Moeder wil leven

Irène Némirovsky: Het bal. Vertaald uit het Frans door Manik Sarkar. De Geus, 74 blz. €12,50

Wat het sterkste opvalt aan het schrijverschap van Irène Némirovsky (1903-1942) is het snelle inzicht in haar eigen tijd. Het alom bejubelde Storm in juni (2004) verbijstert doordat zij het bezette Frankrijk hierin niet alleen beschrijft, maar zich duidelijk ook een overkoepelend idee van heeft gevormd. Haar net vertaalde novelle Het bal uit 1930 laat zien hoe dit scherpe bewustzijn bij een jong meisje ontstaat.

Sommige meisjes worden groot op hun eerste bal, anderen doordat ze het missen. Het bal gaat over het einde van een kindertijd. De 14-jarige Antoinette – bleek, lang, mager – groeit op onder het bewind van een duo parvenu’s. Haar joodse vader, die jarenlang moest zwoegen, heeft geprofiteerd van de beurscrash en fortuin gemaakt. Het echtpaar rust niet voordat zij door de gevestigde elite is opgenomen. Maar het protserig gedecoreerde huis waarin deze drie verloren personages wonen, maakt het gevoel van isolement alleen maar sterker; het decor is opgezet, de toeschouwers ontbreken.

Om hun doorbraak naar de wereld te forceren, besluit het echtpaar een bal te geven. Antoinette’s verbitterde moeder Rosine had haar hele leven uitgekeken naar dat net verworven vermogen, het bal moet daarom háár moment worden. Haar dochter mag dus niet komen: ‘Kind, je moet niet vergeten dat ik zelf nog maar net aan het leven begin, ík, hoor je, ík, en ik ben niet van plan me voor de voeten te laten lopen door een huwbare dochter’.

Met afkeer bekijk Antoinette de potsierlijke pogingen van haar ouders om zichzelf op het grote toneel te zetten. Ondertussen droomt ze hun pesterijen weg met fantasietjes over de liefde. In het personage van Antoinette laat Némirovsky zien hoe liefde en levenskracht kunnen ontaarden in sentimentaliteit en haat: ‘Ze kwam in een soort roes terecht, in een wilde drang naar heldenmoed en kwaad.’ Antoinette besluit de uitnodigingen voor het bal in de Seine te gooien. Met vileine trefzekerheid beschrijft Némirovsky de volgende nachtmerrie: een feest waarop niemand verschijnt. Door Antoinette’s handelen wisselen zij en haar verslagen moeder voorgoed van rol.

In Het bal fileert Némirovsky de onvolgroeide aard van het kwaad en de verbittering – sentimenten die wél haar tijd, maar niet de terugvechtende schrijfster domineerden.