In Londen zijn ze niet ongelukkig

Aandeelhouders van Barclays stelden gisteren maar twee vragen over ABN Amro.

Ze maakten zich drukker over de dienstverlening van de bank dan over de overname.

Een opstand van de aandeelhouders van Barclays tegen de plannen van de directie om ABN Amro over te nemen, is gisteren uitgebleven. Welgeteld twee vragen hoefden topman John Varley en zijn team hierover op de jaarvergadering in Londen te beantwoorden. Tegen de verwachting in gaven de aandeelhouders op geen enkel moment te kennen dat ze ongelukkig waren met een bod op ABN Amro.

Eén aandeelhouder wilde weten wat de voorgestelde overname voor de aandeelhouders zou betekenen. Varley verzekerde hem dat de belangen van de aandeelhouders en de cliënten van de bank voor hem altijd voorop kwamen. Na zorgvuldige afweging was de directie volgens hem tot de conclusie gekomen dat het bod zowel in het belang was van de klanten als de aandeelhouders. Einde discussie.

Eerder had Marcus Agius, voorzitter van de raad van commissarissen, de aandeelhouders al voorgehouden dat de overname een kans biedt „van eens in een generatie” om een van de grootste en beste banken in de wereld te formeren.

Een oudere heer, voormalig accountant Martin Simons, vroeg zich bezorgd af of Barclays zelf niet door een buitenlandse bank zou worden opgeslokt, als de overname mislukte. Koeltjes pareerde Agius deze uiting van patriottisme: „Dat is niet onze bedoeling.”

De meeste aanwezigen, veelal kleine aandeelhouders, maakten zich getuige hun vragen drukker over de dienstverlening bij vestigingen van Barclays in Groot-Brittannië dan over de ambitie van Varley en zijn team een van de grootste banken van de wereld te worden. Enige kritische vragen waren er ook over een eerdere overname in 2000 door Barclays van Woolwich, een kleinere concurrent. De integratie daarvan in de rest van het concern is volgens veel waarnemers niet erg soepel verlopen.

Sommige aandeelhouders toonden zich er intussen nog allerminst zeker van dat Barclays de strijd met een consortium onder leiding van de Royal Bank of Scotland (RBS) in zijn voordeel kan beslissen. RBS-topman Fred Goodwin heeft deze week aangegeven dat hij een hoger bod zou willen uitbrengen dan Barclays. „Onderschat Goodwin nooit”, zegt David Charlesworth, die een klein investeringsfonds vertegenwoordigt, naderhand bij de lunch in het conferentiecentrum.

Varley bleek in zijn inleiding niet onder de indruk van de concurrentie. Volgens hem is er „een schril contrast” tussen beiden. Aan de ene kant een serieuze poging „een van de beste banken ter wereld op te bouwen” en aan de andere kant een plan „een van de grootste banken van Europa af te breken in de hemel mag weten hoeveel stukjes”.

Ook Bob Diamond, het Amerikaanse hoofd van Barclays Capital, de uiterst winstgevende investeringspoot van de bank, toonde zich optimistisch. „Mijn ABN Amrocollega’s en ikzelf raken met de dag enthousiaster over de mogelijkheden”, zei hij naderhand tegen journalisten. De omstreden beslissing van ABN Amro de Amerikaanse dochter LaSalle te verkopen was volgens Diamond „heel redelijk”. Zowel van Britse als van Nederlandse zijde was geconcludeerd dat LaSalle „niet goed past” in de strategie. De Amerikaanse bank kon bovendien voor een goede prijs van de hand worden gedaan. „Er is wat gejammer over”, aldus de Amerikaan laconiek, „maar zo is het leven.”