Grondig en partijdig

Pieter den Hollander: Roofkunst. De zaak-Goudstikker. Meulenhoff, 367 blz. €22,95

Pieter den Hollander: Roofkunst. De zaak-Goudstikker. Meulenhoff, 367 blz. €22,95

Roofkunst is een grondig gedocumenteerd en vlot geschreven pleidooi voor de overdracht van alle in de oorlog over de wereld verspreide schilderijen van de joodse kunsthandelaar Jacques Goudstikker en enige erfgenaam Marei von Saher, de dochter uit het tweede huwelijke van de weduwe Goudstikker. Een eerdere versie van dit boek verscheen in 1998 met de titel De zaak-Goudstikker.

De auteur, journalist Pieter den Hollander, is partij in deze zaak. Hij heeft de niets vermoedende Marei von Saher in 1997 in Amerika opgespoord en op het idee gebracht om 267 schilderijen die in het bezit van de Nederlandse overheid waren als erfgename op te eisen. Met Von Sahers dochter Charlène spoorde Den Hollander in de National Archives in Washington veel documenten op over het verlies en de gedwongen verkoop van Goudstikkers schilderijen in de oorlog. Hij citeert ook uit talloze andere historische stukken.

Na negen jaar procederen en onder grote Amerikaanse druk op de Nederlandse regering kreeg Von Saher vorig jaar uiteindelijk 202 van de 267 opgeëiste schilderijen toegewezen. Met een team van advocaten en kunsthistorici speurt zij nu over de hele wereld naar de rest van de 1113 schilderijen die Goudstikker in 1940 in een boekje had vermeld. Om de kosten te bestrijden, moet ze een deel van de geoogste verzameling verkopen.

Goudstikker was in 1940 op de vlucht voor de nazi’s verongelukt. Zijn kunsthandel werd onder protest van zijn weduwe verkocht aan een gewiekste Duitse zakenman, Alois Miedl, die een groot deel van de schilderijen aan de Duitse rijksmaarschalk Göring afstond tegen twee miljoen gulden uit de Nederlandse deviezenvoorraad. De weduwe Goudstikker moest een langdurige juridische strijd leveren om haar bezit terug te krijgen. Naar huidige maatstaven werd zij slecht behandeld. Omdat zij de kunsthandel in Amerika niet wilde voortzetten, accepteerde zij in 1952 onder protest een schikking met de overheid. Zij kreeg een deel van het geld en haar bezittingen terug en zij verleende de Nederlandse overheid volledige kwijting. Wel behield ze haar rechten op Goudstikkerschilderijen in handen van derden maar ze zag af van verdere procedures.

Den Hollander vertelt boeiend maar houdt te weinig afstand tot zijn onderwerp. Hij kan zich niet inleven in andere standpunten dan de zijne. Maar de beslissing tot teruggave aan Von Saher blijft juridisch omstreden. De overheid accepteerde de argumenten van de Restitutiecommissie voor teruggave niet, maar droeg de collectie op morele gronden over. Op Den Hollanders juridische argumentatie valt veel af te dingen. Het tweede deel van het boek dat over de afhandeling van de Goudstikkerzaak gaat is drammerig.

Het is jammer dat Den Hollander niet breder heeft gereflecteerd op teruggave van oorlogskunst in het algemeen. Kan de geschiedenis door middel van advocaten ongedaan worden gemaakt? Dat holocaustslachtoffers erkenning en compensatie krijgen is te begrijpen. Maar de opheffing van verjaring om niets vermoedende erfgenamen bezittingen ‘terug te laten geven’ leidt tot complicaties, omdat er soms meer rechthebbenden zijn en de kennis van de historische context onvolledig blijft. Heel Nederland was indertijd leeggeroofd door de nazi’s. Moeten alle onder druk verkochte goederen worden teruggegeven of moet teruggave zich beperken tot regelrechte roof? En waar stopt de teruggave?

In de Goudstikkercollectie bevinden zich ook werken die begin vorige eeuw door de Sovjet-regering van Russische aristocraten waren afgenomen. Dit schept dilemma’s die in een minder eenzijdig boek aan de orde kunnen komen.

Rectificatie / Gerectificeerd

Door een eindredactionele fout is vorige week in de bespreking van het boek Roofkunst. De zaak-Goudstikker de familierelatie van Marei von Saher met kunsthandelaar Goudstikker verkeerd weergegeven. Marei von Saher-Langenbein is de schoondochter en enige erfgenaam van de kunsthandelaar Goudstikker. Zij is de weduwe van de zoon van de in 1940 overleden kunsthandelaar. Die zoon was hernoemd naar zijn stiefvader Von Saher, met wie zijn moeder na de dood van Goudstikker was hertrouwd.