Ik wilde over de penis schrijven

De dichter Al Galidi is genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs.

„Ik denk dat ze mij nomineren omdat ik ben uitgeprocedeerd.”

In januari werd de dichter Al Galidi opgebeld door iemand van de VSB Poëzieprijs. Zijn bundel De herfst van Zorro was genomineerd. Al Galidi: „Ik kende de prijs niet. Ik zei: ‘dank u wel.’ Misschien krijg ik zeshonderd euro, dacht ik. Ze zei: ‘Het is een prijs van 25.000 euro’. En alsof ze mijn gedachten had gelezen: ‘Dit is de grootste poëzieprijs van Nederland.’ ‘O, leuk’, zei ik. Maar ik dacht: ‘Shit! Waarom heb ik die bundel in vijf weken geschreven en niet in vijf maanden?!’ Ik was zo kwaad op mezelf. Ik wist precies welke zeven gedichten eruit moesten. Simpele clichégedichten, die ik erbij had geschreven voor de gewone lezer. Terwijl ik dertig gedichten heb weggegooid die ik te literair vond.”

De Nederlandse poëzie is dood, vindt Galidi, omdat de mensen geen gedichten meer lezen. „Ze vinden ze te moeilijk. De Nederlandse dichter wil de lezer van de straat naar hem brengen, niet het gedicht naar de lezer in de straat.” Hij wil wel gewone lezers bereiken. „Ik wil de lezer raken. Ik bewerk gedichten drie, vier keer, om ze steeds makkelijker te maken.”

De herfst van Zorro bestaat uit drie afdelingen: het hoofd van Zorro, het hart van Zorro, de penis van Zorro. „Op Koninginnedag liep ik in Zwolle en een meisje van een jaar of acht vroeg: meneer wilt u een videoband van Zorro kopen? Ik zei: ‘Ik heb geen video, geen tv.’ Ze zei: ‘Je krijgt een halve euro korting.’ Ik zei: ‘O, leuk.’ Ik heb een tv en video geleend. De film is wel vijftig jaar oud, dus ik dacht: ‘Zorro moet nu tachtig jaar zijn. Heeft geen paard, geen zwaard en geen penis meer.’ Plots zag ik de mens als een gebouw in drie delen: hersenen, hart, penis.” Van het laagste komen conflicten, van het midden warmte, het hoogste is denken. De bundel moest een romanvorm krijgen, met hoofdstukken over de oorlog tussen de penis en het hart.

Zorro dient als masker om over zijn seksuele ervaringen te kunnen praten. „Als Arabier durf ik dat niet. Ik wilde het liefst alleen over de penis schrijven, maar ik dacht dat de vrouwen die mij kennen, zouden zeggen: ‘Wat is dat? Wat een smerig mannetje ben jij.’ Dus ik schreef er ook mooie gedichten bij, romantische.”

Zijn bundel bevat vijf gedichten die zullen blijven, zegt hij. Een schitterend gedicht gaat over vla. Het is een van de gedichten met de zeer lange titel ‘Op een nacht in zijn herfst opende Zorro de koelkast. De vla trilde van angst. Zorro voelde pijn van de vla en zei tegen hem dat hij hem niet op zou eten en alleen wat sap wilde drinken. Voor die vla zong Zorro dit lied.’

Al Galidi: „Nederlanders denken dat er al over alles is geschreven. Maar het is meestal: ik heb je nodig, ik kom je halen, kom bij mij. Veel licht filosofisch, kroegachtig geouwehoer. Maar kijk dit gedicht. Ik gebruik de vla om te vertellen over mijn drama in het asielzoekerscentrum. Ik schrijf: ‘Vla, mijn broer/ Je moet hier koud worden/ om daar niet te verrotten./ Ik moet hier verrotten/ om daar niet koud te worden.’ ‘Daar’, dat is Irak. ‘Hier’, dat is het AZC. Het gedicht sluit ik af met: ‘Vla, mijn broer/ uit de melk van de vrouw/ en de melk van de koe/ zijn wij gebouwd.’ Zó flauw, flauwer dan de vla zelf, maar niemand heeft het eerder gedaan. Dat is mijn punt.”

