John Lurie zit al vijf jaar binnen (maar niet stil)

vis.jpgVreemdste New Yorkse appartement tot nu toe? Ergens op de Upper West Side, aan de straat Central Park West. Duur appartement, toplokatie. De muren zijn niet behangen of geverfd, maar bekleed met een aluminiumachtige folie, zodat je het gevoel hebt in een spiegel rond te lopen.

Twee weken geleden een nieuwe appartementenbelevenis: de grootste collectie pillen ooit bij iemand thuis. Het was bij John Lurie, voorheen muzikant, componist van filmmuziek, nu beeldend kunstenaar.

Lurie heeft de ziekte van Lyme en een onmogelijke reeks van complicaties. Hartkloppingen, slecht zicht en gehoor, de ene keer spastische ledematen, de andere keer zijn armen en benen weer gevoelloos. Lurie is al een jaar of vijf niet echt meer buiten geweest. Mist er ook niet veel aan, zegt hij.

De enige plek waar hij nog wel graag is, is bij zijn vriend Flea thuis. Die heeft een huis in Californië en volgens Lurie kun je vanaf zijn patio walvissen zien. Maar als ik het goed begrijp komt hij daar nu ook niet meer.

Waarom Lurie, opgesloten op zes hoog achter in SoHo, nog steeds interessant is? 1. Om zijn humor. Muziek zoals dit krijgt bijvoorbeeld de titel What do you know about music you’re not a lawyer mee. 2. Zijn tv-serie Fishing with John. Daarin ging hij, zonder enige kennis van zaken, met vrienden zoals Matt Dillon, Tom Waits en Dennis Hopper overal ter wereld vissen. De voice-over is hilarisch. Je hoort gesprekken over vissen die almaar niet gevangen worden en opeens vraagt de almachtige stem: “I’d love to take a bite from your sandwich.” Om te checken of je zit op te letten. Youtube staat er vol mee:

Lurie is tegenwoordig full-time beeldend kunstenaar, heeft nu een expositie in Amsterdam. Ik interviewde hem hierover, vandaag publiceert de papieren krant het interview en de recensie van de expositie. De laatste vraag en het antwoord wil ik je alvast wel verklappen.

U klinkt meer tevreden over uw heden dan over het verleden. Bent u er gelukkig mee dat u ziek werd?
„Weet je, deze ziekte is het beste dat me kon overkomen. Het schilderen heeft me gered. Ik heb mijn ziel gevonden, ben er minder arrogant van geworden, meer medelevend. Al die jaren voelde ik me op straat de koning van de kunst en al die… keuterboertjes.” Hij pauzeert. „Mijn ziekte heeft dat allemaal veranderd. Op een goede manier. Als je niet door iets zwaars heen moet, kom je nergens. We worden ziek, we gaan dood. En ik ben nu veel beter voorbereid dan jij.”