Vechten om de rechten

In 2004 ging filmproductiebedrijf First Floor Features failliet. Filmmakers die er werkten probeerden de rechten op hun films uit de boedel te kopen. Daarmee zouden ze uitgebreide dvd’s van hun geesteskinderen op de markt kunnen brengen. Maar het is niet gelukt.

In november 2004 pakt filmmaker Dick Maas de telefoon in het koepeltje op de bovenste verdieping van zijn huis in Amsterdam. Vanuit de cockpit, zoals hij het noemt, belt Maas, regisseur en producent van filmhits als De Lift en Amsterdamned en vooral drie films rond de familie Flodder, met collega’s Mike van Diem, Oscar-winnaar met Karakter, en Alex van Warmerdam, die zijn filmcarrière begon met de klassiekers Abel en De noorderlingen. Met zijn vrouw Esmé Lammers, maker van Lang leve de koningin en Tom en Thomas, heeft Maas een plan bedacht.

Ooit maakten ze films voor First Floor Features, het bedrijf dat producent Laurens Geels en Maas in de jaren tachtig oprichtten en dat hét vlaggenschip werd van de Nederlandse filmwereld. Maar First Floor is voorjaar 2004 failliet gegaan en curator Paul Schaink is bezig de failliete boedel te verkopen. Dat biedt de makers de kans om een deel van de rechten op hun eigen films te verwerven, voorzover nog aanwezig.

De filmmakers bespreken de voordelen die eigendom van deelrechten opleveren. Ze zouden meer betrokken zijn bij hun eigen geesteskinderen. Voor elke dvd die wordt uitgebracht, zouden zij extra materiaal kunnen leveren, commentaar inspreken en de promotie verzorgen. Het benodigde geld zal worden ingebracht door investeerder Dirk Brouwer, een neef van Esmé Lammers. Zij doen de curator een voorstel.

Maar het plan mislukt. Lang leve de koningin is vorige week op dvd uitgebracht, maar er staat geen documentaire op met ‘the making of’, en ook geen commentaar van Lammers. Ze wist niet eens dat de dvd gemaakt werd. De rechten uit de boedel zijn namelijk niet verkocht aan de makers, maar aan tv-zender RTL en aan zakenman Pieter Klapwijk, die ze intussen ook weer grotendeels heeft doorverkocht. Als de regisseurs iets willen met hun creaties, zegt curator Schaink nu, moeten ze zich maar melden bij de nieuwe eigenaren. „Die films zijn toch niet van de aardbodem verdwenen?”

De filmmakers hadden het geld, ze hadden een plan en ze hadden steun van serieuze partijen als productiebedrijf Shooting Star en distributeur Bridge Entertainment. Ze hebben alleen, vinden ze zelf, nooit een echte kans gekregen om deelrechten van hun films terug te kopen. Curator Schaink had naar eigen zeggen „al bij aanvang niet het vertrouwen hier met een commercieel werkelijk interessante partij van doen te hebben”.

Wie de afwikkeling van het faillissement bestudeert, krijgt de indruk dat de makers en Schaink een verschillende taal spraken als zij tot zaken probeerden te komen. Schaink voelde zich niet aangesproken door wat hij als een emotioneel appèl opvatte. De makers zagen in de handelwijze van Schaink de hand van hun oude producent, Laurens Geels, die het faillissement in zijn eigen voordeel probeerde om te buigen.

Geels zelf blijkt namelijk bij de verkoop van de rechten uit de boedel te zijn betaald voor adviezen. Hij is ook weer betrokken bij de productie van films, waarvan een uit de boedel komt. En hij handelt in filmrechten, waarbij titels uit de tijd van First Floor opduiken. „Laurens heeft het bedrijf failliet laten gaan”, zegt Dick Maas bitter, „maar hij is de enige betrokkene die er nog aan verdient.”

Geels en Maas richten in 1986

First Floor Features op, aanvankelijk met veel succes. Als jaren later internationale producties mislukken, begint Geels – die na een breuk met Maas in 2002 feitelijk de leiding over het bedrijf heeft – met geld te schuiven. Als hij geld van investeerders voor de ene film aanwendt om de schulden van andere te betalen, raakt First Floor in een vrije val. In het voorjaar van 2004 gaat het bedrijf failliet, een miljoenenschuld achterlatend. Curator Schaink wordt aangesteld om het faillissement af te wikkelen. Weliswaar heeft First Floor de bulk van de filmrechten al in 1999 verkocht, maar in de boedel bevinden zich nog enkele restanten aan met name tv-rechten.

