‘Geef me mijn vingerafdrukken terug’

Acht boeken schreef de illegaal Al Galidi in de taal van zijn nieuwe land. Nu is de Iraakse vluchteling genomineerd voor de grootste poëzieprijs van Nederland.

Al Galidi Foto Walter Herfst Rotterdam, april 2007 Al Galidi ,genomineerd voor de VSB Poezieprijs. Foto: Walter Herfst Herfst, Walter

In januari werd de dichter Al Galidi opgebeld door iemand van de VSB Poëzieprijs. Zijn bundel De herfst van Zorro was genomineerd. Al Galidi: „Ik kende de prijs niet. Ik zei: dank u wel. Misschien krijg ik zeshonderd euro, dacht ik. Meteen dacht ik aan het geld. Ze zei: Het is een prijs van 25.000 euro. En meteen, alsof ze mijn gedachten had gelezen: Dit is de grootste poëzieprijs van Nederland. O, leuk, zei ik. Maar ik dacht: Shit! Waarom heb ik die bundel in vijf weken geschreven, in hemelsnaam, en niet in vijf maanden? Ik was zo kwaad op mezelf. Ik wist precies welke zeven gedichten eruit moesten. Simpele clichégedichten, die ik erbij had geschreven voor de gewone lezer. Terwijl ik dertig gedichten heb weggegooid die ik te literair vond.”

Hij pakt zijn bundel erbij. „Kijk. Zo cliché! Pagina 26, pagina 27, pagina, 28, pagina 29, pagina 31. Cliché, zo cliché.”

De Nederlandse poëzie is dood, zegt hij, omdat de mensen geen gedichten meer lezen. „Ze vinden ze te moeilijk. De Nederlandse dichter wil de lezer van de straat naar hem brengen, niet het gedicht naar de lezer in de straat.” Hij wil wel gewone lezers bereiken en niet alleen schrijven voor andere dichters. „Ik wil de lezer raken. Ik bewerk gedichten drie, vier keer, om ze steeds makkelijker te maken.”

Al Galidi heeft acht boeken in het Nederlands op zijn naam; twee romans, drie bundels columns, drie gedichtenbundels. Vanavond kan zijn poëziebundel de prestigieuze VSB Poëzieprijs winnen. De Irakese dichter bewoont een kamer van twee bij drie in een studentenhuis in een smal straatje in Zwolle. Op de grond ligt een matras, de muren hangen vol met vellen papier, knipsels en posters. „Ik ben blij met mijn kamer”, zegt hij. „Nooit eerder had ik een kamer voor mijzelf. Zeven en een half jaar woonde ik in asielzoekerscentra met vier of vijf man op een kamer.”

In 1998 kwam hij naar Nederland. Na die zeven en een half jaar was hij uitgeprocedeerd. Hij hoort nu tot de 26.000 die een generaal pardon is toegezegd door het kabinet. „Ik ben de enige illegaal ter wereld die acht boeken schreef in de taal van zijn nieuwe land.”

Op de posters staan zijn leraren, legt hij uit: Dostojevski, Tolstoj, García Lorca. Er hangt ook een grote poster van Mireille Mathieu. „De mooiste vrouw ter wereld.” Boven zijn matras hangen drie A4’tjes naast elkaar, met de opzet van een boek in Arabisch ogende tekens. „Elke roman is een lijn. Zo zijn mijn romans geboren. Dat handschrift is mijn geheime taal. Arabieren kunnen dit niet lezen.”

Al Galidi wijst op een andere muur. „Mijn collega’s.” Het zijn knipsels uit de Zwolse wijkkrant De Assendorper. „Het Asieldier van de Week. Nooit heeft iemand over mij als mens geschreven. Ik ben altijd die asielzoeker. Maar kijk hoe Nederlanders praten over asielkatten: ‘Deze keer hebben wij gekozen voor Tycho, een gecastreerde kater. De kat is tien jaar oud en moest weg vanwege astma bij een van de kinderen’.” Al Galidi lacht en zegt: „Mijn astma was Saddam Hoessein. ‘Tycho kan goed omgaan met honden en vermaakt zich goed met kinderen. Alleen is Tycho erg dominant.’ Hoe wisten ze dat? Hebben ze dat andere katten gevraagd?.”

Rood kruis

Hij wijst op een symbolenkaart met een man die gehurkt met zijn voeten op de bril van een wc zit, met een groot rood kruis eroverheen. „Dit moet hangen op iedere kamer van het asielzoekerscentrum. Ik ben bouwkundig ingenieur.”

In een column schreef hij dat Vlaamse recensies over de identiteit van zijn boeken gingen en Nederlandse over zijn identiteit als asielzoeker. Dus dit gesprek moet gaan over zijn poëzie. Als hij toch afdwaalt, verontschuldigt hij zich: „Sorry. Jij wilt Zorro leren kennen, en ik geef je de IND.” Zijn stem is zacht en zijn gezicht staat meestal ernstig. Al zijn antwoorden zijn kleine redevoeringen.

