Superieur cellist, krachtig dissident

De Russische cellist Mstislav Rostropovitsj was even bewogen en hartstochtelijk in zijn spel als in zijn strijd voor vrijheid en mensenrechten.

Mstislav Rostropovitsj tijdens zijn legendarische concert bij de val van de Berlijnse Muur in 1989 Foto Helge Hummelvoll, HH Duitsland, Berlijn, 11-11-1989 De van oorsprong russische cellist Mstislav Rostropovich, geeft een concert bij de zojuist geopende Berlijnse Muur. Foto: Helge Hummelvoll/Hollandse Hoogte 00098544 Hollandse Hoogte

Kasper Jansen

Mstislav Rostropovitsj, die vanochtend op tachtigjarige leeftijd in een ziekenhuis in Moskou overleed, werd sinds lang erkend als ’s werelds grootste cellist. Hij was ook dirigent. Maar in de laatste decennia van zijn leven was hij nóg belangrijker als verdediger van de mensenrechten, met een groot gezag en een enorme persoonlijke uitstraling. Zijn status op muzikaal en moreel gebied was onbetwist. Rostropovitsj was de nobele tsaar van de Russische muziek. Zoals in Moessorgski’s opera Boris Godoenov de tsaar na zijn kroning door het volk wordt toegezongen met Slava! Slava! Slava! (Glorie! Hulde! Heil!), zo was Slava de koosnaam van Rostropovitsj.

De cellist met de hartstochtelijk rijke en emotionele toon, voor wie musiceren een zaak was van het grote gevoel, had even sterke maatschappelijke overtuigingen. In Rusland leefde hij op gespannen voet met het communisme. Hij was een krachtige dissident, een openlijke vriend van de anti-stalinistische schrijver Alexander Solzjenitsyn. Die had van de Sovjet-autoriteiten zijn Nobelprijs niet in ontvangst mogen nemen, maar Rostropovitsj liet hem in zijn datsja wonen.

Ondanks zijn anticommunisme verwierf Rostropovitsj met zijn superieure cellospel een bijna onaantastbare positie. Toch werd hem en zijn vrouw, de wereldberoemde sopraan Galina Visjnevskaja, in 1978 het Russische staatsburgerschap ontnomen. Maar Rostropovitsj leefde lang genoeg om het eind van het communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie mee te maken. In 1990 kreeg het echtpaar Rostropovitsj het Russische staatsburgerschap terug. Het leidde tot een triomfantelijke rentree in zijn vaderland, compleet vastgelegd op tv. Het jaar daarvoor had Rostropovitsj op eigen wijze bijgedragen aan het massale Duitse volksfeest ter viering van de val van de Berlijnse Muur. Hij speelde die zondagmiddag in november bij Checkpoint Charlie cellosuites van Bach ter herdenking van alle doden die bij vluchtpogingen waren gevallen sinds de bouw van de Muur. [Vervolg ROSTROPOVITSJ: pagina 9]

ROSTROPOVITSJ

Rostropovitsj hield van alle muziek met een hart

[Vervolg van pagina 1] Met zijn vastbesloten strijd voor vrijheid trad Rostropovitsj in een typische traditie van fameuze muzikanten. De virtuoze Poolse pianist Paderewski was in 1919 bijvoorbeeld een jaar lang premier van het nieuwe, vrije Polen. Het definitieve eerherstel voor Rostropovitsj kwam op 27 maart dit jaar, bij de viering van zijn tachtigste verjaardag op een galabijeenkomst in het Kremlin. President Poetin, die Rostropovitsj eerder had opgezocht in een ziekenhuis in Moskou, prees hem als briljant musicus en als activist voor de mensenrechten en de idealen van democratie. Poetin, die volgens de Russische oppositie de weg terug is ingeslagen, reikte hem de Orde van Verdienste voor het Vaderland uit. „Ik voel me de gelukkigste man ter wereld”, zei Rostropovitsj bij die gelegenheid.

Waaraan de cellist precies is overleden werd vanochtend niet bekendgemaakt. In februari was hij in Parijs, waar hij sinds lang woonde, opgenomen in het ziekenhuis wegens darmkanker. Op zijn tachtigste verjaardag leek hij juist weer wat opgeknapt.

Mstislav Rostropovitsj werd geboren op 27 maart 1927 in Bakoe. Zijn moeder was een kundig pianiste, zijn vader was een cellist die had gestudeerd bij Pablo Casals. Als 16-jarige ging Rostropovitsj naar het Conservatorium in Moskou, waar hij ook compositie studeerde bij Prokofjev en Sjostakovitsj. In 1945 won hij het eerste concours in de Sovjet-Unie voor jonge musici.

Tijdens zijn carrière nam Rostropovitsj vrijwel het gehele cellorepertoire op. Tal van componisten schreven stukken voor hem, onder anderen Sjostakovitsj, Prokofjev, Britten, Boulez, Berio, Messiaen, Schnittke, Bernstein, Dutilleux en Lutoslawski. „Ik houd van alle muziek, ongeacht de stijl, als ik er maar een hart in kan ontdekken.”

In 1970 schreef Rostropovitsj een open brief aan president Breznjev uit protest tegen het gebrek aan artistieke vrijheid in de Sovjet-Unie. Concerten en plaatopnamen werden vervolgens geschrapt, buitenlandse optredens van Rostropovitsj en Visjnevskaja werden onmogelijk gemaakt. In 1974 mochten ze het land verlaten, ze vestigden zich uiteindelijk in de Verenigde Staten.

Waaraan Rostropovitsj is overleden was vanochtend nog niet bekend. In februari werd hij in Parijs, waar hij sinds lang woonde, opgenomen in het ziekenhuis wegens darmkanker. Bij de feestelijkheden voor zijn tachtigste verjaardag leek hij opgeknapt.

Rostropovitsj had bijzondere en langdurige banden met Nederland, waar hij al vroeg in zijn carrière was opgetreden. Hij was een huisvriend van de Oranjes. In 1998 speelde Rostropovitsj in het Amsterdamse Concertgebouw tijdens een concert ter viering van de 60ste verjaardag van koningin Beatrix. Hij was in in 2002 in Delft aanwezig op de begrafenis van prins Claus. In 2004 kreeg Rostropovitsj in Amsterdam de Edison Oeuvreprijs Klassiek.

Het bijzonderste dat Mstislav Rostropovitsj in ons land deed was in 1992 het dirigeren van de wereldpremière van de opera Life with an idiot van Alfred Schnittke bij de Nederlandse Opera. Life with an idiot was de zwanezang van de Sovjet-Unie, waarin de burger gedwongen moest samenwonen met het communisme. Het optreden van de dirigent Rostropovitsj maakte deel uit van de voorstelling: hij werd naar zijn plaats gebracht door een bewaker van het gekkenhuis en kreeg van hem een dirigeerstokje en een partituur aangereikt.

Hoe ernstig Rostropovitsj zijn kunstenaarschap nam, blijkt uit zijn opname van de Zes suites voor cello-solo van Bach. In 1941 was hij begonnen met zijn Bach-studie. Casals, die ooit het belang van de suites had ontdekt, speelde in 1957 Bach voor Rostropovitsj, „een onvergetelijke ervaring.” Na vijftig jaar, in 1991, maakte hij in de basiliek van Vézelay zijn eerste complete opname van de cello-suites. Ze werden pas uitgebracht na vier jaar, toen de cellist met de fabelachtige techniek tot de conclusie was gekomen dat het resultaat mocht worden gehoord.