Schaink probeert inzicht te krijgen in de inhoud en dus de waarde van de boedel. Geels, ziet hij al snel, heeft van de administratie een zooitje gemaakt. Geels, zegt Schaink, „heeft een hok gehuurd” waar contracten, boekhouding en correspondentie liggen opgeslagen in „honderden dozen”. De enige die de weg in dit doolhof weet, is Laurens Geels zelf. „Ik moest mij wat de informatie betreft helemaal op hem verlaten”, zegt Schaink. Maar: „Zijn informatie bleek vrijwel altijd te kloppen.”

Geels duikt op verzoek van de curator af en toe in de dozen en haalt contracten te voorschijn. Maar, zegt Schaink: „Contracten vormen het zwakke punt in dit faillissement.”Aan elke filmtitel kleven verschillende uitbrengrechten, die variëren in looptijd, geografische spreiding en medium – bioscoop, video en dvd, internet of vliegtuig. Die rechten zijn doorgaans verkocht aan verschillende partijen in uiteenlopende landen. Daardoor hangt aan elke film een reeks van contracten en een vele vellen tellend overzicht – van de tv-rechten in Brazilië tot 2013 tot de al verlopen dvd-rechten in Japan. Een goed georganiseerd bedrijf heeft die rechten keurig op een rijtje op basis van contracten. Zo niet First Floor.

Om dit probleem op te lossen had de curator film- en tv-rechtenexperts kunnen inhuren om de waarde van de contracten te taxeren, meent advocaat Tom de Mol, zakenpartner van Dick Maas. Dan had de curator een overzicht van de beschikbare rechten kunnen opstellen. Op grond daarvan hadden meerdere partijen een bod kunnen doen. De curator had dan het beste bod kunnen aanvaarden. Maar Schaink heeft gekozen voor onderhandse verkopen. Hij zegt, als ervaren curator, dat dit ,,tot betere opbrengst leidt” dan een veiling.

De Nederlandse rechten

voor de vierde en vijfde tv-serie rond de familie Flodder vormen het meest waardevolle element in de boedel. In het voorjaar van 2005 verkoopt de curator ze voor 250.000 euro aan RTL. De omroep heeft een lange geschiedenis met Laurens Geels. Het bedrijf had grote bedragen geleend aan de geldverslindende producent. Een deel van de film- en tv-rechten van First Floor was al in 2001 overgegaan op RTL omdat Geels zijn schulden niet kon afbetalen. RTL is dus een logische gegadigde voor de overige rechten. Geels heeft daarbij geen rol gespeeld, zegt RTL-directeur Habets. „Ik heb vooraf geen contact met Laurens Geels gehad. Dat zou ook heel raar zijn geweest.”

Geels dient namelijk op datzelfde moment de curator al van advies bij de transactie en krijgt daarvoor – via een omweg – ook betaald. „Geen enorme bedragen”, onderstreept Geels, die verder nauwelijks commentaar wil geven – „Daar heb ik niet veel belang bij.” Voor het exploiteren van de rechten heeft Schaink Egmond Film ingehuurd, dat op zijn beurt Geels een fee als ‘agent’ betaalt. Egmond, bekend van films als Polleke, is het bedrijf van Hans de Weers, een jeugdvriend van Geels.

Voor deze ‘agent’-constructie heeft Schaink toestemming gekregen van de rechter-commissaris, zijn wettelijke toezichthouder. Is het niet merkwaardig dat uitgerekend de man die verantwoordelijk is voor het faillissement, verdient aan de boedelverkopen? „Ik heb dat in mijn praktijk als curator vaker meegemaakt”, zegt Schaink. „En wat mij betreft is het eenmalig geweest.”

Nadat de transactie was afgesloten heeft Geels wél adviezen aan RTL verstrekt, zegt directeur Habets. „Geels kwam voor een ander project langs en vroeg en passant ook naar de oude First-Floortitels. Hij wist te vertellen dat er een veelbelovende markt was voor video-on-demand. ‘Kan ik daarbij voor jullie bemiddelen’, vroeg hij. Hij heeft ons toen geholpen bij een deal met Versatel. Daar heeft hij van ons een aanbrengers-fee voor gekregen.”

Voorjaar 2005 wordt Armada, een bedrijf van de investeerder Pieter Klapwijk, voor 160.000 euro eigenaar van de boedelrestanten. Daaronder naar zijn zeggen vooral ‘burnt matches’, oude filmtitels die niet veel geld meer zullen opbrengen. Klapwijk, die Geels meermaals financieel de helpende hand bood in het jaar voor het faillissement van First Floor, vroeg Geels vooraf advies. „Van Laurens kreeg ik te horen: dit bedrag krijg je er wel uit op termijn.”

