Leiders met kort lont

Michel Krielaars en Hans Driessen (inleiding en samenstelling): Ooggetuigen van de Russische geschiedenis.Bert Bakker, 365 blz. €19,95

Een duizendjarige oorlog van regeerders tegen onderdanen, zo zou je de Russische geschiedenis van de middeleeuwen tot heden kort kunnen samenvatten. Wie de macht had, had deze ook totaal en erkende geen enkele beperking bij het uitoefenen ervan. De lontjes van de machthebbers waren kort, zo niet geheel afwezig. Hoogmoedswaanzin, paranoia, sadisme waren hun opvallendste eigenschappen. Als ze die al niet van het begin af aan hadden, dan ontwikkelden ze die wel gedurende hun regeerperiode. Wie de macht had was God. ‘Ondanks de verering van de Heilige Geest heeft dit volk zijn god nog steeds op aarde. Als Batoe, als Timoer wordt de keizer van Rusland verafgood door zijn onderdanen; de Russische wet is helemaal niet christelijk’, merkt de Franse reiziger de Custine in 1839 hierover op.

Zo af en toe werd het de onderdanen te machtig en kwamen zij in opstand. Dan werden de regeerders verdreven en vermoord. Maar dat bracht nooit soelaas, de nieuwe machthebbers maten zich binnen de kortste keren dezelfde bevoegdheden aan als hun voorgangers en misbruikten deze op dezelfde manier. En nog steeds, want dat deze alinea in de verleden tijd staat wil nog helemaal niet zeggen dat er nu iets wezenlijks is veranderd. Geen wonder dat de onderdanen vluchten in het geloof en meer nog in de drank.

Ooggetuigen van de Russische geschiedenis, samengesteld en van korte, zeer informatieve en prettig relativerende inleidingen voorzien door de Michel Krielaars, redacteur van deze krant, en de slavist Hans Driessen, is van het bovenstaande een prachtige illustratie. De Russische geschiedenis mag voor de direct betrokkenen dan wel behoorlijk onaangenaam zijn, voor de historici is zij om van te watertanden. Nergens hebben zoveel kleurrijke figuren zo kleurrijk bericht over hun lotgevallen en hebben zoveel buitenlandse bezoekers tien eeuwen lang met stomheid geslagen verslag uitbrachten over dit bizarre land. Materiaal te over dus. De kunst is om er niet in te verdrinken, maar Krielaars en Driessen hebben bij hun selectie een gelukkige hand gehad en een uniek boek vervaardigd, dat ons van de herbegrafenis van de abt Feodosi in 1091 tot het verslag van een veertienjarige jongen over de gijzeling in Beslan in 2004 langs alle hoogte- en dieptepunten van de Russische geschiedenis voert. Met zelfs nog enige ruimte voor human interest, zoals een vermakelijk verslag van de Vrieseveense koopman Egbert Engberts over het uitrukken van de Petersburgse brandweer anno 1890, of van Ellen Verbeek over een etiquetteschool in Moskou anno 1990.

Een meeslepend boek kortom, gruwelijk, ontroerend en grappig, dat je achter elkaar uitleest waarna niemand je nog iets over Rusland wijs hoeft te maken.