwikkelingslanden hebben het gevoel dat ze onvoldoende vertegenwoordigd zijn.

Al jarenlang wordt er binnen de Verenigde Naties intensief maar vergeefs gesproken over hervorming en uitbreiding van de raad. Allerlei voorstellen zijn gedaan en hebben het niet gehaald. Zelfs met de sterke persoonlijke inzet van Kofi Annan, tot eind vorig jaar secretaris-generaal van de VN, lukte het niet overeenstemming te bereiken over een nieuwe opzet die meer recht doet aan de huidige verhoudingen in de wereld.

Afgelopen weekeinde heeft een commissie van de VN, na uitgebreide consultaties van de lidstaten, een nieuw voorstel gedaan om de impasse te doorbreken. Breidt de Veiligheidsraad tijdelijk uit – maar regel het nog niet definitief, adviseert de groep van vijf VN-ambassadeurs aan de Algemene Vergadering, waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd. Op die manier is er meer kans dat landen zich flexibel opstellen en er beweging in de zaak komt.

De adviescommissie, waar de Nederlandse VN-ambassadeur Frank Majoor deel van uitmaakt, noemt de huidige situatie „niet acceptabel voor een overweldigende meerderheid van de lidstaten”. Ze presenteert geen panklare oplossing, maar oppert een aantal mogelijke vernieuwingen: van toevoeging van tijdelijke zetels voor een langere periode dan twee jaar, tot een vrijwillige beperking van het gebruik van veto’s.

„Wij hebben een denkrichting aangegeven”, zegt Majoor in een telefonische toelichting vanuit New York. „Kofi Annan zei al: richt je niet op de perfecte oplossing, maar op wat haalbaar is. Als we kiezen voor een tijdelijke regeling, kun je datgene waarover we het niet eens kunnen worden doorschuiven naar een tweede fase. Landen die een principiële positie hebben ingenomen, hoeven die niet op te geven als ze alleen over een tijdelijk alternatief spreken. ”

Majoor toont begrip voor landen die uit zijn op een permanente zetel. „Het gaat om middelgrote machten die een rechtmatige plek willen hebben in het besluitvormingsproces over vrede en veiligheid. Neem een land als India: dat meent dat het er recht op heeft gezien zijn inwonertal, economische macht, democratische traditie en levering van troepen aan VN-operaties.”

Maar hij beseft hoe moeilijk de kwestie ligt. „Want India wil met enig recht een plaats aan tafel, maar zou Pakistan daarop zitten te wachten?”

Ondanks de kritiek die er vaak op de Veiligheidsraad is, zegt Majoor, „is het wel het best functionerende orgaan van de VN. Daar moet je voorzichtig mee zijn.” Maar, „ook de vijf permanente leden van de raad bestrijden niet dat een bescheiden uitbreiding wenselijk is”.

Volgende week zal de Algemene Vergadering debatteren over het rapport van de vijf ambassadeurs. Daarna moet de voorzitter van de Algemene Vergadering beslissen of er voldoende basis is om daadwerkelijk onderhandelingen over een nieuwe opzet te beginnen. „Voor september moet wel duidelijk zijn of daar voldoende politieke wil voor is. Uiteindelijk moet het echte onderhandelen op politiek niveau gebeuren.”