Risotto con pesto rosso

Voor 2 personen als voorgerecht 1 sjalotje zout 5 halve zongedroogde tomaten onder olie 1 dessertlepel olijfolie extra vergine 160 g Carnaroli-rijst (of Arborio) 1 blokje groentebouillon (biologische winkel) 20 g roomboter 20 g vers geraspte parmigiano reggiano pesto rosso (uit pot)

Deze pesto met smaakmakers uit twee potjes is binnen een half uur klaar.

Bereiding: Breng 1 liter warm water samen met het bouillonblokje aan de kook. Pel en snipper het sjalotje. Snijd de tomaten overdwars in smalle reepjes en die vervolgens eenmaal doormidden. Leg de snippers sjalot op een plat hoopje in het midden van een ruime, lage pan. Giet de olie erover en smoor de sjalot, bestrooid met een beetje zout, zonder roeren een tweetal minuten op laag vuur tot ze zacht beginnen te worden.

Roer de rijst erdoor en rooster de korrels al roerend (steeds op laag vuur) tot ze warm aanvoelen als de duim erop wordt gedrukt. Blus de pan af met 2 keukensoeplepels kokende bouillon en voeg de reepjes tomaat toe. Kook de rijst al roerend bijtgaar op half hoog vuur in circa 17 minuten. Voeg zodra de bouillon vrijwel is ingekookt, telkens weer een keukensoeplepel kokende bouillon toe. Draai, zodra de rijst bijtgaar is en de gewenste consistentie heeft, het vuur uit onder de pan.

Roer roomboter en parmigiano erdoor en laat de rijst 2 minuten rusten in de gesloten pan. Serveer het gerecht in voorverwarmde diepe borden en deponeer een volle theelepel rode pesto bovenop de risotto. Wie Siciliaanse pesto heeft gemaakt (recept van 19 oktober) gebruikt daar wat van. Geef als vervolg op de risotto gegrilde lamskoteletjes of ander ‘snel’ vlees. Maar blijf in Italiaanse stijl en eet het vlees apart van de risotto als een tweede gang van de maaltijd.

Morgen: pavlova