Peugeot saneert in Frankrijk

Bij de autofabrikant PSA (Peugeot en Citroën) verdwijnen dit jaar nog 4.800 banen in Frankrijk. Er vallen geen gedwongen ontslagen, staat in het saneringsplan dat PSA gisteren bekendmaakte.

De aankondiging komt op een gevoelig moment, net voor de tweede ronde van de Franse presidentsverkiezingen. De socialistische kandidate Ségolène Royal wil, als zij gekozen wordt, sancties treffen tegen bedrijven die de werkgelegenheid verminderen terwijl ze winst maken. PSA maakt winst: vorig jaar nog 176 miljoen.

Maar de tweede Franse autofabrikant, na Renault, ziet de winsten wel al sinds 2002 elk jaar slinken. PSA kampt met aanhoudende problemen. Zo hebben Peugeot en Citroën capaciteit om jaarlijks 4 miljoen auto’s te produceren, terwijl de verkoop wereldwijd stokt bij 3,4 miljoen. Van de internationale verbetering op de automarkt profiteert PSA nauwelijks: in maart steeg de verkoop wereldwijd met 0,5 procent. Het marktaandeel in Europa daalde licht, van 14,4 naar 14,3 procent. Na een forse stijging sinds 1997 daalde vorig jaar de verkoop voor het eerst, met 0,7 procent.

De nieuwe topman Christian Streiff had al aangekondigd verder te willen gaan dan de herstructurering die zijn voorganger Jean-Martin Folz eind vorig jaar aankondigde. De 10.000 banen die daarbij verdwijnen – op een totaal van 122.000 – werden vooral vervuld door tijdelijke krachten. Streiff wil de vaste productiekosten verminderen.

Dat gebeurt nu met de extra reductie van 4.800 banen, die geheel bereikt moet worden door vrijwillig vertrek en pensionering van werknemers, onder meer op de hoofdkantoren van PSA, Citroën en Peugeot in Frankrijk, en in de zes centra voor onderzoek en ontwikkeling. Er verdwijnen ook 1.800 laaggeschoolde banen.

In de aanloop naar de eerste ronde van de presidentsverkiezingen trok een PSA-fabriek in de Parijse voorstad Aulnay-sous-Bois de aandacht met een wekenlange staking. Vijf linkse kandidaten, onder wie Ségolène Royal, bezochten de fabriek toen om steun te geven aan de stakers.