De beste en de slimste

Het verval van Amerika en zijn instituten. Dat was het thema van de maandag overleden journalist David Halberstam. In memoriam een man die in alles oversized was.

‘Het was vanzelfsprekend dat een verward land op zoek ging naar zondebokken en samenzweringen; dat was makkelijker dan toe te geven dat er dingen bestonden die je niet kon controleren en dat het paradijs op aarde niet bestond’. Met dit citaat uit zijn bekendste boek, The Best and the Brightest (1972), gaf de maandag overleden David Halberstam kernachtig weer dat de Verenigde Staten na de Tweede Wereldoorlog weliswaar een grootmacht waren met grote internationale verantwoordelijkheden, maar dat de psyche van zijn bevolking wellicht minder geschikt was voor het spelen van een vooraanstaande rol op het wereldtoneel.

De verwarring waarover hij in The Best and the Brightest sprak ontstond nadat Mao Zedong in 1949 de macht greep in China. Dat de machtigste natie op aarde ‘het verlies van China’ niet had kunnen voorkomen lag vooral niet aan Mao en zijn volgelingen, maar aan inheemse krachten in de VS; de vijfde colonne. De jacht op heulers met de vijand die erop volgde was ‘makkelijker dan toe te geven’ dat Amerika geen greep had gehad op de gebeurtenissen in China.

The Best and the Brightest wordt algemeen gezien als een afrekening met de generatie Amerikaanse bestuurders – begonnen onder president Kennedy, met een doorstart onder diens opvolger Johnson – die het land verzeild deden raken in de oorlog in Vietnam. Dat klopt, maar het boek is ook een woedende aanklacht tegen de pretentie van Amerika als politieman van de wereld en de consequenties voor de binnenlandse politiek als het in het buitenland mis gaat.

Het McCarthyisme, aldus Halberstam, bracht grote schade toe aan het ministerie van buitenlandse zaken en de Democratische partij. Ambtenaren werden weggezet als gebrekkige patriotten; politici keken voortaan wel uit om openlijk te twijfelen aan het welslagen van een internationale onderneming. ‘De top van de bureaucratie,’ schreef Halberstam later in een fel essay, ‘wordt bezet door mannen en vrouwen die niet alleen zijn vervuld met Amerikaanse zekerheden, maar die juist vanwege deze zekerheid zo ver zijn gekomen.’

The Best and the Brightest kan, volgens recept van Hollywood, worden gezien als het gevecht van één schrijver tegen het systeem. Dat de schrijver wint, en de winnaar zijn veel sterker gewaande tegenstander vernedert, is Halberstam nooit vergeven. De Kennedy’s hebben hem nooit meer willen zien. Daar zat hij niet mee; arrogantie is, als beschrijving van zijn persoonlijkheid, een understatement. Halberstam was in alles oversized: een boomlange verschijning, enorme handen, welluidende stem, legendarische energie en een ego zo groot als zijn woonplaats Manhattan.

Na The Best and the Brightest had hij zijn thema te pakken. De boeken die erop volgden, The Powers that Be (1975) over de media, in het bijzonder het televisienieuws, en The Reckoning (1986) over de auto-industrie, staan in het teken van het verval van zeer Amerikaanse instituten. Daarna schreef hij een aantal sportboeken, onder meer over basketbal en honkbal, om vervolgens terug te keren naar het conflict dat hem had gevormd: de burgerrechtenstrijd in Amerika in de jaren vijftig (The Children, 1998). In een interview dat ik in 2003 met hem had zei hij dat het diepe zuiden van Amerika hem had gevormd als verslaggever. Hij had er leren praten met en luisteren naar Afrikaans-Amerikaanse mannen en vrouwen die ver van zijn eigen recente verleden als joodse student aan Harvard waren verwijderd. En hij had er leren omgaan met wat hij de fear factor noemde: blanke tegenstanders van burgerrechten die hem naar het leven stonden.

In War in a Time of Peace (2001) pakte hij het thema van internationale betrekkingen weer op, in dit geval de politiek van Amerika in de jaren negentig onder de presidenten Bush sr. en Clinton. Het nawoord bij de paperbackeditie, geschreven vlak na de aanslagen van 9/11, behoort tot zijn beste proza. Het begint zo: ‘De dreiging was er altijd. En New York was er altijd bij uitstek kwetsbaar voor, ondanks de cinematografische bescherming van Schwarzenegger, Stallone en Willis, die in de laatste scènes van films waarin het terrorisme werd behandeld afrekenden met de bad guys.’

Na afloop van het interview in 2003 schreef hij in mijn exemplaar van The Best and the Brightest: with best wishes and hope for a more civil world order, David Halberstam. Spijtig dat hij geen vervolg op War in a Time of Peace heeft kunnen schrijven. David Halberstam tegen Donald Rumsfeld, Dick Cheney, Paul Wolfowitz, Douglas Feith, Scooter Libby en al die andere best and brightest onder Bush jr.; hij zou ze hebben weggevaagd.