Doe die roze bril maar af

De derde feministische golf moet gaan over de thema’s arbeid, seksualiteit en armoede. Dat wordt duidelijk uit een nu vertaalde, belangrijke aanklacht tegen de achterstelling van vrouwen.

Christine Ockrent (red.): Zwartboek. De positie van vrouwen wereldwijd. Vertaald uit Frans en Engels door Mieke Maassen e.a. Voorwoord van Hedy D’Ancona.Artemis & co, 493 blz., € 25,–

Heleen Mees: Weg met het deeltijdfeminisme! Over vrouwen, ambitie en carrière. Nieuw Amsterdam, 160 blz., € 12,50

Emily Nobis: Geen kinderen geen bewaar. Waarom niet alle vrouwen moeder willen zijn. Contact, 208 blz. € 19,90

Ellen de Bruin: Dutch women don’t get depressed. Hoe komen die vrouwen zo stoer? Contact, 176 blz. € 15,–

‘Inderdaad, ik heb mijn vrouw gekocht.’ De Chinese man wappert met een papiertje in zijn handen. Hij wil van de politie zijn jonge vrouw terug. De politie heeft haar opgespoord: ze was ontvoerd en verkocht. De vrouw wil naar haar familie terug, maar de man is haar ‘eigenaar’. Hoewel bij de wet verboden, is de handel in echtgenotes op het platteland van China nog steeds een wijd verbreid verschijnsel. Vrouwenhandel, eerwraak, verkrachting, geweld, armoede, moedersterfte, hiv/aids, arbeidsparticipatie, prostitutie – in Zwartboek, een vuistdik overzichtswerk uit Frankrijk, stellen gerenommeerde journalisten, onderzoekers, schrijvers en activisten de weinig rooskleurige situatie van niet-westerse vrouwen aan de kaak. De boodschap is helder: de emancipatie wereldwijd is nog lang niet voltooid. En de wereldwijde derde feministische golf moet gaan over de thema’s arbeid, seksualiteit en armoede.

Zwartboek is opgebouwd uit vijf delen die vernoemd zijn naar vijf fundamentele rechten van de mens: veiligheid, integriteit, waardigheid, vrijheid en gelijkheid. Ieder deel bevat zes tot acht bondige artikelen, voorafgegaan door een inleidend stuk dat de algemene misstand toelicht met titels als ‘De strijd tegen vrouwenbesnijdenis’ (Integriteit) of ‘De inzet van stemrecht en de deelname van vrouwen aan de politiek’ (Gelijkheid), gevolgd door een selectieve routekaart langs landen, bijvoorbeeld ‘besnijdenis in Koerdistan’, ‘de eer van Iraakse vrouwen’ of ‘de reisroute van Chinese prostituees’. Het wereldfeminisme erkent verschillen tussen vrouwen, maar heeft een vruchtbaar uitgangspunt: ‘Cultuur, traditie of religie kunnen niet worden aangevoerd als excuus voor het schenden van mensenrechten, of om voorbij te gaan aan die schendingen’.

Hoewel de aandacht in dit boek in de eerste plaats uitgaat naar niet-westerse vrouwen, is er ook een aantal bijdragen over westerse vrouwen, zoals een artikel over echtelijk geweld in Spanje, een hoofdstuk over het teruggedraaide emancipatiebeleid onder de regering Bush in de Verenigde Staten. Voor de Nederlandse editie zijn uitstekende bijdragen toegevoegd van journalisten, schrijfsters en politici, onder wie Femke van der Zeijl over hiv/aids bij Oegandese vrouwen, Betsy Udink over huiselijk geweld in Pakistan, Ayaan Hirsi Ali (‘Moslima’s, eis je rechten op’) en een opbeurend interview met Hanneke Kamphuis, voorzitter van het Financieringsfonds Mama Cash, dat vrouwenprojecten wereldwijd steunt.

