Lenin is een dwerg. (Had ik wel verwacht.)

‘Maar die moeten toch nog groeien?” vroeg vriendin F. toen ik haar vertelde dat ik naar Madame Tussauds ging om de wassen beelden van Prince William en Prince Harry te bewonderen.

Ik hoop niet dat ze nog hoeven te groeien, want de beelden, die gisteren onthuld werden, zijn best lang. Ik was al tijden niet in Madame Tussauds geweest, dat wil zeggen, sinds mijn zesde, want mijn interesse in afgietsels van beroemde mensen was sinds die tijd sterk afgenomen. Bovendien staat er als ik langs het museum kom altijd een rij comateuze, vermoeide toeristen die in de veronderstelling verkeren dat een wassen beeld van Geri Halliwell het mooiste is wat Amsterdam te bieden heeft. Die rij trekt me niet zo.

Toch was het aardig om, gelokt door wassen William, door het populairste museum van Nederland te lopen. Ten eerste is het interessant om te weten hoe lang beroemde mensen zijn. (Ik neem aan dat de beelden op ware grootte zijn.) Lenin is een dwerg. (Had ik wel verwacht.) Helmut Kohl is een reus. De meeste popsterren zijn lilliputters: Madonna, Prince, Lenny Kravitz en Kylie Minogue passen met zijn allen in een hoekje van het museum.

Door de indeling ontstaan er bizarre samenscholinkjes van beelden. Zo staan de grote kunstenaars van de wereld (nou ja, de mensen van wie veel posters verkocht worden) bij elkaar, alsof ze regelmatig met zijn drietjes op stap gingen: Dalí met kip op zijn schouder, Picasso met artistiek sigaretje en Van Gogh met getergde blik.

De bizarste plek in het museum heeft, of all wax people, Mart Smeets. Waarom hij de ereplek gekregen heeft, voor het grote ronde raam dat uitkijkt op de Dam, is mij een raadsel. Met zijn wassen hoofd, dat net zo vervelend is als zijn echte hoofd, kijkt hij vorsend uit over de stad, alsof hij god is. Om zijn wassen pols zit – realistisch detail – een Lance Armstrong-armbandje.

Mijn contemplatieve moment met Mart Smeets werd verstoord door een groep Duitse tieners die kwam binnenstormen. Ze gingen meteen met Gerhard Schröder op de foto, middelvingers omhoog, meden het bureau waar Anne Frank bleekjes achter zat, en stevenden toen naar het heilige hoekje (de Dalai Lama, Nelson Mandela en Gandhi). Eén jongen bleef vertwijfeld achter in de zaal met staatshoofden. „Wo ist Hitler?„ vroeg hij aan niemand in het bijzonder.