Hamas is in Nederland een verboden organisatie 1

Naar aanleiding van het artikel van Jeffrey Jonkers over het besluit van minister van Buitenlandse Zaken Verhagen om de Palestijnse premier Haniyeh niet toe te laten (Opiniepagina, 14 april 2007) moet ik de bewindsman gelijk geven op grond van aan het Nederlands recht ontleende overwegingen, die door de minister overigens niet zijn aangevoerd. Het is immers zo, dat vanaf 1 februari van dit jaar de organisatie Hamas, die meer dan door wie ook vertegenwoordigd wordt door Haniyeh, een in Nederland verboden organisatie is.

Door een mijns inziens ongelukkig en onberaden wetje, waarover overigens ook deze krant zijn gramschap indertijd heeft uitgesproken (hoofdartikel van 3 november 2006) zijn dankzij artikel 5b van de `Wet conflictenrecht corporaties organisaties` die voorkomen op een zogeheten `bevriezingslijst` van de Europese Unie (alleen) in Nederland van rechtswege verboden organisaties. Dat is geen kleinigheid, omdat élke deelneming - hoe gering ook - aan zo`n organisatie niet minder dan een misdrijf is.

Op de genoemde lijst komen honderden, meestal door de VS aangebrachte organisaties voor, waarvan de Nederlandse rechtsgenoten vanwege de volstrekte ontoegankelijkheid van de lijsten eenvoudig geen weet kúnnen hebben. Minister Verhagen, die indertijd als Kamerlid de auctor intellectualis van het wetje is geweest, kent echter de lijsten zonder twijfel goed.

Vandaar dat hij Haniyeh een vermoedelijke arrestatie en berechting heeft willen besparen. Zonder te willen beweren dat door mij de komst van de Hamas-premier toe te juichen valt, meen ik dat de gang van zaken rond deze kwestie toch hoogst ondoorzichtig en ongelukkig gepresenteerd is.