Is het niet raar Geels hier een dubbelrol heeft vervuld, adviseren aan koper én verkoper? „Een valide vraag”, vindt Klapwijk: „Maar het gaat erom of er een conflict of interests is. Dat had er kunnen zijn als Geels van tevoren had geweten dat hij als salesagent bij mij een hogere commissie zou krijgen dan bij een andere koper. Dat was niet het geval.” Klapwijk zal Geels na de transactie wel betalen om te helpen de gekochte films door te verkopen.

Esmé Lammers en haar neef Dirk Brouwer hadden zomer 2004 hun licht opgestoken bij Schaink, maar waren niet veel wijzer geworden. Tussen de curator en de filmmaakster botert het niet. Lammers heeft het idee dat de curator niet veel meer van de filmwereld weet dan wat Geels hem heeft verteld. Schaink blijkt niet te weten dat haar man verantwoordelijk is geweest voor de succesvolste films uit de geschiedenis van First Floor. De curator ergert zich aan de in zijn ogen slecht onderbouwde claims van Lammers. „Ik vond haar onvoldoende zakelijk.”.

Toch belooft de curator dat hij Lammers en Brouwer „binnen enkele weken” informatie over titels en rechten zal verschaffen. Als Lammers maandenlang niets van hem hoort, belt ze eind oktober 2004 zelf op. Schaink stemt in met een nieuwe ontmoeting. Schaink heeft net zijn verkoopplan voorgelegd aan de rechter-commissaris, als Lammers en Brouwer hem op 9 november bezoeken. Schaink schetst het exploitatiemodel dat hem voor ogen staat. Lammers schrikt als zij hoort dat de levenslange uitzendrechten op de Flodder-serie net zijn verkocht en welke rol de curator heeft voorzien voor ‘agent’ Egmond Film en adviseur Geels.

Dat is het sein voor Lammers en Maas om vanuit de ‘cockpit’ met de andere makers een plan te smeden. Hun model is geënt op dat van de curator. Het grote verschil: omdat zij nooit meer met Geels willen samenwerken, stellen zij een andere ‘agent’ voor dan Egmond Films. Schaink houdt echter vast aan Egmond en zegt dat het consortium rond Lammers en Brouwer dan maar een bod op alle in de boedel aanwezige rechten moet doen. Onmogelijk, vinden de makers, zolang de curator niet kan aangeven wat er nu precies te koop was. De schoenendozen van Geels benemen daar het zicht op.

De filmmakers bespeuren bij de curator weinig enthousiasme. Waarom heeft Schaink de verschillende gegadigden niet tegen elkaar laten opbieden? Na een lange stilte antwoordt de curator: „Ik was eerlijk gezegd al blij dat ik er vanaf kon.”

Schaink zegt voor Klapwijk en RTL te hebben gekozen omdat andere gegadigden slechts één of enkele titels wilden kopen en relatief kleine bedragen boden: „Ik kon van Armada direct 160.000 euro krijgen.” Maar de makers hadden een voorschot van 100.000 euro in gedachten, blijkt uit een conceptbrief. In de versie die Schaink kreeg, werd het bedrag niet genoemd, volgens Lammers om hun onderhandelingspositie niet te verzwakken. Nu stond er: „een substantieel voorschot”. Schaink achteraf: „Als die 100.000 euro in de brief had gestaan, hadden de zaken anders gelegen.”

De curator onderstreept dat hij tot nog toe ruim zes ton heeft verdiend voor de boedel, mede door de verkoop van de uitzendrechten van enkele Flodder TV series aan SBS Belgium voor 66.700 euro.

Klapwijk heeft inmiddels

een deel van de boedel van First Floor, waaronder de tv-rechten van Karakter, voor 70.000 euro doorverkocht aan RTL. Met RTL probeert hij een nieuwe Flodder-serie te maken. Verder financiert hij via Armada een film over de jeugd van voetbalclub Ajax en de verfilming van Tonke Dragts De brief voor de koning, geproduceerd door Egmond Film.

Laurens Geels runt een bedrijfje in internationale filmrechten, Valmer Media. Hij is naar eigen zeggen druk bezig met de begeleiding van de financiering van De brief voor de koning. „Ik verwacht dat Egmond en Armada dit jaar met de opnamen beginnen.”

Dick Maas werkt aan De botox-methode en ziet de wederopstanding van Geels met lede ogen aan: „Wij zijn slachtoffer van de chaos die Laurens heeft veroorzaakt, terwijl híj er juist van profiteert.”

Daar brengt curator Schaink een nuancering aan. Geels is persoonlijk aansprakelijk gesteld voor het faillissement First Floor en Schaink heeft, met instemming van de rechter-commissaris, Geels een sanctie opgelegd. „Een bescheiden regeling”, zegt Schaink. „Mede gelet op zijn persoonlijke omstandigheden.”