Een tienermoeder helpt tienermoeders

Tienermoeders die elkaar helpen. Dat past in ‘Kan wél!’, dat mensen uit probleembuurten hun eigen ideeën laat uitvoeren.

Het lijkt een succes.

De inloopsoos voor tienermoeders in Leiden Foto Rien Zilvold De inloopsoos voor tienermoeders in Leiden Foto Rien Zilvold leiden tienermoedersoos foto rien zilvold moeders baby's spenen in het kader van project Kan wél! Zilvold, Rien

Meewarige blikken op het station. Mensen die denken dat je de kinderoppas bent. En opmerkingen in de supermarkt: ‘Kijk! Een kind dat een kind opvoedt!’

„En toen was ik al 18 jaar. Stel je voor dat je pas 14 bent”, zegt Aukje van der Veen (nu 21) uit Leiden. Ze heeft een dochter, Mila, van twee jaar oud. Elke dinsdag organiseert Aukje van der Veen in buurtcentrum Op Eigen Wieken in Leiden-Noord een inloopsoos voor tienermoeders en hun kinderen.

Want, zegt Aukje van der Veen, tienermoeders stuiten op veel problemen. Als je zwanger bent, is er de druk van anderen om je kind weg te laten halen. En na de geboorte is er het isolement, waar tienermoeders vaak in terecht komen. „Vrienden komen niet meer, omdat ze denken dat je toch geen tijd meer hebt. Ik had het gevoel dat ik écht helemaal alleen was.” En dan zijn er nog de praktische problemen: het vinden van een huis, het regelen van een uitkering.

Het initiatief van Aukje van der Veen is een van de 150 projecten van het experiment Kan wél!, dat tot doel heeft de sociale samenhang in achterstandswijken te bevorderen. Bij Kan wél! komen bewoners met een voorstel, werken dat uit – en blijven tot het einde aan toe verantwoordelijk. Er doen nu elf steden aan mee en dat aantal stijgt gestaag. Werkt het ook?

Ja, zegt Elvira Jansen, projectcoördinator van Kan wél! „70 procent van de deelnemers was anders nooit met hun idee naar buiten gekomen.” Het unieke is, zegt ze, dat Kan wél! niet meteen de problemen wil aanpakken, maar zich richt op ideeën die mensen zélf hebben bedacht ter verbetering van hun wijk. Elvira Jansen: „Welzijnsorganisaties werken vaak volgens het principe: er is een probleem en dat moet worden opgelost. Wij gaan juist op zoek naar creatieve mensen in de wijk.”

Iedereen kan meedoen aan Kan wél!. Bijvoorbeeld ook mensen met een huurachterstand, zegt Jansen. „In Almere heeft de familie Tokkie een sinterklaasfeest georganiseerd.” Ze zegt dat Kan wél! zowel allochtone als autochtone mensen aantrekt. „We vermoeden dat dat komt door onze individuele benadering en omdat wij geen ellenlange vergaderingen kennen.”

De deelnemende bewoners hebben vaak veel begeleiding nodig, zegt Elvira Jansen. Daarom zijn er speciale ‘buurtcoaches’, opgeleid door het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken. De coaches beheren ook het geld – 30.000 euro per wijk, 2.500 euro per project – dat daardoor snel beschikbaar is. Jansen: „Wij hebben de pinpas. Mensen hoeven niet eerst door de mallemolen van bureaucratie en aanvragen heen.”

De bewonersinitiatieven zorgen ervoor dat meer mensen in de wijk elkaar leren kennen. De projecten beginnen klein, maar meestal komen er steeds meer deelnemers en wordt de kring groter. Jansen: „Het zorgt ervoor dat je de anderen in de wijk voortaan gedag zegt. En dat effect verdwijnt niet snel.”

Dat laatste klopt slechts ten dele, blijkt uit een evaluatierapport over Kan wél!, door de School voor politiek en bestuur van de Universiteit van Tilburg), dat deze week werd gepresenteerd. In de uitvoeringsfase leren de initiatiefnemers weinig nieuwe mensen kennen. Ze doen het meeste werk zelf, en als ze hulp nodig hebben komt dat van vrienden, familie of buren. „In termen van de beoogde sociale binding is hier dus weinig winst te boeken”, aldus het rapport.

Het rapport stelt dat „nieuwe verbindingen” wel ontstaan als het project eenmaal is gerealiseerd. Daarbij zijn dan wel grootschalige bijeenkomsten zoals een openingsdag van belang, waarbij het initiatief onder de aandacht kan worden gebracht.

Elvira Jansen zegt dat twee of meer ‘projecteigenaren’ soms samen tot nieuwe projecten komen en dat ze dus weer nieuwe mensen leren kennen, maar dat wordt pas op langere termijn zichtbaar. „Het werkt als een olievlek.” Maar, zo nuanceert zij het rapport, in veel gevallen blijft het bij goede voornemens.

En het evaluatierapport signaleert nog een gevaar: de continuïteit van het project als een initiatiefnemer ermee stopt. Want waarom zou je als bewoner een project overnemen als dat van iemand anders is?

Aukje van der Veen in Leiden denkt in ieder geval nog lang niet aan stoppen. Sterker nog, zij breidt haar inloopsoos juist uit tot twee dagen in de week. Daarnaast heeft ze inmiddels een eigen stichting (Madeliefje) opgezet om jonge moeders te helpen. Haar droom? „Eén groot dienstverleningscentrum voor jonge moeders, vaders, familie, en instanties. Een plek waar iedereen langs kan komen.”

Lees meer op www.kanwel.nl en www.stichtingmadeliefje.nl