Geen ingreep Wellink bij fusies

De interventies van president Wellink van De Nederlandsche Bank bij ABN Amro waren ongewenst, menen Harald Benink en Rosa Lastra. Drie voorstellen om dit te voorkomen.

Zodra een Europese bank een bod doet op een andere Europese bank, lijkt het wel of binnen het huidige Europa de kans onrustbarend hoog is dat de nationale toezichthouder van de over te nemen bank zich zal verzetten door zijn toevlucht te nemen tot discriminerende maatregelen. Een opvallend voorbeeld waren de maatregelen van de Banca d’Italia toen deze zich verzette tegen het bod van ABN Amro op Antonveneta.

De bevoegdheden van nationale autoriteiten bij grensoverschrijdende bankfusies en -overnames zouden moeten worden beknot. Als nationale toezichthouders niet aan banden worden gelegd, is het waarschijnlijk dat ze voor dergelijke transacties hindernissen opwerpen.

Een van de hoofdproblemen is dat de huidige regelgeving binnen de Europese Unie veel vertrouwen stelt in de capaciteiten van de ‘topregelgever’, die de algehele verantwoordelijkheid draagt voor het toezicht op een pan-Europese bank. Om dit vertrouwen te verhogen bepleiten wij de uitvoering van de volgende drie voorstellen, die elkaar onderling versterken.

Ten eerste moeten er formele procedures worden ontwikkeld en gebruikt om de grenzen van discretionaire besluiten (besluiten die naar eigen inzicht zijn genomen) te bepalen. In dit kader bepleiten wij de instelling van een onafhankelijke ‘Europese Raad voor het banktoezicht’ die – al dan niet als onderdeel van de Europese Centrale Bank – het gedrag van de toezichthouders op de nationale banken in de gaten houdt. Dit zou helpen bij de aanpak van recente gebeurtenissen waarbij een zekere willekeur aan de orde leek te zijn.

Ten tweede moet er als onderdeel van het toezichtproces in elke EU-lidstaat een systeem van snel correctief ingrijpen (PCA, prompt corrective action) worden ingevoerd. Binnen dit PCA stellen bepaalde indicatoren inzake de financiële positie van een bank vooraf bepaalde maatregelen in werking. PCA-procedures, in de VS al sinds 1991 in de bankwet opgenomen, zouden de kans op een plotselinge bankcrisis verminderen en bijdragen tot het vertrouwen van de toezichthouders in gastlanden in de toezichthouders in thuislanden.

Ten derde moet er een ‘permanente Europese commissie voor crisisbeheer’ worden ingesteld, om de tekortkomingen van het huidige systeem bij de oplossing van crises te verminderen. In deze nieuwe commissie dient elke lidstaat die door een crisis wordt getroffen, een drieledige vertegenwoordiging te hebben van de nationale centrale bank, de toezichthoudende autoriteit en het ministerie van Financiën. De drie andere leden zouden de EU-commissarissen voor mededinging en voor de interne markt en een vertegenwoordiger van de ECB moeten zijn. Belangrijk is dat de procedurele regels van de permanente commissie vooraf bekendgemaakt zouden moeten worden.

De invoering van deze drie voorstellen zou bijdragen tot het vertrouwen in het toezicht op de pan-Europese banken. Daarmee worden ook de zorgen van de nationale toezichthouders verlicht, zodat zij minder reden tot eenzijdig ingrijpen hebben. Natuurlijk zou het enige tijd vergen om deze maatregelen in te voeren.

Op korte termijn en met betrekking tot de huidige concurrentiestrijd om ABN Amro roepen wij de Nederlandse centrale bank op om verdere misverstanden over zijn werkelijke houding te vermijden, om een niet-discriminatoir standpunt in te nemen en om zich verder te onthouden van uitspraken over de wenselijkheid van een bepaald bod. Het prestige van een toezichthouder dient geen rol te spelen bij vergelijking van de pluspunten van verschillende buitenlandse bieders.

Harald Benink is hoogleraar finance aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Rosa Lastra is lector internationaal recht in Londen. Ze zijn voorzitter en lid van de Europese schaduwcommissie voor financiële regelgeving. Dit artikel verscheen vandaag in de Financial Times.