De geboorte van Nefertari 2

Ze was verdwaald. Het was donker. Heel donker. Ze liep maar door. Totdat ze licht zag. Het was een vlam. Een vlam in de verte. Ze begon wat sneller te lopen. Ze ging nog wat sneller. Op haar blote voeten rende ze op een gegeven moment door alle struiken, kiezels en uiteindelijk met bebloede voeten door het zand. Ze zag een groep mensen dansen om het vuur. Wat zagen ze er mooi uit! De vrouwen roken ook zo lekker. Maar, wat hadden ze op hun hoofd. Ze liep wat meer naar de groep toe. Wat vond ze het mooi, dat knetterend vuur, de lekkere geuren, het gedans van de vrouwen. Het leek zelfs of de vuurvliegjes mee dansten. Ze begon zelf mee te dansen. Maar ze wou nog steeds weten wat er nou op dat hoofd stond. Isis had toen al veel lef. Zo’n klein meisje dat ineens vraagt aan een goed geklede man: „Wat zijn die gekke dingen op die hoofden?” Bleek het Ramses te zijn aan wie ze het vroeg. Ja, Ramses de Farao. Zijn wachters kwamen meteen op haar af. Ze sloegen haar een paar keer en toen rende ze snel weg op haar kleine beentjes. Ze draaide zich om en keek nog een keer helemaal bebloed naar het mooie vuur. Het vuur. „Het vuur?!?” Ramses schrok ineens op. Zijn kleren stonden buiten nog steeds in lichterlaaie. En ineens besefte hij dat hij naakt aan het bed van Isis stond. Nog steeds ijlde Isis. „Isis is ook al oud” Dacht Ramses. „55 dat haalt niet iedereen.” Hij was nog maar 36. Sommige mensen vonden het altijd gek dat Isis veel ouder was dan Ramses. De ouders van Ramses hadden het ook niet goed gevonden als hij met haar had getrouwd. Maar zijn vader en moeder waren al op Ramses zijn veertiende dood. De muren waren bijna klaar. Heel hoog. De vader en moeder van Ramses zaten met hun stellage bijna helemaal bovenaan. De stellage stortte in. Ramses stond er zelf bij. Het was verschrikkelijk. De farao gaf er niet zoveel om. Zijn muur was nou eenmaal bijna klaar. En er waren toch al zoveel doden. Maar doordat dat gebeurde was het niet bepaald lastig om met Isis te trouwen. Hij trouwde met haar op zijn zestiende. Hij leerde haar kennen doordat hij altijd door de stad rondzwierf. En meestal sliep hij op het plein waar nu de as lag van zijn kleren. Het vuur was inmiddels gedoofd. Ramses gaf Isis nog een stukje brood en zonk toen weer weg in zijn gedachte. Vijftien was Ramses toen hij Isis voor het eerst zag. Ramses lag weer lekker op het plein, toen er ineens een vrouw aan kwam lopen. Er liep iemand achter haar aan. Ramses keek wat beter. Ze werd geslagen. Ramses dacht altijd aan het beeld hoe zijn ouders werden geslagen door een wachter. Hij wist niet waarom dat gebeurde, maar dat beeld bleef voor altijd in zijn hoofd zitten. Daar kon Ramses nu nog steeds zo boos om worden. Dat bloed dat uit die wonden sijpelde, verschrikkelijk.

Dit was het tweede deel van een drie-delige serie over Nefertari, door Tijmen el Baradi, 11 jaar, uit Amsterdam