De herfst van Zorro bestaat uit drie afdelingen: het hoofd van Zorro, het hart van Zorro, de penis van Zorro. „Op koninginnedag liep ik in Zwolle en een meisje van een jaar of acht vroeg: meneer wilt u een videoband van Zorro kopen? Ik zei: ik heb geen video, geen tv. Ze zei: je krijgt een halve euro korting. Ik zei: O, leuk. Ik heb een tv en video geleend. De film is wel vijftig jaar oud, dus ik dacht: Zorro moet nu tachtig jaar zijn. Heeft geen paard, geen zwaard en geen penis meer. Plots zag ik de mens als een gebouw in drie delen: hersenen, hart, penis.” Van het laagste komen conflicten, van het midden warmte, het hoogste is denken. De bundel moest een romanvorm krijgen, met hoofdstukken over de oorlog tussen de penis en het hart.

Zorro dient als masker om over zijn seksuele ervaringen te kunnen praten. „Als Arabier durf ik dat niet. Ik wilde het liefst alleen over de penis schrijven, maar ik dacht dat de vrouwen die mij kennen, zouden zeggen: ‘Wat is dat? Wat een smerig mannetje ben jij.’ Dus ik schreef er ook mooie gedichten bij, romantische.”

Zo genadeloos als hij is over ‘clichégedichten’, zo ongeremd opgetogen toont hij zich over de geslaagde gedichten in de bundel. „Zes miljoen Nederlanders gaan per jaar via Schiphol op weg naar de warmte. Niemand heeft Schiphol gezien als persoon, behalve ik.” Hij leest een strofe voor. „‘Jij en de dood, Schiphol,/ kunnen mij optillen./ Open de deur naar je hemelse ijzer/ en laat me gaan.’ Alsof ik over de profeet Mohammed schrijf! Dit gedicht bestaat over vijftig jaar nog. Iedere keer als iemand over Schiphol schrijft, zal er worden gezegd: Al Galidi heeft daar als eerste een gedicht over geschreven.” Hij verkondigt zijn trots bijna juichend, zoals in Nederland alleen Wolkers dat kan, en dat bezorgt je kippenvel.

Zijn bundel bevat vijf gedichten die zullen blijven, zegt hij. Een schitterend gedicht gaat over vla. Het is een van de gedichten met een zeer lange titel, die bij zijn toch al geestige voordrachten op het podium voor veel hilariteit zorgen. In zijn geheel luidt de titel: ‘Op een nacht in zijn herfst opende Zorro de koelkast. De vla trilde van angst. Zorro voelde pijn van de vla en zei tegen hem dat hij hem niet op zou eten en alleen wat sap wilde drinken. Voor die vla zong Zorro dit lied.’

Al Galidi: „Ja, die is ook mooi. Nederlanders denken dat er al over alles is geschreven. Maar het is meestal: ik heb je nodig, ik kom je halen, kom bij mij. Veel licht filosofisch, kroegachtig geouwehoer. Maar kijk dit gedicht. Ik gebruik de vla om te vertellen over mijn drama in het asielzoekerscentrum. Ik schrijf: ‘Vla, mijn broer/ Je moet hier koud worden/ om daar niet te verrotten./ Ik moet hier verrotten/ om daar niet koud te worden.’ ‘Daar’, dat is Irak. ‘Hier’, dat is het AZC. Het gedicht sluit ik af met: ‘Vla, mijn broer/ uit de melk van de vrouw/ en de melk van de koe/ zijn wij gebouwd.’ Zó flauw, flauwer dan de vla zelf, maar niemand heeft het eerder gedaan. Dat is mijn punt.”

Wat hij steeds doet is levenloze dingen bezielen. „Dat is de magie van de taal. Ik ga geen zielige boeken schrijven over een Irakees die hier is gekomen, zijn moeder heet Fatima, zijn vader is blabla en hij geniet zo van de vrijheid. Nee, ik versier de taal. Ik had makkelijk een boek kunnen schrijven waar er honderdduizend van verkocht zouden worden. Over al die asielzoekers die ik ken. Maar dat is geen literatuur. Ik ben schrijver, ik schrijf wat ik wil. Een allochtone schrijver wordt gemaakt en wie hem maakt kan hem ook weer afbreken, begrijp je.”

In een column schreef hij ‘psychisch ziek’ te zijn. „Stel, je wacht op een station op een mooi meisje – condoom en kauwgom in je zak. Na zeven en een half uur ben je het zat, gooi je het condoom en de kauwgom weg. Ik heb zeven en een half jaar gewacht, op een briefje van de IND. Langer dan de Eerste Wereldoorlog. Langer dan de Tweede Wereldoorlog. Bijna zo lang als alle oorlogen van Saddam Hoessein samen. Ik heb nu zeven jaar rust nodig.”

