Huis van de Vrede nieuw front in Hebron

In de Palestijnse stad Hebron hebben radicale joodse kolonisten opnieuw een Palestijns gebouw overgenomen. De kolonisten zijn weer in het offensief: „wij moeten niet doen of dit land niet van ons is”. En de regering aarzelt.

‘Wij kopen alleen van joden’ en ‘Dood aan de Arabieren’. Ahmed kan de Hebreeuwse graffiti op de stalen luiken van zijn kruidenierswinkel niet lezen. Maar de boodschap achter de slordig gespoten Davidsster begreep hij meteen.

„Zij daar willen dat wij opkrassen”, zegt hij en wijst naar een groot, lichtbruin gebouw met blauw-witte Israëlische vlaggen en gehelmde soldaten op het dak, vlakbij een islamitische begraafplaats.

Op een kartonnen bord boven een van de buitendeuren is de naam van de nieuwste Israëlische nederzetting in Hebron, de grootste Palestijnse stad op de bezette Westelijke Jordaanoever, geverfd: Beit Hashalom. Huis van de Vrede heet het complex met winkels op de begane grond en appartementen op de eerste en tweede etages in de Arabische buurt.

Kolonistenvrouwen in lange rokken en met kleurige sjaals om hun hoofd brengen kinderen naar een busje. Jonge kerels met gebreide kippa’s en automatische geweren keuvelen landerig met de soldaten.

In één oogopslag (zie kaart) is duidelijk waarom de radicale kolonisten uit het naburige Kiryat Arba het gebouw hebben gekraakt of, zoals zij zelf zeggen, hebben gekocht voor 700.000 dollar. Het pand, gebouwd door de Palestijnse koopmansfamilie Rajabi, is strategisch gesitueerd tussen Kiryat Arba en de Grot van Machpela met synagoge en de Ibrahimi-moskee.

Hier, aan de rand van de oude souq van Hebron (Al-Khalil in het Arabisch), zijn volgens de joden en de moslims de aartsvaders Abraham/Ibrahim en zijn vrouw Sara, Jacob, Leah, Rebecca en Isaäc begraven. Bedevaartplaats, heilige grond voor twee religies die hier eeuwenlang vreedzaam coëxisteerden. Maar sinds de moord op de leden van een oude joodse sekte in 1921 en de vestiging van radicale zionisten in 1967 is Hebron een ground zero van het Arabisch-Israëlische conflict.

Beit Hashalom is in wezen een volgens Israëlisch en internationaal recht illegale uitbreiding van de vier joodse nederzettingen in of bij het oude hart van Hebron. De in totaal 800 kolonisten worden door 2.000 soldaten bewaakt en dat heeft grote impact op de Palestijnse bevolking.

Het is niet toevallig dat de radicale voorhoede van de Israëlische kolonistenbeweging zich weer roert. De regering van premier Olmert is verzwakt en verdeeld over vrijwel alle Arabisch-Israëlische kwesties. Het dagblad Ha’aretz waarschuwde in alarmerende bewoordingen voor het hernieuwde zelfbewustzijn van de kolonisten en „hun zeer riskante manoeuvres in Hebron”. Want, aldus de krant, „niemand mag vergeten dat Baruch Goldstein uit Kiryat Arba in 1994 bij de Grot van Machpela 29 biddende moslims doodde. Goldstein lokte daarmee een golf van zelfmoordaanslagen in Israël uit.”

Ogenschijnlijk een overtrokken reactie op het kraken (of kopen) van één pand in een stad met meer dan 150.000 inwoners, maar de oprichting van Beit Hashalom leidde onmiddellijk tot onrust in Gaza, Nablus, Jenin en Hebron zelf. „Het gaat om een nederzetting en niet om één pand. Meteen zijn doorgaande wegen afgesloten, kruispunten geblokkeerd en mogen Palestijnse automobilisten de routes niet meer gebruiken. Je ziet het ook verderop in de oude stad, die door de afsluitingen doodbloedt”, legt Emad Hamdan van het Hebron Rehabilition Committee, een stichting voor stadsherstel, uit. Niet alleen is het leven van 30.000 Palestijnen in de oude stad ontwricht, honderden winkels en drie markten zijn gesloten en Palestijnse huizen in de nabijheid van de nederzettingen worden dagelijks gesloopt.

Ruth Hizmi, de leidster van de families in Beit Hashalom, haalt haar schouders op. „Wij willen heel Israël een signaal geven dat wij moeten stoppen met te doen alsof dit land niet van ons is. We willen laten zien dat wij sterk moeten zijn, want het hele Land van Israël is van de joden’’, zegt zij. Zij claimt dat Beit Hashalom is gekocht met fondsen van rechtse mecenassen in Miami en Chicago.

Hizmi, dochter van Duitse holocaustoverlevers, groeide op in Engeland en verhuisde 20 jaar geleden naar Kiryat Arba, de grote nederzetting waar vorig jaar werd gejuicht en gedanst toen premier Sharon een hersenbloeding kreeg. „Laat zijn opvolger niet vergeten hoe Hij Sharon heeft gestraft voor de ontruiming van Gush Katif in de Gazastrook.” De oprichting van Beit Hashalom is de „eerste lichtstraal” in deze „lange jaren van duisternis en toegevingen”. In de open ruimte van ongeschilderd beton koken vrouwen spaghetti en spelen de kinderen. „Wij gaan hier nooit meer weg”, zegt Hizmi beslist.

Dat hangt af van de regering en het Hooggerechtshof. Onmiddellijk na de bezetting van het pand wilde minister van Defensie Peretz (Arbeidspartij) de kolonisten verwijderen, omdat zij niet de vereiste toestemming hadden verkregen om zich in bezet militair gebied te vestigen. Peretz werd teruggefloten door Olmert. De premier praat veelvuldig over zijn wil om „grote, pijnlijke toegevingen” te doen voor vrede met Palestijnen, maar bleek geen behoefte te hebben aan een confrontatie met de kolonisten en de rechtse meerderheid in de Knesset, die mordicus tegen ontruiming van nederzettingen in Hebron is. Peretz hoopt nu dat het Hooggerechtshof hem op korte termijn zal opdragen Beit Hashalom te ontruimen en terug te geven aan de familie Rajabi.

De kolonisten zeggen het pand te hebben gekocht via een Jordaanse handelaar, maar Fares Rajabi, zoon van familiehoofd Fayis, laat uit 1996 daterende eigendomspapieren zien, inclusief bouwvergunningen. „Wij hebben het pand helemaal niet verkocht. Dat is een leugen. Wij zijn in 1996 met de bouw begonnen, maar moesten stoppen wegens de intifadah. Vorig jaar mochten we weer aan het werk van het leger. De elektriciteit was net aangesloten toen de joden ons huis binnendrongen”, zegt Fares, wiens familie een fortuin heeft vergaard in de oud-ijzerhandel. Zij kunnen zich een rechtszaak en Israëlische en Palestijnse topjuristen permitteren.

Zelfs als het hof de Rajabi’s in het gelijk stelt, is de vraag of het complex ontruimd zal worden. „Op deze manier zijn er door kolonisten in samenwerking met het leger al zoveel Palestijnse huizen gestolen in Hebron”, zegt Fares. Hij hoopt dat Peretz woord zal houden („hij zou de eerste zijn”) maar maakt zich weinig illusies.

Kolonistenleidster Ruth Hizmi is niet onder de indruk: „Wie is Peretz? En wie zegt dat hij volgende maand nog minister is? Wat stelt het Hooggerechtshof voor? Dat zijn marionetten. Wij erkennen de Israëlische democratie niet. En wij hebben meer uithoudingsvermogen dan welke laffe politicus ook.”