Plasterk haalt de teugels aan

De beide staatssecretarissen van Onderwijs kregen in de Kamer complimenten over hun krachtdadigheid. Maar ‘Zoetermeer’ moet niet terugkomen.

Den Haag, 27 april. - Komt Zoetermeer terug? Voor het eerst in negen jaar levert de PvdA met Ronald Plasterk weer de minister van Onderwijs, en meteen wordt de regie strakker. De nieuwe bewindslieden zijn strenger voor scholen dan oud-onderwijsminister Van der Hoeven (CDA), zo blijkt uit de eerste vijftig dagen van hun regeerperiode.

Enkele Kamerleden prezen gisteren in een debat de twee staatssecretarissen van Onderwijs om hun krachtdadigheid. Sharon Dijksma (PvdA) had aangekondigd met een wetsvoorstel te komen om sneller te kunnen ingrijpen bij falende schoolbesturen. Haar collega Marja van Bijsterveldt (CDA) ontnam vorige week 85 opleidingen in het middelbaar beroepsonderwijs hun examenlicentie, wegens onvoldoende kwaliteit.

Volgens een woordvoerder van het ministerie moeten deze maatregelen niet worden gezien als een afscheid van Van der Hoevens beleid van laisser faire. Scholen mogen nog steeds zelf weten hoe ze het onderwijs inrichten, aldus de woordvoerder, maar het ministerie zal meer dan voorheen letten op de kwaliteit. Kamerlid Van Dijk (CDA) vroeg zich gisteren niettemin af of het ministerie „verkapt de vrijheid en autonomie van scholen” aan het afbreken is.

De strakkere regie van de bewindslieden valt samen met het begin van de ‘tijdelijke commissie parlementair onderzoek onderwijsvernieuwingen’, onder leiding van Kamerlid Dijsselbloem (PvdA). Deze commissie zal zich buigen over het falen van de maatregelen die PvdA-bewindslieden in de jaren negentig oplegden aan scholen, zoals de basisvorming en de Tweede Fase. Zoetermeer, de plaats waar het ministerie tot 2003 was gevestigd, werd in die jaren synoniem voor het opleggen van onderwijsbeleid van hogerhand, zonder draagvlak bij scholen.

Behalve het strengere optreden tegen scholen hebben de bewindslieden nog weinig plannen geopenbaard. Het liefst hadden ze hun voornemens nog anderhalve maand voor zich gehouden, totdat de voorgenomen honderd dagen van bezinning voorbij zijn. Maar op verzoek van de Tweede Kamer lieten de bewindspersonen gisteren alvast wat doorschemeren.

Volgens Plasterk is de schaalvergroting in het onderwijs „te ver doorgeschoten”. Zijn ideale school is geen leerfabriek „met tienduizend leerlingen”. In het regeerakkoord stond al dat het kabinet de fusieprikkel voor middelbare scholen wil wegnemen. De minister verbaasde zich verder over het zogeheten ‘dola-uur’ – lesuur waarin de docent niet in de klas is, maar wel op loopafstand. Dat zou volgens hem niet mogen meetellen in het aantal contacturen.

Gevraagd naar zijn doel over vier jaar zei Plasterk dat hij het onderwijs aantrekkelijker wil maken om in te werken. „Ik wil dan tegen mijn nu 15-jarige zoon kunnen zeggen: waarom ga je niet het onderwijs in? Dat is nu niet iets wat je je kind zou adviseren.”

Voor Van Bijsterveldt is de maatschappelijke stage – „het breedst gedragen voornemen uit het regeerakkoord” – een belangrijk streven. „Zo’n stage is verrijkend voor een generatie die disco en MSN als belangrijke bezigheden heeft.” Een andere prioriteit is het bestrijden van voortijdig schoolverlaten.

Wat Dijksma betreft moet het „slepen met kinderen” maar eens afgelopen zijn. Daarmee geeft ze te streven naar meer brede scholen, waar behalve voor lessen ook plaats is voor kinderopvang, sport en cultuur. Bovendien wil ze de wachtlijsten in het speciaal onderwijs „aanpakken”, overigens zonder dit type onderwijs voor kinderen met een handicap of gedragsprobleem te willen afschaffen.

Twee weken geleden liet Plasterk de in zijn ogen „geërodeerde” positie van de leraar al aan de orde komen toen hij opmerkte dat leraren moeten overwegen een deel van hun werkzaamheden naar de vakanties te verschuiven. Gisteren maakte hij bekend dat voorzitter Alexander Rinnooy Kan van de Sociaal-Economische Raad leiding gaat geven aan een commissie die de arbeidsvoorwaarden en het carrièreperspectief van leraren gaat onderzoeken.