Weinig Kamerleden bij controle op EU

De aanwezigheid van Tweede Kamerleden bij vergaderingen van de commissie die Europese regelgeving toetst is laag. Bij zeven van de dertien bijeenkomsten van de Tijdelijke Commissie Subsidiariteitstoets (TCS) was minder dan de helft van de Kamerleden uit de commissie aanwezig.

In het gisteren gepubliceerde evaluatierapport van de TCS staat dat de deelname van met name Tweede Kamerleden „verbetering behoeft”. De meeste commissieleden uit de Eerste Kamer waren meestal wel aanwezig.

De TCS werd in maart vorig jaar ingesteld om te beoordelen of de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, in wetgevingsvoorstellen en discussiedocumenten haar bevoegdheden overschrijdt. Beide Kamers oordeelden onder andere, dat ‘Europa’ niet bevoegd is regels over echtscheidingsrecht in de lidstaten te harmoniseren.

In de door de TCS zelf uitgevoerde evaluatie wordt gepleit voor instelling van een permanente commissie, met versterkte ambtelijke ondersteuning, om voorstellen uit Brussel te toetsen. De Nederlandse Kamers willen daarbij nauwer samenwerken met andere parlementen. In de vier gevallen waarin de TCS bezwaar tegen voorstellen aantekende bij de Europese Commissie, bleven de plannen ongewijzigd op de Europese agenda staan. Het parlement verwacht meer kans te maken dat bezwaren worden gehonoreerd wanneer vaker en met meer parlementen protest wordt aangetekend.

De commissie wil voorkomen dat het beeld ontstaat dat zij een instrument zou zijn tegen Europese integratie. Dat dit niet het geval is, zou volgens de evaluatie moeten blijken uit het feit dat slechts twaalf documenten van de Europese Commissie in behandeling zijn genomen, terwijl Brussel in 2006 zo’n 150 voor de TCS relevante voorstellen en discussienota’s uitbracht. In 2007 wil de commissie ten minste 24 Brusselse documenten behandelen. Binnenkort beslist het parlement over instelling van een permanente Commissie Subsidiariteitstoets.