Doodsbang tussen de rozen

De verzwegen Zweedse collaboratie en de lokroep van het kwaad kwamen een kwart eeuw geleden samen in het bruisende debuut van Klas Östergren. Nu schreef hij een vervolg.

Klas Östergren: Gentlemen en Gangsters. Uit het Zweeds vertaald door Rory Kraakman. De Bezige Bij, twee delen, 909 blz. € 39,90 (tot 1 augustus, daarna € 49,90)

In 1980 publiceerde de jonge Zweedse schrijver Klas Östergren (1955) de epische roman Gentlemen. Östergren was 25 en zijn boek ademt een ongeremd schrijverschap. Gentlemen is vitaal en wervelend; hier is een auteur aan het woord die geen enkele terughoudendheid kent. Zijn inspiratie in het uitbeelden van scènes en situaties, van spanningslijnen en personages is verbluffend.

Het verhaal is betrekkelijk eenvoudig. Een jonge schrijver, Klas Östergren genaamd, leidt een onaangepast bestaan in Stockholm. Hij werkt aan een boek, maar dat lukt niet. Hij hangt rond in een boksclub en denkt na over het ‘ultieme’ boek dat moet gaan over Goed en Kwaad en dat een ‘zwart sprookje’ moet zijn. Op een dag blijkt zijn appartement te zijn leeggeroofd. Het vervult de wat timide hoofdpersoon niet eens met veel woede. Hij beschikt nog over zijn typemachine. Hiermee gewapend trekt hij in bij zijn flamboyante vriend Henry Morgan die hem meezuigt in een geheime wereld van jazz, drugssmokkel en malafide zakenlieden.

Gentlemen is een roman in een roman. Honderd jaar eerder, in 1878, verscheen van August Strindberg de befaamde, maatschappijkritische roman Röda rummet (De rode kamer), een sleutelroman over de literaire en politieke wereld die voor grote opschudding zorgde.

Die roman besluit Östergrens hoofdpersoon in Gentlemen te herschrijven, maar dan in de wereld van een eeuw later. In overmoed en in overleg met een meesterlijk geportretteerde uitgever die een bestseller voorziet. Het project mislukt, het typoscript belandt in het vuur. Intussen is wel het idee van een sleutelroman geboren. In een voortreffelijke stijl karakteriseert Östergren de louche kringen, waarvan hij deel uitmaakt en vooral: waarvan hij deel uit wíl maken. Het hoofdpersonage dat Östergren uitbeeldt is een voorbeeld van een jongeman die zich uitlevert aan de onderwereld, daarvan geniet en tegelijk distantie houdt om erover te kunnen schrijven. De fascinatie voor de schaduwzijde van het bestaan is in eerste instantie van literaire aard: de gangsterwereld lokt, al is het romanpersonage Östergren nog zo’n gentleman.

De roman gaat over de val naar het kwaad van Klas. Zijn idool Morgan trekt op onweerstaanbare wijze lieden uit de wereld van de misdaad aan, onder wie de zakenman Wilhelm Sterner die op malafide wijze zichzelf verrijkt.

De opschudding die Gentlemen veroorzaakte anno 1980 heeft alles te maken met het slechte geweten van Zweden. Feitelijk stond het land in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de Duisters. Kledingmagnaat Hugo Boss ontwierp Duitse uniformen. Wagonladingen Duitse soldaten en wapens reden door het neutrale Zweden naar de bezette buurlanden Noorwegen en Finland. De echo van deze verzwegen collaboratie is terug te vinden in Gentlemen: Sterner verrijkt zich met bloedgeld, illegale praktijken en duistere handelwijzen.

Op een van de eerste bladzijden doet de auteur een opmerkelijke uitspraak: hij spreekt over onzichtbare vijanden. Een treffende zin geeft zijn paranoia weer: ‘Alle mensen hebben wel een vijand, maar ik heb dezelfde vijand als mijn vrienden en mijn vrienden zijn verdwenen. Ze hebben mijn vijand nooit aangewezen dus ik weet niet hoe hij, zij of het eruitziet.’

