De PvdA rekent af

Als het bestuur van een politieke vereniging besluit op te stappen, is dat een interne aangelegenheid die men voor kennisgeving zou kunnen aannemen. Maar het aftreden van het partijbestuur van de PvdA raakt het algemeen belang. De leider van die partij, minister Bos (Financiën), is tevens vicepremier. De stabiliteit van het landsbestuur is dus in het geding. Dat woensdagavond onmiddellijk een tijdelijk voorzitter werd benoemd, in de persoon van oud-partijvoorzitter Koole, is daarom verstandig. De interne problemen binnen deze regeringspartij zijn daarmee nog niet uit de wereld.

Het behoort tot de vaste gebruiken dat na een verkiezingsnederlaag bij de betrokken politieke partij een afrekening volgt in het bestuurlijk milieu: de partijtop. Normaliter is de positie van de verliezende lijsttrekker in het geding. Nu de voormalig lijsttrekker tevens steunpilaar is van het kabinet, ligt het vooralsnog niet in de rede dat zijn partij hem rechtstreeks laat boeten voor het tegenvallend electoraal succes. De PvdA zou daarmee de zo vurig gewenste positie in het centrum van de regeermacht verspelen.

Automatisch richtten aller ogen zich dan ook al enige weken op de woensdag teruggetreden partijvoorzitter Van Hulten. Eigenlijk was het wachten op een rapportage van een partijcommissie die onder leiding van de voormalige duo-voorzitter Vreeman op zoek is naar de achtergronden van de PvdA-misère. Het is een raadsel waarom die commissie zoveel tijd nodig heeft, gezien het voorwerk dat gedaan is onder leiding van de commissie-De Boer die de nederlaag van 2002 onderzocht. De opmerkingen over de ‘de intern-Haagse gerichtheid’ van het partij-establishment, en de ‘kleurloosheid’ van de PvdA uit het rapport ‘De kaasstolp aan diggelen’ hoeven alleen maar onder het kopieerapparaat te worden gelegd.

Van Hulten zag de bui hangen en koos voor een frisse aanpak. In plaats van zich beschikbaar te houden als ritueel offerdier, besloot hij de partijvernieuwing in de praktijk te brengen. In zijn val sleepte hij het hele bestuur mee.

De commissie-Vreeman kan nu schijnbaar beginnen met een tabula rasa. Maar de PvdA is allerminst een onbeschreven blad. Dit bleek al uit de onverhoedse analyse die het wetenschappelijk bureau van de partij recentelijk uitbracht. De sociaal-democraten werden daarin met zoveel spagaten geconfronteerd dat zij bij wijze van spreken beter een balletschool kunnen beginnen dan door te gaan als politieke partij.

De oproep van partijleider Bos, via een inzonden stuk in De Volkskrant, aan zijn partijgenoten om te stoppen met de ‘zelfkastijding’ en zich te verheugen in de positie als regeringspartij, blijkt nu eerder een uiting van machteloosheid dan een richtinggevend appèl. Door het aanstormen van de SP, die als oppositiepartij geen last heeft van een identiteitscrisis, voelt de PvdA zich gedwongen het eigen profiel op te poetsen. De te verwachten ‘ruk naar links’ van de Tweede Kamerfractie zou echter, hoewel begrijpelijk, onverstandig zijn. Een betrouwbare coalitiepartner blijft binnen de grenzen van het pas gesloten akkoord.