Vanaf morgen niet meer: infantiele lingerie

Hemdjes met Snoopy, onderbroekjes met Kermit de Kikker en liefroze sokjes van de Pink Panther. Nee, dit is niet de souvenirwinkel in een pretpark of de zoete kinderafdeling van een warenhuis: dit is de collectie van een gemiddelde modewinkel, afdeling dameslingerie.

Terwijl we net afstand hebben gedaan van de herentrend om sokken met afbeeldingen van Barney Rubble van The Flintstones of Ollie B. Bommel te dragen, smelt de Nederlandse vrouw nu weg bij cartooneske beha’s en broekjes. O zo snoezig, een Hello Kitty-popje afgebeeld op de voorkant van zachtroze katoenen slipjes, of desgewenst de cast van The Muppet Show. Smaakvoller moet het niet worden. Het wachten is op Kabouter Plop-tanga’s en Bob de Bouwer push-ups.

We waren toch ‘Stout’ geworden, volgens de leer van de Huishoudbeurs, lingerie-ontwerpster Marlies Dekkers en ondeugende schrijfster Heleen van Royen? Maar terwijl meer dan ooit de vrouwelijke seksualiteit gevierd wordt op billboards, in fotoboeken en chicklit, dicteert de middenmoot van grote winkelketens een treiterende mode van infantiele lingerie. De rekken hangen propvol pastelkleurige onderbroeken, met afbeeldingen van stripfiguren of tekenfilmhelden. Aan de hoeveelheid te zien, moet een aanzienlijk deel van vrouwelijk Nederland rondlopen met borsten die zijn verpakt in olijk lachende Snoopy’s of op het achterwerk een smalende Kermit meetorsen.

De hang naar kinderachtigheid is een keuze, maar de middenstand voedt vrouwen ook niet bepaald op. De collectie van bijvoorbeeld onderhemden die niet van obscuur plastic weefsel met hoerige versierselen zijn gemaakt, is beperkt: kies maar tussen een katoenen hemdje met applicatie van een kittig katje of één met roze panter. De productiekosten zullen toch niet veel hoger uitpakken als zo’n poezelig hemd zou worden vormgegeven met een iets stoerder ontwerp. Maar volwassen vrouwen wordt geen keus gelaten – of ze willen kennelijk niks stoers, volgens de wet van vraag en aanbod.

Het moet popperig, giechelig, kleuterig. Fris en speels. Of het nog enigszins ladylike of, oh horror, sexy is, doet er niet toe. Je moet er uit zien als Lolita, óók op je 35ste en óók met maat 44.

Arme mannen, die op een zwoele aprilavond de zomerjurk van een dameslijf pellen en, alsof het een Happy Meal-cadeautje betreft, een grote Kermit de Kikker-onderbroek aantreffen.

Zoals cabaretier Theo Maassen opmerkte over een potentiële minnares die haar slaapkamer heeft omgetoverd tot een Garfield-museum: „En dan móet je nog!”

Olga van Ditzhuijzen