De Nederlandse auteurs schrijven dus niet specifiek over emancipatie in Nederland, maar Nederland komt via het internationale perspectief niettemin pijnlijk onder de aandacht. Sociologe Margaret Maruani vergelijkt een aantal zorg/ werk-modellen. Nederland wordt daarbij speciaal vermeld als het land waar de beroepsactiviteit van vrouwen zich kenmerkt door een hoge discontinuïteit en een uitzonderlijk hoog percentage van deeltijdwerk (73 procent). Zowel het Scandinavische model als het Zuid-Europese model is effectiever gebleken als het om deelname van vrouwen aan het arbeidsproces en in hoge functies gaat.

Zwartboek bevestigt daarmee de bevindingen van columniste, juriste en de oprichtster van de actiegroep Women on Top, Heleen Mees. Ontmoederen! Vrouwen écht aan het werk! Naar de top! Het zijn de drie belangrijkste punten van Weg met het deeltijdfeminisme!, een bundeling columns uit NRC Handelsblad. Powerfeminist, zo noemt Mees zichzelf. Powerfeminisme is volwassen geworden girlpower. Het naveltruitje is verruild voor een mantelpak, en gewichtsvermindering of het vinden van een partner zijn niet prioriteit nummer één. De powerfeminist wil échte, politieke en economische macht. Mees roept vrouwen op verantwoordelijkheid te nemen, en ze richt zich tot het hart van de bestuurlijke, economische en politieke elite met economische argumenten om het vrouwelijke arbeidspotentieel te benutten. Mees formuleerde haar bezwaren onder meer in manifestachtige brieven, waaronder ‘Klacht tegen het mannenkartel’, in samenwerking met onder meer Mei Li Vos, en ‘Brief aan de informatrice: wij vrouwen eisen’ – een brief die door meer dan dertienhonderd prominente vrouwen uit politiek en bedrijfsleven werd ondertekend. Deze brief had drie speerpunten: een halt toeroepen aan de feminisering van armoede, meer aandacht voor internationale vrouwensolidariteit, en meer vrouwen in topposities krijgen.

Ondanks dit prijzenswaardige streven, stuiten de ideeën van Mees op veel weerstand. Mees’ column tegen een jaar ouderschapsverlof omdat dit de arbeidspositie van vrouwen schaadt, was goed voor postzakken vol scheldpartijen, hoon en kwaadheid van vrouwen. De retoriek van Mees is hier mede de oorzaak van. Mees drukt zich bij voorkeur uit in heldere imperatieven gevolgd door een uitroepteken (stop met borstvoeding!) die eerder klinken als een standje (‘Nederlandse vrouwen luieren te veel en hebben een gebrek aan ambitie!’) dan als een steuntje in de rug. Retoriek is ook het eindeloos herhalen van je punt: als je alle columns van Mees achter elkaar leest, storen de herhalingen, maar ze blijken ook effectief – de punten worden erin geramd en beklijven als feministische soundbites. De columns zijn dan ook niet gebundeld om hun stilistische brille, genuanceerde denkkracht of historische diepte, maar om het activisme en pragmatisme dat ze verkondigen. De belangrijkste retorische strategie is om alle vrouwen aan te spreken zonder bijzonder onderscheid – dat heeft zijn nadelen, maar het heeft ook iets verfrissends en voorkomt een hokjesdenken in bijvoorbeeld ‘moeders’ versus ‘niet-moeders’ of ‘autochtonen’ en ‘allochtonen’. De emancipatoire nadelen van deeltijdwerken en van de hardnekkige traditionele moedercultuur in Nederland treft álle vrouwen, stelt Mees. Ook van moslima’s kan geëist worden dat ze beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, schrijft Mees, en vrouwen moeten beslist niet het advies van Naema Tahir volgen en hun vrouwelijke seksualiteit inzetten om zo ‘flirtend’ naar de top gaan. Het is een misvatting dat vrouwen nog altijd denken dat ze iets moeten ‘geven’ (namelijk seksualiteit) om ergens te komen.

