Handelaars in de waarheid

H.J.A. Hofland: Cicero Consultants. Een scenario. De Bezige Bij. 158 blz. € 14,90.

Als ik door de regen loop of fiets, moet ik vaak denken aan een van de zaterdagse Overpeinzingen van S. Montag. Hij stelde daarin de vraag of het voor de wandelaar of fietser in de regen nu gunstig was, of juist niet, om de pas of de tred te versnellen. Werd je nu natter als je snelheid maakte, of kon je de hoeveelheid opgevangen druppels juist beperken door tactisch te vertragen? Of was een en ander afhankelijk van de intensiteit van de regenbui? De uitkomst weet ik allang niet meer, als die er al was, maar het vraagstuk is nog altijd intrigerend. Zo is het vaak bij Montag, of bij zijn alter ego H.J.A. Hofland. Hij werpt iets op, met eeuwig jeugdig enthousiasme, en meteen wil je er meer van weten, ook al gaat het om zinloze feiten.

Op een vergelijkbare manier is mij zijn roman De Alibicentrale (1990) bijgebleven. Personages, verwikkelingen en ontknoping zijn weggezakt, maar het idee erachter stemt nog altijd even vrolijk als zeventien jaar geleden. Hoe kan een mens zichzelf verdubbelen? Hoe kan hij aan dat ‘ene armzalige, gedisciplineerde leventje’ ontsnappen en de dingen doen die hij eigenlijk wil doen? Dat is de vraag die hier niet alleen werd opgeworpen, maar ook met veel bravoure werd beantwoord. Linke soep, zo bleek al gauw, die handel in alibi’s. Aan het eind viel een dode te betreuren.

In Cicero Consultants, zijn nieuwe avonturenroman, gaat het al even onzachtzinnig toe. Deze keer is het Jakob Daader, een jonge Amsterdammer, die ontevreden is met de wereld. Hij meent te leven in de ‘allerlulligste tijd sinds mensenheugenis’. Dat komt volgens hem omdat de mensen elkaar de waarheid niet meer durven te zeggen. Samen met een vriend richt hij Cicero Consultants op, een adviesbureautje dat zich ten doel stelt tekst te verkopen aan degene die iemand de waarheid wil zeggen. De vrienden plaatsen een advertentie in ‘de kwaliteitspers’ en meteen de volgende dag hebben ze al hun eerste opdracht binnen: een weduwe bestelt een gepeperde grafrede voor haar overleden man, een corrupte projectontwikkelaar. De toespraak veroorzaakt groot tumult onder de nabestaanden. Daarmee betreden de heren van Cicero Consultants de wondere wereld van de stadsguerrilla, een wereld waarin alles met oneerlijke middelen verkregen wordt. Smeergeld, gesjoemel met overheidspotjes, duistere deals tussen krakers en gemeenteraad, gesubsidieerd bordeelbezoek en chantagepraktijken. Van deze gang van zaken heeft de gewone burger geen weet. Die wordt zoet gehouden met democratische referenda waarin schijnkeuzes gemaakt kunnen worden.

De hoofdpersoon onderzoekt hoe de machtsverhoudingen liggen in de stad en verzamelt op die manier munitie voor de redevoeringen die hij in opdracht schrijft. Een kolfje naar Hoflands hand, dit alles. Met smaak stuurt hij zijn hoofdpersoon op pad in de virtuele, hoofdstedelijke scene, in kringen van schuinsmarcherende politici, publiciteitsgeile chef-koks en louche bouwheren; een ouwejongenssfeer waarin voor de vrouwtjes alleen bijrollen zijn weggelegd, als erotisch lokaas. Hij knoopt gesprekken aan in de bar van restaurant E=MCKwadraat, in de luxe peeskamer van O’Baba´s Gentlemen’s Club en in het krakerscafé Hiero! waar werkschuw tuig een socialistische wethouder een poot probeert uit te draaien. Een merkwaardige rol in dit geheel is weggelegd voor Hoflands held, de onbesuisde ideeënman Jakob, die ‘de waarheid’ boven tafel probeert te krijgen. Geen zee gaat hem te hoog. Hij schrijft niet alleen opruiende teksten, maar snuffelt ook in andermans spullen, werkt enkele dames af, zet mensen tegen elkaar op, brengt zogeheten ‘bijvallers’ op de been en verzoent zich al bij voorbaat met wat hij collateral damage noemt: schade die het gevolg is van het openbaren van de waarheid. Maar welke waarheid probeert hij te openbaren? Dat er alleen te kiezen valt tussen twee kwaden? Naar eigen zeggen wil hij ‘het volk’ dienen met de waarheid. Maar wie of wat is het volk? De stedelingen die de eerste de beste gelegenheid aangrijpen om vernielingen aan te richten en massaal uit plunderen te gaan en elkaar in het gedrang meedogenloos vertrappen, zoals wij uit deze roman kunnen opmaken?

Ik vermoed dat het in Cicero Consultants draait om de commotie, om het leven in de brouwerij, om de kick van het ingrijpen in andermans levens. De hoofdpersoon is geen man om van te houden, maar een soort stripfiguur zonder verleden of toekomst, geen gevoelsmens, maar een bedenker, in de wereld geworpen door zijn schepper, die al net zo´n bedenker is. Als de rookwolken van de collateral damage opstijgen boven de stad, verliest Jakob zijn belangstelling voor zijn adviesbureautje. ‘Nu stond hij voor de taaie rompslomp van de nasleep’, staat er wat sip. Hofland zelf houdt ook meer van opbouwen dan van afronden, zodat de roman wat abrupt eindigt, net als De Alibicentrale indertijd.

Het zijn niet de excessen, de plunderingen, de corruptie en de seksschandaaltjes, die van dit boek zullen beklijven. Wel de geanimeerd beschreven, maar volstrekt gewetenloze wereld van het bijvalsmanagement.