‘Ik vind optreden van voorzitter ronduit onbeschoft’

De aandeelhoudersvergadering van ABN Amro gisteren verliep in een opgewonden sfeer. Gaandeweg verandert de stemming voor het bestuur desastreus.

Woest beent Peter Paul de Vries de zaal door naar voren. De beleggersvoorman is razend. Hij wordt door president-commissaris Arthur Martinez van ABN Amro geregeld genegeerd als hij zich achter microfoon 6 meldt voor het stellen van – weer – een kritische vraag. Als De Vries het podium beklimt waarop bestuurders en commissarissen zitten, grijpen twee beveiligingsmedewerkers hem vast en dirigeren hem weer naar z’n plaats.

„Dit gaat veel te ver”, roept vergadervoorzitter Martinez geërgerd. Bestuursvoorzitter Rijkman Groenink: „U wordt echt de zaal uitgezet, hoor.”

Vroeger werd er elk jaar het North Sea Jazz Festival gehouden, gisteren was er in het Haagse World Forum Convention Center – voorheen het Congresgebouw – de aandeelhoudersvergadering van ABN Amro.

Directeur Peter Paul de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) krijgt na het duw- en trekincident alsnog de beurt. „Ik begrijp dat u het bestuur wilt beschermen, maar ik doe dat liever met advocaten. Ik ben niet schietgevaarlijk.” Groenink: „Maar u kwam wel dreigend aanstormen.” De Vries: „Het gaat om snelheid, meneer Groenink. Dat moet u waarderen. U hebt in vier dagen uw Amerikaanse bankbedrijf voor 21 miljard verkocht.”

Onder de aandeelhouders bestaat boosheid. Vooral boosheid omdat ABN Amro kort voor de ‘fusieovereenkomst’ met Barclays het belangrijke Amerikaanse dochterbedrijf, de LaSalle bank, verkocht – zonder dat deze verkoop is voorgelegd aan aandeelhouders. De VEB besloot direct na de vergadering naar de rechter te stappen om de LaSalle-verkoop te bevriezen, en bij het bestuur af te dwingen dat die verkoop alsnog ter instemming aan de aandeelhouders wordt voorgelegd.

Al vanaf de eerste minuut van de vergadering is het hommeles tussen de voorzitter, de Amerikaan Martinez, en De Vries en andere aanwezige beleggers. De discussie gaat over de volgorde op de vergadering. In de agenda komt eerst de bespreking van de jaarrekening 2006 aan de orde, vervolgens de decharge van de raad van bestuur en raad van commissarissen, en pas daarna – onder punt 10 – de strategiewijziging van de bank: het opgeven van de zelfstandigheid en de fusie met Barclays.

De Vries vindt dat hij geen oordeel kan vellen over de handelwijze van de top van de bank, zonder details te horen over de huidige strategie. Wanneer, wil hij weten, is precies besloten om LaSalle te verkopen. De Vries vermoedt dat deze verkoop moedwillig een onderdeel vormt van de fusieovereenkomst met Barclays, waardoor mogelijke tegenbieders buitenspel worden gezet.

Vergadervoorzitter Martinez wil dit soort vragen alleen bij agendapunt 10 aan de orde stellen.

„Hoe kan ik nu eerst uw beleid gaan goedkeuren zonder dat er een discussie is gevoerd over het gevoerde beleid? Kunnen we niet later stemmen”, kaatst De Vries terug. Hij krijgt bijval van het machtige pensioenfonds ABP.

Martinez geeft geen krimp. Het jaarverslag gaat tenslotte vooral om cijfers, zegt hij.

„Ik vind het optreden van de voorzitter ronduit onbeschoft”, zegt een particuliere belegger. Er volgt een daverend applaus.

Om half vier, anderhalf uur na de opening, geeft een belegger de vergadering een beslissende wending. Zij vindt de discussie „te plat” worden. „We moeten er geen poppenkast van maken. Dat is ABN Amro onwaardig. En daar neem ik geen middag vrij voor.”

Daarop gaat Martinez door de knieën. „U verwoordt uw standpunt netjes en doordacht. Ik ben het volledig met u eens. We gaan eerst naar punt 10 van de agenda.”

Maar niet hij, maar Rijkman Groenink weet de gemoederen in de zaal te bedaren met een speech van drie kwartier. Hij stelt dat de bankiers elk jaar kijken naar de strategie, dat de beslissing om met Barclays te praten niet werd ingegeven door de brief eind februari van het Britse hedgefonds TCI, dat het bestuur zelf al had besloten dat een Alleingang op de middellange termijn geen reële optie meer was.

De bestuursvoorzitter klinkt getergd: „Het hoge bod van Barclays ligt er niet omdat we hebben gefaald, maar omdat we juist hebben gepresteerd. Door al ons werk van de afgelopen jaren is er zo’n hoog bod gekomen.”

Hoewel het volgens Groenink de plicht van de bank is om, in het belang van aandeelhouders, „niettemin naar alternatieven te kijken”, is hij duidelijk geen voorstander van het hogere, nog indicatieve bod door het consortium. „Niet alleen de prijs telt. Als mens en verantwoordelijk burger zult u begrijpen dat wij de plicht hebben om verder te kijken dan het laatste dubbeltje.”

Een daverend applaus stijgt op uit de zaal, waarin zo’n 1.700 mensen zitten. Maar die steun betekent weinig. Het is ook geen steun voor Groenink. Het bod van Barclays staat niet op de agenda. Wel enkele voorstellen van TCI, de activistische belegger waarvan de brief de strategieverandering van ABN Amro in een stroomversnelling bracht. Direct na deze brief, waarin werd opgeroepen om ABN op te splitsen, begon de bank immers met Barclays te onderhandelen.

Drie van de vijf TCI-moties worden met grote meerderheid aangenomen, waaronder de oproep om de bank op te splitsen en te verkopen. Hoewel dat scenario door de ontstane biedingsstrijd tussen Barclays en het consortium achterhaald lijkt, zal de conclusie voor Groenink c.s. hard zijn: de bank heeft haar aandeelhouders niet meer onder controle.

Het aannemen van dit voorstel is niet bindend, maar Groenink kan moeilijk om de nieuwe verhoudingen heen. De motie wordt aangenomen met 68 procent. Gisteren bleek 51 procent van de stemgerechtigde aandelen te zijn vertegenwoordigd in de afgeladen zaal waar de kleine 2.000 stoelen allemaal bezet zijn. Dit houdt in dat de TCI-motie in totaal door 35 procent van de ABN-aandeelhouders wordt gesteund, veel meer dan de 20 procent waar de bank rekening mee hield.

Paul Kaju, de vertegenwoordiger van TCI, noemt de „overweldigende uitslag” van de stemming niet eens het voornaamste. „Het allerbelangrijkste”, zegt hij direct na afloop van de aandeelhoudersvergadering, „is dat ik hier een overduidelijk geluid bij Nederlandse aandeelhouders heb gehoord tégen het bestuur”.