Wat hij steeds doet is levenloze dingen bezielen. „Dat is de magie van de taal. Ik ga geen zielige boeken schrijven over een Irakees die hier is gekomen, zijn moeder heet Fatima, zijn vader is blabla en hij geniet zo van de vrijheid. Nee, ik versier de taal. Ik had makkelijk een boek kunnen schrijven waar er honderdduizend van verkocht zouden worden. Over al die asielzoekers die ik ken. Maar dat is geen literatuur. Ik ben schrijver, ik schrijf wat ik wil. Een allochtone schrijver wordt gemaakt en wie hem maakt kan hem ook weer afbreken, begrijp je.”

In een column schreef hij „psychisch ziek” te zijn. „Stel, je wacht op een station op een mooi meisje – condoom en kauwgom in je zak. Na zeven en een half uur ben je het zat, gooi je het condoom en de kauwgom weg. Ik heb zeven en een half jaar gewacht, op een briefje van de IND. Bijna zo lang als alle oorlogen van Saddam Hoessein samen. Ik heb nu zeven jaar rust nodig.”

Is hij boos op Nederland? „Ik ben boos op mezelf. Ik ben naar Noorwegen gevlucht, maar ik moest terug. Wegens het Verdrag van Genève mag je maar in één land asiel aanvragen. Het eerste wat ze overal doen is je vingerafdrukken nemen. Je krijgt één kans. Dat is goed bedacht, beter dan geen kans. Maar wat Nederland doet is schandalig. Nederland kijkt niet naar je aanvraag, maar ze laten je ook niet los. Ik zei: geef mij mijn vingerafdrukken terug.”

Hij vertelt waarom het zo lang duurde. Bij aankomst was hij een schrijver die nog geen boeken had geschreven. Hij moest op commando een gedicht schrijven en blokkeerde. Hij kreeg ruzie met de vrouw van de IND. Ze wilde zijn geboortedatum. In de woestijn doen ze niet aan verjaardagen zei hij. Iedereen in Irak is op 1 juli geboren. Hij schat zichzelf tussen de 35 en 40. Toen ze aandrong, gaf hij een datum, waarop ze zei dat hij loog, omdat hij het eerst niet wist. Enzovoort. Uit zijn verhaal klinkt toch woede. „Ik ga het eerlijk zeggen. Tot 2001 haatte ik Nederland. Tot de moord op Fortuyn. Dat veranderde de Nederlanders in bange konijntjes. De bloemen die ze neerlegden waren als voor hun eigen graf. Ik dacht: ‘O, ik schrijf voor een dood volk. Ik kan geen haat hebben voor een dood volk.’ Daarna ontmoette ik Geert Mak, Rutger Kopland, Tsead Bruinja, al die leuke schrijvers. Zo zie ik het: je hebt het Nederland van Geert Mak en het Nederland van Geert Wilders. Het land van Geert Mak is dat van tolerantie, hij is een knuffelbeertje. Het land van Geert Wilders is dat van de genadeloze piraten, de cultuur van de grote schepen. Dat land heeft de macht, beheerst de ambtenaren, de sofinummers en de paspoorten. Dat land laat nooit de ogen van de moordenaar van Fortuyn zien, want die zijn blauw. Wel de ogen van de moordenaar van Van Gogh. Dat land is racistisch. Het andere land is de hemel.

„Dus ik wil naar België. Nederland, gereformeerd, begrijpt van de bijbel alleen het kruis: de straf. De Belgen, katholieken, kiezen Jezus: vergeving. Nederland is koud en kaal als een protestantse kerk. Als ik een verblijfsvergunning krijg ga ik geen Nederlands paspoort halen. De prijs van dat paspoort is mijn waardigheid. Als er in de koran zou staan dat je de nationaliteit van Verdonk nodig hebt om in de hemel te komen, dan ga ik met een Irakees paspoort naar de hel, met Saddam Hoessein.”

Als de recorder uitgaat, buigt Al Galidi zich nog één keer naar mij toe. Om te fluisteren: „Ik denk dat ze mij nomineren om mij te steunen. De literaire wereld ziet dat ik ben uitgeprocedeerd en vindt het schandalig.”

Al Galidi: De herfst van Zorro. Meulenhoff/ Manteau, 78 blz. € 19,95.

Vanavond vindt in de Rode Hoed in Amsterdam een bijeenkomst plaats met alle genomineerden. Zie www.rodehoed.nl.