Paranoia: daar hebben we het kernwoord van Östergrens literaire werk. Een kwart eeuw na publicatie van Gentlemen is Gangsters verschenen, het vervolg. Het spel van boek-in-boek zet hij verder voort. Nu de beide boeken als dubbelroman zijn verschenen, is het interessant de auteur uit 1980 te vergelijken met de auteur uit 2005. Hoofdpersoon is opnieuw Klas Östergren, ondertussen een getrouwd man van in de vijftig die niet langer een duister appartement bewoont in Stockholm maar in de lieflijke landstreek Skåne verblijft. Hij leeft teruggetrokken in een huis met weids uitzicht en heeft een broeikas tot werkkamer gemaakt. Verschanst tussen rozen en wijnranken wijdt hij zich aan Gangsters, dat verder gaat waar Gentlemen ophield. Hij leeft in de waan dat hij, net zoals in het echte gangsterleven, onophoudelijk wordt achtervolgd. Elk moment, zo vreest hij, kan een kogel door het glas van de broeikas slaan en hem doden. Een van de allermooiste scènes uit Gangsters is die waarin een anonieme man, de Gezant geheten, de hoofdpersoon schaduwt. Wanneer hij in een etablissement een afspraak heeft met een vrouw die niet komt opdagen, schuift deze spion aan zijn tafel en begint ogenschijnlijk een achteloos gesprek. Ondertussen is duidelijk dat hij op de hoogte is van alles wat zijn slachtoffer onderneemt. De geheim agent verbiedt Östergren nog langer aan zijn boek te schrijven, want het bevat tal van compromitterende passages over Morgan en zijn kring. De Gezant blijkt onverwachte directe relaties te hebben in Östergrens familie. Hij is de vijand van nabij, sterker: de vijand in eigen huis.

Het boeiende aan deze dubbelroman is dat de toon van beide delen diepgaand verschilt. De hemelbestormende jonge schrijver van Gentlemen is 25 jaar later een doodsbange man geworden. Dat uit zich ook in de stijl: de wilde metaforen en de duizelingwekkende, soms labyrintische beschrijvingen uit het eerste deel maken in het vervolg plaats voor een berustender stijl. Die wordt door vertaler Rory Kraakman knap weergegeven. De oudere schrijver bekent dat hij zich afgewend heeft van de wereld en geboeid is door de roos, waaraan hij een poëtische passage wijdt om uit te leggen hoe een bloeiende roos tot ‘resignatie’, berusting, stemt.

De demonen van vroeger zullen altijd terugkomen: dat is de strekking. Östergren schrijft: ‘De buitenwereld was bedreigend en angstaanjagend’. De roekeloze flirt van de jeugdige schrijver met de duistere wereld van de misdaad heeft zijn sporen nagelaten.

Het is een zeldzame verschijning in de literatuur dat een auteur op zijn 50ste terugkeert naar het boek dat hij op zijn 25ste schreef. Klas Östergren suggereert dat hij het vervolg Gangsters op verzoek schreef: er waren zoveel lezers die hem vroegen ‘hoe het nu afloopt’. Maar misschien had hij toen als beginnend auteur deze meesterzet al bedacht. Want na lezing van deel twee blijkt het eerste deel talloze verwijzingen te bevatten, alsof Gangsters van begin af aan al in Östergrens creatieve brein verscholen lag. Het fraaie is dat deze dubbelroman sterk aanleunt tegen het genre van de thriller , maar dat er toch ternauwernood een schot in deze bijna duizend bladzijden wordt gelost. Het gaat om onderliggende motieven: angst, dreiging, achtervolging. Dat zijn de geheime machten die op elke bladzijde van Gentlemen en Gangsters regeren.