Vingerafdrukken

Is hij boos op Nederland? „Ik ben boos op mezelf. Ik ben naar Noorwegen gevlucht, maar ik moest terug. Wegens het Verdrag van Genève mag je maar in één land asiel aanvragen. Het eerste wat ze overal doen is je vingerafdrukken nemen. Je krijgt één kans. Dat is goed bedacht, beter dan geen kans. Maar wat Nederland doet is schandalig. Nederland kijkt niet naar je aanvraag, maar ze laten je ook niet los. Ik zei: geef mij mijn vingerafdrukken terug.”

Hij vertelt waarom het zo lang duurde. Bij aankomst was hij een schrijver die nog geen boeken had geschreven. Hij moest op commando een gedicht schrijven en blokkeerde. Hij kreeg ruzie met de vrouw van de IND. Ze wilde zijn geboortedatum. In de woestijn doen ze niet aan verjaardagen zei hij. Iedereen in Irak is op 1 juli geboren. Hij schat zichzelf tussen de 35 en 40. Toen ze aandrong, gaf hij een datum, waarop ze zei dat hij loog, omdat hij het eerst niet wist. Enzovoort.

Uit zijn verhaal klinkt toch woede. „Ik ga het eerlijk zeggen. Tot 2001 haatte ik Nederland. Tot de moord op Fortuyn. Dat veranderde de Nederlanders in bange konijntjes. De bloemen die ze neerlegden waren als voor hun eigen graf. Ik dacht: O, ik schrijf voor een dood volk. Ik kan geen haat hebben voor een dood volk.

„Daarna ontmoette ik Geert Mak, Rutger Kopland, Tsead Bruinja, al die leuke schrijvers. Zo zie ik het: je hebt het Nederland van Geert Mak en het Nederland van Geert Wilders. Het land van Geert Mak is dat van tolerantie, hij is een knuffelbeertje. Het land van Geert Wilders is dat van de genadeloze piraten, de cultuur van de grote schepen. Dat land heeft de macht, beheerst de ambtenaren, de sofinummers en de paspoorten. Dat land laat nooit de ogen van de moordenaar van Fortuyn zien, want die zijn blauw. Wel de ogen van de moordenaar van Van Gogh. Dat land is racistisch. Het andere land is de hemel.”

Die tegenstelling brengt hem in de war. „Dus ik wil naar België. Nederland, gereformeerd, begrijpt van de bijbel alleen het kruis: de straf. De Belgen, katholieken, kiezen Jezus: vergeving. Nederland is koud en kaal als een protestantse kerk.”

Zwarte schaap

„Vier jaar geleden belde mijn vader. Hij was ziek, te zwak om te reizen. Ik belde de IND, Justitie, Buitenlandse Zaken. Ik zei: ik heb zes boeken geschreven, ik wil één papiertje, voor een reis naar Syrië. Ik heb jullie zoveel papier gegeven. Ik kreeg het niet, dus ging ik op zoek naar een vals paspoort. Ik vond er een, maar pas na de dood van mijn vader. Nu voel ik me schuldig want ik had geen goed contact met mijn vader. Ik was het zwarte schaap van de familie. Ik was een lastig kind, terwijl mijn vader heel lief was. Ik ben gevlucht toen ik in de twintig was. Dus ik had zin om hem te zien, om een wandeling met hem te maken en te zeggen: ‘Papa, ik ben nu een man, ik heb respect voor jou.’ Die klootzakken van Nederlanders hebben mij het papiertje niet gegeven. Dat zal ik dit land niet vergeven.

„Als ik een verblijfsvergunning krijg ga ik geen Nederlands paspoort halen. De prijs van dat paspoort is mijn waardigheid. Als er in de koran zou staan dat je de nationaliteit van Verdonk nodig hebt om in de hemel te komen, dan ga ik met een Irakees paspoort naar de hel, met Saddam Hoessein. Maar als ik Nederland zou haten, haat ik ook een deel van mezelf. Kijk die mooie meisjes hier, waarom zou ik Nederland haten? Ik haat een paar ambtenaren. Maar er zijn ook tandartsen geweest die me van mijn kiespijn hebben verlost zonder dat ik papieren heb, studenten met wie ik woon, uitgevers van mijn boeken.”

Als de recorder uitgaat, buigt Al Galidi zich nog één keer naar mij toe. Om te fluisteren: „Ik denk dat ze mij nomineren om mij te steunen. De literaire wereld ziet dat ik ben uitgeprocedeerd en vindt het schandalig.”

Al Galidi: De herfst van Zorro. Meulenhoff/Manteau, 78 blz. € 19,95. Zie voor de recensie van de bundel www.nrc.nl.Vanavond vindt in de Rode Hoed in Amsterdam een avond plaats met alle genomineerden voor de VSB-prijs. Zie www.rodehoed.nl.