Rapport: Europol functioneert matig

De Europese Unie is er de afgelopen jaren niet in geslaagd om doelmatig op te treden tegen de georganiseerde criminaliteit, zo blijkt uit onderzoek.

Europol, het samenwerkingsverband van politie in de Europese Unie, functioneert door gebrek aan bevoegdheden nog steeds onder de maat en wordt in de lidstaten nauwelijks serieus genomen.

Europese wetgeving om grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden en opsporingsinstanties van individuele lidstaten te verplichten onderling informatie uit te wisselen – zoals vingerafdrukken of DNA-sporen – zijn in de praktijk nauwelijks in nationale wetgeving ingevoerd.

Dat blijkt uit het rapport ‘De Europese Unie en het gevecht tegen de georganiseerde criminaliteit’, uitgevoerd door Hugo Brady van het Britse Centre for European Reform, een denktank voor Europese kwesties.

Op papier wordt de wenselijkheid van betere samenwerking, met name na de aanslagen in Amerika in 2001, bij herhaling beleden, aldus Brady. Maar in de praktijk ontbreekt vaak de wil en is besluitvorming in de raad van Europese ministers van Justitie, waar Europese regelgeving wordt vastgesteld, traag en bureaucratisch.

Alleen afspraken in kleiner verband werken volgens de Duitse oud-minister Otto Schilly in de praktijk goed. Zoals die tussen de acht lidstaten van het Verdrag van Prüm over betere politiesamenwerking. Maar ook in dat kleine verband was er eerst de nodige weerstand. „Sommige lidstaten beschouwen opsporingsinformatie als hun exclusieve eigendom. ”

Europol zou van serieuze betekenis voor grensoverschrijdende criminaliteitsbestrijding kunnen zijn, aldus Brady, maar krijgt van de lidstaten nog steeds onvoldoende ondersteuning. Zo kreeg Europol in 2006 bij een onderzoek naar de omvang van georganiseerde criminaliteit in de individuele landen wisselende dossiers binnen.

Sommige lidstaten vaardigen een verbindingsofficier af naar het Europol-hoofdkantoor die ter plekke de bevoegdheid niet heeft om vertrouwelijke informatie uit te wisselen. Met als gevolg, zo citeerde Brady een Ierse politiefunctionaris, dat we in internationaal onderzoek niet de hand kunnen leggen op belangrijke personen in criminele organisaties.