Meer dan flauwe liefdesliedjes

Soulzanger Jerry Williams, alias Swamp Dogg, is terug bij het klassieke soulgeluid uit zijn jeugd. „Dit is mijn wederopstanding als toegankelijke artiest.”

‘Swamp Dogg’ Jerry Williams in Amsterdam Foto Isabel Nabuurs 04-04-07, AMSTERDAM SWAMP DOGG FOTO ISABEL NABUURS Nabuurs, Isabel

„Eigenlijk ben ik helemaal niet zo’n uitzonderlijke soulzanger”, zegt Jerry Williams, alias Swamp Dogg. „Mijn moeder is de 80 ruim gepasseerd, maar ze zingt nog minstens zo goed als ik. Ze zong vorig jaar op mijn bruiloft en blies de andere zangers van het podium.”

Swamp Dogg (64) heeft het niet van een vreemde. Met Solomon Burke en Bettye Lavette behoort hij tot de laatst overgeblevenen uit het ‘klassieke’ soultijdperk. In 1954 maakte hij zijn eerste opname als ‘Little Jerry’. Onder zijn echte naam Jerry Williams boekte hij soulsuccessen als het zoete Baby bunny sugar honey en schreef hij hits voor Gene Pitney en Doris Duke.

In 1970 gooide Williams het roer om; hij vond zichzelf opnieuw uit als Swamp Dogg; een geëngageerd artiest die over seks en politiek geen blad voor de mond nam. Swamp Doggs debuutalbum Total Destruction To Your Mind werd een mijlpaal in de ontstaansgeschiedenis van de funk.

Zijn nieuwe cd na een lange periode van stilte heet Resurrection, „omdat het tijd is voor mijn wederopstanding als toegankelijk artiest. Ik heb de formule hervonden voor muziek die iedereen aanspreekt, zonder mijn politieke denkbeelden geweld aan te doen.” De hoes toont hem hangend aan een kruis, breed glimlachend, in een boxershort met de kleuren van de Amerikaanse vlag. They crowned an idiot king, heet een van de songs. „Ik heb tweemaal op George W. Bush gestemd en moet nu tot mijn spijt vaststellen dat de man er een ongelofelijk potje van maakt. Die kruisigingsscène is mijn oorlogsprotest, maar ook een commentaar op het feit dat de zwarte bevolking van de VS nog altijd wordt achtergesteld. In de sixties heb ik als rondreizend artiest de bekende scènes meegemaakt van restaurants waar ik niet werd toegelaten, terwijl mijn blanke bandleden er wel gewoon te eten kregen. Tegenwoordig is het niet veel beter.”

Swamp Dogg voerde actie met Jane Fonda en liep mee in de grote mars naar Washington, waar Martin Luther King zijn ‘I had a dream’-speech uitsprak. Omdat hij zich openlijk uitsprak tegen rassendiscrimatie en voor legalisering van softdrugs, werd het hem niet makkelijk gemaakt. „Radiostations wilden mijn muziek niet uitzenden, zogenaamd omdat ik scheldwoorden gebruikte. Inderdaad was ik de eerst die woorden als ‘bitch’ en ‘motherfucker’ in songteksten bezigde, een vrij normale afspiegeling van de spreektaal van de zwarte bevolking. Als ik nu hoor dat rappers als Snoop Dogg zich door mij hebben laten beïnvloeden, weet ik dat het allemaal niet voor niets is geweest.”

Als pionier van de funk werd Swamp Dogg overschaduwd door George Clintons groep Funkadelic, die het allemaal nog wat grootster aanpakte, met een overdadige live-show en bonte uitdossingen. Tegenwoordig is Swamp Dogg weer helemaal terug bij de klassieke soulsound, met vette blazers uit de Stax-traditie. „Ik geloof in soul als universeel gevoel, dat geen modernisering meer nodig heeft om doel te raken. Solomon Burke, wiens producer ik nog een tijdje ben geweest, heeft in recente jaren bewezen dat er nog altijd een publiek is voor echte soul, vooral hier in Europa. Ik kom mijn eigen hoekje van die markt claimen, met een boodschap die dieper gaat dan flauwe liefdesliedjes.”

Resurrection: SDEG/Sonic Rendezvous. Concerten 27/4 Paradiso, Amsterdam; 28/4 Waterfront, Rotterdam.