Partijvoorzitters zijn er voor de ledenadministratie

Wat voeren ze toch voortdurend uit bij de Partij van de Arbeid?

Ze zijn daar tenslotte niet zo maar wat, niet zoiets als de SP of de SGP, ze zijn regeringsdeelnemers. Mede namens de christenen van nota bene én Balkenende én Rouvoet hebben ze nog maar kort geleden beloofd dat ze de volle verantwoordelijkheid voor ons welzijn en onze welvaart zouden nemen door eerst drie maanden lang de hele samenleving met ons door te spreken, alvorens deze of gene knoop door te hakken. Maar de honderd dagen zijn amper op de helft, of ik zie Wouter Bos ergens op een Amsterdams hoofdkwartier tot diep in de nacht zijn koppen bij elkaar steken om de gevolgen van een heibeltje in zijn partij te evalueren.

Hadden we die man niet ingehuurd voor Financiën? Moet hij dan niet vierentwintig uur per etmaal in Den Haag de topinkomens aftoppen, de betalingsbalans bewaken en de voorjaarsnota voltooien?

„Ja, maar Michiel van Hulten had de handdoek in de ring gegooid.”

„Michiel wie?”

„De voorzitter van het partijbestuur!”

„Kom, zeg, je hebt toch zo weer iemand anders om de ledenadministratie bij te houden? En anders nemen jullie er maar een Pool voor. Daar haal je de minister van Financiën toch niet voor uit z’n werk?”

Voor het imago lijkt het me ook rampzalig. Zelf gaf ik eigenlijk al geen cent meer voor de Nederlandse sociaal democratie toen ze in 2005 in alle openbaarheid – dus zoals SBS een kampioen Dancing on Ice laat kiezen – hun campagne voor een nieuwe voorzitter begonnen.

Nadat alle belangstellende intellectuelen van het land waren afgewezen, hield men een shortlist over waarop twee gezellige oudere dames uit Drenthe en Groningen en een voormalige Prins Carnaval uit Limburg figureerden naast Michiel van Hulten. Ja, dacht ik toen meteen: dan vráág je er om. Ik geloof dat Wouter Bos in de peilingen nog op vijftig of zestig stond, maar je kon uittekenen hoe het zou aflopen. En zo liep het af.

Naar mijn opvatting zorgt een partijvoorzitter ervoor dat de leden zo nu en dan massaal bij mekaar komen, als op een EO-landdag of als vroeger toen Vogt nog AVRO-feesten kon bezielen. En dan houdt die man voor honderdduizend toehoorders een vlammende toespraak, zoals Koos Vorrink zich voor de oorlog in houtvesterspak tot zijn boswachters richtte.

Maar Van Hulten holde na z’n benoeming regelrecht naar Nieuwe Revu, bepleitte een persbreidel onder het mom van een journalistieke zuiveringseed, en organiseerde geen landdagen, maar een sensitivity training met tien medebestuurders, die al gauw ruziënd de hei verlieten.

Voor al die pasbenoemde sociaaldemocratische ministers en staatssecretarissen lijkt het me ook sneu. Zelfs als Ronald Plasterk morgen een werkelijk briljant innovatie-idee zou lanceren, heb je toch kans dat de samenleving haar schouders ophaalt en denkt: daar heb je d’r weer zo eentje.

Komt het ooit nog goed?

Jacques Tichelaar somde voor een radioverslaggever nog even uit de losse pols een paar problemen op die opgelost zouden moeten worden. De meeste hebben zichzelf al opgelost, zoals post zichzelf beantwoordt als je maar consequent niet terugschrijft. Aan de laatste twee verloren verkiezingen hoef je niks meer te doen, net zo min als aan de Wouter-tapes, de verkiezingsenormiteiten of de wijze waarop Michiel van Hulten zich met de politiek van de vereniging bemoeide. Dat is allemaal geweest.

Moeten ze intern nog vrezen voor dat rapport-Vreeman? Daar wordt nog eens in geconcludeerd dat de vorige voorzitter een slecht campagneleider was, en dat Wouter Bos als fractievoorzitter beter in de Kamer had kunnen blijven: ongevaarlijk oud nieuws dus.

Maar heeft iemand misschien de longlist van voorzitterskandidaten uit 2005 nog bewaard? Dan zijn we er uit.