Nederlandse vrouwen denken overigens over het algemeen dat in Nederland alles prima voor elkaar is – zie Dutch women don’t get depressed. Hoe komen die vrouwen zo stoer?, een lichtvoetige en goedgehumeurde rondgang (per fiets) van NRC-journaliste Ellen de Bruin langs bekende en minder bekende Nederlanders die hun meningen geven over de Nederlandse vrouw. Conflictvermijdend, sportief, lomp, niet bij de pakken neerzittend, slecht gekleed, ten onrechte in de waan dat ze zo geëmancipeerd is – dat is de Hollandse vrouw die De Bruin schetst. Om depressief van te worden, beaamt ze, en daarom roept ze aan het slot van haar boek, conform het type dat ze zojuist heeft neergezet, olijk op tot het opzetten van een roze bril, en hulde te brengen aan de Nederlandse vrouw. Maar gezellig-gezellig en conflictvermijding staan de emancipatie ook in de weg. Wie afwijkt van de norm, wordt als ‘spelbreekster’ ter verantwoording geroepen, weet ook Emily Nobis. De redactiechef van het maandblad Opzij bracht in Geen kinderen geen bezwaar de levens van bewust kinderloze vrouwen in kaart. Vrijwel elk emancipatiedebat gaat over de vraag hoe vrouwen werk en moederschap kunnen combineren, waardoor er een in haar ogen in Nederland een storende automatische koppeling tussen ‘vrouw’ en ‘moeder’ ontstaat. Nobis laat zien dat niet emancipatie de eenduidige oorzaak is van toenemende kinderloosheid, maar dat juist sekse-ongelijkheid en het traditionalisme waar Nederland van doordrongen is, een rol spelen.

Wat opvalt in Weg met het deeltijdfeminisme!, Geen kinderen geen bezwaar en Zwartboek is dat de man vooral aanwezig is als dader of als afwezige vader. In Zwartboek figureert de man als verkrachter, oorlogsvoerder of onderdrukker; in Weg met het deeltijdfeminisme! is hij een volstrekte karikatuur: iemand die golft en in de sauna beslissingen neemt met andere mannen om vrouwen buiten te sluiten. Zwartboek hint wel met regelmaat naar de beperkingen die aan westerse en niet-westerse mannen worden opgelegd. Om bepaalde problemen aan te pakken (eerwraak, geweld), volstaat het niet alleen om vrouwen mondig te maken, beter te informeren of waar nodig in bescherming te nemen, maar dient hetzelfde met mannen te gebeuren.

Daarnaast is ook de dialoog tussen westerse- en niet-westerse vrouwen onontbeerlijk. In Nederland dreigt het nieuwe feminisme zich op te splitsen in twee groepen: blanke vrouwen maken zich druk om topposities en seksualisering van de maatschappij terwijl moslima’s een weg proberen te vinden tussen het islamitische geloof en de westerse normen en waarden (zie ook het artikel van Jolande Withuis in Boeken 12.01.07). Zwartboek biedt vruchtbare perspectieven om de handen ineen te slaan: mensenrechten als basis en de leerzame uitwisseling van verschillende visies staan centraal.

Het valt op hoezeer álle schrijfsters voortdurend defensief benadrukken vooral niet te willen ‘klagen’. Klagen? Na lezing van de gruwelijke misstanden in een van de belangwekkendste boeken op het gebied van emancipatie van het jaar, Zwartboek, is ‘klagen’ ineens een bizar woord en gezellig-de-roze-bril-even-op al even potsierlijk. De retorische angst om niet gehoord te worden, om voor ‘klager’ aangezien te worden – een verdedigende toon die verwijst naar de kritiek op de tweede feministische golf – moet ogenblikkelijk stoppen. De wereldwijde aanklacht tegen de achterstandspositie van vrouwen kan niet luid genoeg klinken.

Wilt u reageren? Schrijf naar boeken@nrc.nl