Er is nooit iets op donderdag, zucht D.

Keek weer een avond met vriendin D. „Ik geloof niet dat er veel is hoor”, zei ze. Dat klopte wel. Al leerde Netwerk ons weer eens opnieuw wat we al wisten: dat mensen bereid zijn de idiootste dingen te geloven. Vader en zoon Allard, oprichters van een Evangelisch kerkgenootschap, hebben van de gelovigen 5,5 miljoen euro geïncasseerd. Voor een project in Afrika. Maar ze wonen nu zelf riant en hun auto’s zijn heel groot en een deel van het geld is zoek. „Achter het hele financiële gebeuren daar zit U achter Heer”, bidt papa Allard. Geweldige tekst. Kan je nog wel eens lol van hebben. Evenzogoed sneu voor de apotheker die al jaren gespaard had en geloofde dat hij volstrekt risicoloos 24 procent rente op zijn spaargeld zou krijgen als hij investeerde in het project van de Allardjes. 24 procent. Zonder risico. Dan moet de Heer inderdaad wel achter het financiële gebeuren zitten.

Vriendin D. kijkt op donderdag altijd „naar Astrid”. Astrid Joosten in Twee voor twaalf. Hoe lang bestaat dat programma al wel niet? Het is een bijkans antieke quiz, met het verschil dat vroeger alleen encyclopedieën etc. ter beschikking stonden om antwoorden op te zoeken en nu ook een computer. Verder is er niets aan veranderd, dat is op zichzelf al een klein hoeraatje waard. Gewoon een rustige en leuke quiz die rustig en leuk gepresenteerd wordt. Door Astrid.

Dan wil D. wel even naar Ik vertrek kijken, want dat heeft ze bijna nooit gezien. We zien drie Nederlandse stellen die in den vreemde iets zijn begonnen in de toeristenindustrie, toen gefilmd zijn en nu opnieuw worden bezocht. Het laatste stelletje is wel opmerkelijk: twee heel jonge mensen die nog nooit gevlogen hebben, maar nu het vliegtuig nemen naar Kreta, daar in ongeveer vijf minuten een restaurant kopen. Ze hebben geen horeca-ervaring, maar openen al snel feestelijk de zaak. Er komt niemand. Na een poosje werkt zij in een hotelbar, hij in een broodjeszaak om geld bij te verdienen. Toch zetten de twee door, in de winter gaan ze naar Nederland en doen horeca-ervaring op, zij leert ook Grieks, en dan straks weer naar Kreta.

D. vindt het toch saai. „Ik begrijp wel waarom ik hier nooit naar kijk”, zegt ze. Het is ook wel saai. Veel very alledaags gezeur.

Wat nu? Het leven is voor een gewone televisiekijker niet makkelijk, dat zie je dan wel op zo’n avond. „Er is nooit iets op donderdag”, zucht D. Zeg dat. Helemaal drie keer niets. Behalve straks nog een documentaire The end of the Neubacher project. Een heel rustig gefilmd, niet erg indringend portret van het Oostenrijkse deel van de familie van de maker. De grootouders en oudooms waren allemaal overtuigde nazi’s met een diepe verering voor goden als Hermann Göring, van wie opa een geweer kreeg als dank voor een geslaagde jachtpartij. Een andere oom bezat een steengroeve die hij graag aan de nazi’s verkocht, in Mauthausen. Niet makkelijk zo’n familie en de jongste leden hekelen dan ook fel het gebrek aan openheid over het verleden, de hypocrisie enz. zodat het meteen weer heel Oostenrijks wordt. Maar meestal is het nogal stil op de documentaire. Meedogenloze D. gaat intussen maar het bed even opnieuw opmaken. „Het gaat zó langzaam”, zegt ze. Is waar. Als ze terugkomt ben ik in slaap gevallen voor Henny Huisman die over zijn nieuwe programma mag vertellen bij Pauw& Witteman. Schrik weer overeind. Waar God is in dat nieuwe programma wil Pauw weten. We zien Hennie aan de piano zingen: „Oh lieve God ik zoek U! Oh lieve God waar bent U?” „Dit is nu echt alles waar ik me voor schaam in Nederland”, zegt D. Ben het alweer met haar eens.

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen