Partij van de zelfkastijding

Zelfkastijding? Partij van de zelfkastijding? Gaat het om radeloosheid in de PvdA, paniek zo men wil, over het verder oprukken van de SP het verder afkalven van de eigen club in de peilingen? Want naar het heet staat de PvdA daarin nu op 26 en de SP op 37 zetels.

Of gaat het nog steeds over de grote nationale en provinciale verkiezingsnederlagen en de pijnlijke gevolgen van de formatieafspraken? Bijvoorbeeld die over Irak en de beteugeling van wat Wim Kok als premier ooit, een jaar of acht geleden, ,,exhibitionistische zelfverrijking” in de top van het bedrijfsleven noemde.

Of gaat het om een min of meer habitueel proces, en zijn PvdA-kaders en partijbestuurders altijd wel bereid intern de messen te trekken, zeker als zich daarvoor mooie gelegenheden voordoen? Botsende ambities, botsende karakters, ze vormen door de jaren heen een deel van het huismerk van de partij.

Wie daarover meer wil weten leze het vier jaar geleden verschenen boek Wakken in het kroos van oud-PvdA-minister Jos van Kemenade, die daarin een terugblik geeft op het jarenlange gevecht om de almaar uitgestelde opvolging van Joop den Uyl als partijleider. Politiek is geen korfbal, maar zelfs Shakespeare zou van de stille bloederigheid van dat gevecht opgekeken hebben.

En waarom ging, dertig jaar geleden, een tweede kabinet-Den Uyl ook alweer niet door? Inderdaad, omdat de heer Reckman en andere PvdA-koffiehuiscombattanten hun eisen tot in het onmogelijke opschroefden en Den Uyl, die tien zetels winst in de Kamerverkiezingen had gehaald, niet met zijn vuist op tafel durfde of wilde slaan. Instructief over die fantastische kabinetsformatie is het ook vandaag nog heel leesbare Dagboek van een onderhandelaar van Ed van Thijn.

Nu is eerst de partijvoorzitter afgetreden, feitelijk zonder voorkennis van de politieke leider van de PvdA en haar fractievoorzitter in de Tweede Kamer, en vervolgens onder druk van Bos en Tichelaar het gehele partijbestuur. De spanningen binnen dat bestuur zijn vast voor een deel te verklaren uit het Grote Ongerief dat de PvdA in de Kamerverkiezingen van 22 november 2006 heeft overvallen, voor een ander deel zullen botsende karakters en enig gebrek aan tact van een ambitieuze voorzitter een rol hebben gespeeld.

Deze voorzitter was als enige in functie door de leden gekozen en voelde zich als het ware ,,supergemandateerd”, en gedroeg zich soms ook zo. Wat de vraag oproept of er niet eens moet worden nagedacht over de ,,ongelijkheid” die binnen een partijbestuur ontstaat wanneer slechts één lid, en dan ook nog de voorzitter, zo’n supermandaat heeft.

De strijd over partijkoers en personen wordt binnenkort verder aangewakkerd door een stellig streng rapport over de verkiezingscampagne van een onderzoekscommissie onder leiding van de burgemeester van Tilburg, Vreeman, die zelf ooit om het voorzitterschap streed met Felix Rottenberg en vervolgens met deze vernieuwer een duovoorzitterschap vervulde. Deze vrij eigenaardige figuur kon vroeg in de jaren negentig nog in de PvdA, het lijkt langer geleden.

De hectiek in de PvdA duurt nog wel even voort. Straks, wanneer de deining die het rapport-Vreeman brengt voorbij is, wachten andere, op de toekomst gerichte problemen. Problemen die invloed kunnen krijgen op de stabiliteit van het kabinet. Want weliswaar lijkt het alsof de PvdA vooral met zichzelf in debat is, maar daar komt straks verandering in.

En wat heet straks? Wordt de dezer dagen vertoonde souplesse van minister Bos (Financiën) inzake het oplopen van het begrotingstekort – tegen de zin van CDA en ChristenUnie – en zijn hopen op toekomstige meevallers misschien ook al enigszins bepaald door de zorgen van partijleider Bos over het incasseringsvermogen van zijn partij? Misschien zelfs ook een heel klein beetje door zorgen over zijn eigen profiel?

Zometeen wachten veel zwaardere kwesties, die inzake Nederland in Europa bijvoorbeeld en die van het door de PvdA eerder hevig bestreden project van de Joint Strike Fighter (JSF) voor de luchtmacht. Bos mag als partijleider niet te veel slijten, hij moet voldoende gezag bewaren om zijn partij zonder brokken door zulke kwesties heen te loodsen. Mocht Bos het hoofd niet koel kunnen houden of te veel aan gezag verliezen, dan komt zijn aftreden in zicht en daarmee een kabinetscrisis. Waarna de SP (en Wilders) handenwrijvend op nieuwe verkiezingen wachten.

Kortom, de PvdA-kaders en bestuurders hebben het recht om het genoegen van wederzijdse kastijding zo lang te koesteren als zij willen. Maar, alles heeft zijn prijs, zelfkastijding kan uitlopen op politieke kamikaze.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.